Preek op de 3e zondag van Advent in de Willibrordkerk en Mariakerk op 10 en 11 december 2016

Vorige week hoorden we Johannes de Doper in zijn kamelenharenmantel in de woestijn bij de Jordaan uitroepen: “Na mij komt hij die sterker is dan ik. Ik ben niet waardig de riem van zijn sandalen los te maken”. En nu horen we diezelfde Johannes vanuit de gevangenis de vraag aan Jezus richten: “Zijt Gij de Komende. Of moeten we een ander verwachten?
Niets zo veranderlijk als een mens zou je kunnen denken. Eerst stoer iets beweren, en een poos later de eerste zijn om te twijfelen. Maar dat ligt in dit geval toch even anders.
Want Johannes tobt zichzelf niet af en hij vraagt niet aan willekeurige mensen om heen: “wat denken jullie zou Jezus wel de Messias zijn?” Hij richt zijn vraag tot Jezus zelf. De enige die hem kan helpen is Jezus.
Het is logisch dat die stoere Johannes is gaan twijfelen. Want hij is gevangen genomen. Hij zit in een donkere kerker tussen misdadigers. Zijn leven hangt aan een draadje. Intussen trekt Jezus rond om het Evangelie te prediken en te verkondigen: “Het rijk van God van is nabij”.
Als Jezus werkelijk de redder van Gods volk is en van de wereld, waarom zit hij, Johannes, dan onschuldig en weerloos in de gevangenis? Dat is toch een gerechtvaardigde vraag?
De twijfel die Johannes kent, is geen teken dat hij niet gelooft. Maar zijn geloof wordt op de proef gesteld. Is dat niet heel herkenbaar? Kent niet ieder van ons zulke momenten van twijfel omdat een zware teleurstelling je treft, een groot verlies, een bittere eenzaamheid, verraad door iemand op wie je vertrouwde? Het is niet vreemd wanneer je op zulke momenten denkt: “God, waar bent u nou? Jezus als u mijn herder bent, kom me dan te hulp”.
Je hoort wel eens verkondigen dat wie echt gelooft, nooit twijfels kent. Het gevolg is dat veel gewone gelovigen dan denken: “nou, dan geloof ik zeker niet echt, want ik twijfel echt wel eens. Ik voel me ook wel eens in de steek gelaten door God”. Het is echt een misverstand dat wie gelooft geen enkele twijfel kent. Eerder zouden we kunnen zeggen: wie nooit twijfels kent, weet ook niet wat echt geloof is.
Soms zie je dat mensen en groeperingen hun eigen twijfels overschreeuwen. Ze stellen zich rigide op in hun geloof. Ze bestrijden graag anderen die twijfelen of kritische vragen stellen.
Eerder lijkt zo’n geharnast geloof onvolwassen. Het is nog niet door beproevingen heen gegaan. Het is troostvol voor ons dat ook de grote Johannes de Doper onder moeilijke omstandigheden vraagt of hij zijn vertrouwen terecht op Jezus heeft gevestigd. Hij vraagt hij niet aan zichzelf, hij vraagt niet naar de mening van anderen. Er is er maar één die hem het antwoord kan geven: dat is de Heer zelf. Jezus zend zijn leerlingen naar Johannes met de opdracht: “Vertel wat je hoort en ziet. lammen lopen, blinden gaan zien” Dat is precies de boodschap die de profeten door de eeuwen hebben verkondigd. Ze hebben de hoop van het volk van God brandend gehouden. Ze hebben ervoor gezorgd dat door de generaties heen mannen en vrouwen niet keken naar de situatie voor hun ogen, moreel verval, vervolging. Ze keken verder geleid door het visioen van de profeten.
Johannes de Doper was de laatste van de profeten. Nog eenmaal mag hij verkondigen dat de Redder van de wereld nabij is voordat het inderdaad zover is. De profeten hebben het profiel aangereikt van de lang verwachte verlosser. Ze hebben een blauwdruk gegeven van het komende rijk van God.
Jezus bedoelt: “wat heb je zelf verkondigd, Johannes. En kijk nu eens wat er gebeurt!” Zo steekt Jezus hem een hart onder de riem. Jezus kan niet anders dan wijzen op de boodschap van de profeten. Zij laten zien wie hij is.
Zo sterkt Jezus ons geloof door alles heen wanneer we ook onze twijfels aan Hem voorleggen.
Op zijn beurt eert Jezus Johannes. “Onder hen die uit vrouwen geboren zijn is niemand groter dan hij” zegt Jezus. Johannes is de grootste, want hij mocht op het hoogtepunt de komst van Christus aankondigen. Dat is de hoogste eer die iemand ten deel kan vallen. Dat Johannes op een beslissend moment twijfelde doet daar helemaal niets aan af.
Maar de kleinste in het koninkrijk der hemelen is groter dan hij” zegt Jezus tenslotte. Valt Hij daarmee Johannes als het erop aan komt toch niet af? Nee, want Jezus bedoelt niet dat iedereen die het rijk van God aanneemt moreel hoger staat dan Johannes of dat zijn geloof sterker is. Waar het omgaat is dat het rijk van God voor iedereen is die het beide handen aangrijpt en als een kind zo gelukkig er mee is. Johannes mocht dat rijk aankondigen. Maar ook hij moet er wel binnengaan door dat zelfde geloof in Jezus als alle anderen gelovigen, hoe klein en kinderlijk ook. Laten we ons niet schamen voor ons geloof, want hoe klein het ook is, het maakt ons tot burgers van het rijk van God. Dat is nog een groter eer en voorrecht dan van Johannes die de bode van de Heer mocht zijn.
Johannes zal er alleen maar blij mee zijn dat we geïnspireerd door zijn boodschap en voorbeeld het met Christus wagen in ons leven. En wij mogen op onze beurt voor Johannes in onze handen klappen als ereburger van het rijk God. Dat doen we als we zelf blijmoedig geloven en Jezus volgen in ons dagelijks leven. Vol hoop en verwachting. Vol liefde en begrip voor elkaar: “Blinden gaan zien en lammen lopen, melaatsen genezen en doven horen. Doden staan op en aan armen wordt de Blijde Boodschap verkondigd”. Amen.

(c) Pastoor Martin Los

Voorgeschreven lezingen voor de 3e Adventszondag volgens het universele r.k. leesrooster. 1e lezing Jesaja 35:1-6a.10; 2e lezing Jakobus 5:7-10; Evangelie: Matteus 11:2-11

Preek op de 2e Adventszondag 2016

Preek op de Tweede zondag van de Advent 2016 op 3 en 4 december in de Mariakerk en Willibrordkerk

anonymusjohdedoperDe mensen komen massaal op Johannes de Doper af? Wat is er zo bijzonder aan hem? Zijn mantel die bestond uit het vel van een kameel? ***) Johannes wees voor zichzelf alle luxe af. Zonder luxe kun je heel best een goed en betekenisvol leven leiden. Heel veel mensen leven in armoede omdat zij niets hebben. Johannes kóós ervoor om in eenvoud te leven. Hij kon tenminste nog kiezen. Dat is een hele luxe. In onze tijd zie je veel jonge mensen in spijkerbroeken lopen met gaten erin. Vaak zie je aan de haardracht, peperdure gympies, en IPhone dat de drager van de spijkerbroek met gaten welvarend is. Deze broeken worden met gaten en al nieuw gekocht. Zo lijken jongelui een statement te willen maken: arme mensen, schaam je niet voor je armoede, wij zijn solidair met jullie, wij willen niet meer zijn dan jullie. Het kán een teken van de tijd zijn dat jonge mensen zich opzettelijk als arm voordoen. Maar het blijft een luxe, want de arme heeft geen keus.
Nee, zou het alleen om zijn mantel van de versleten huid van een kameel zijn, dan zouden we vandaag niet stil staan bij Johannes de Doper. Was het dan zo bijzonder dat hij sprinkhanen at en wilde honing? Hij leefde van wat de natuur in zijn onmiddellijke omgeving hem aanbood. Dat maakte hem tot een onafhankelijk en vrij man. Ook in onze tijd zie je mensen die dicht bij de natuur willen leven. Ze verbouwen hun eigen groenten. Ze willen niet afhankelijk zijn van voedselaanvoer die zou kunnen stagneren in tijden van crisis. Sperzieboontjes uit Egypte die we nu eten, kunnen ooit onbereikbaar worden. Nee, alleen om zijn leefstijl zou Johannes de Doper niet de persoon zijn bij wie we in onze tijd, ook vandaag, stil staan.
Is Johannes de Doper zo bijzonder omdat hij mensen oproept om hun leven te beteren? In elke tijd en in elk land of samenleving staan onverwacht personen op die zeggen: “mensen, het gaat niet goed! We moeten het anders gaan doen”. Je hoeft de televisie maar aan te zetten of we horen vrouwen en mannen verkondigen dat het niet goed gaat met de wereld, met ons land, met onze cultuur. De klimaatcrisis, de migrantencrisis, de Europese crisis. Als gewone mensen weet je soms niet meer wie geloofwaardig is en wie de moeite waard is te volgen. Johannes de Doper was in zijn tijd echt niet de enige die mensen opriep zich te bezinnen en een nieuw begin te maken.
Er is maar een echte reden waarom Johannes de Doper echt zo bijzonder was. Eén reden waarom we vandaag nog naar hem luisteren. Eén reden waarom hij met kop en schouders uitsteekt boven alle idealisten, en maatschappijcritici en profeten. Hij wijst niet naar zichzelf. Hij wijst naar iemand die na hem komt: “Ik ben niet waardig zijn sandalen los te maken. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur”. Johannes wijst van zich af naar de toekomst. Hij doet de harten van allen sneller kloppen. Johannes kondigt de komst van Jezus Christus aan. Hij doet wat alle profeten voor hem gedaan hebben. Zij hebben de hoop in het volk van God brandend gehouden. Generatie op generatie. Nu mag Johannes als laatste van deze profeten de hoop opvoeren als een soort van cliffhanger.
Hoe moeten de mensen kijken. Welke kant moeten ze op kijken? Naar wie moeten ze kijken? Welk profiel heeft de grote man waar alle profeten naar wijzen? Van wie Johannes zegt: “Na mij komt hij die sterker is dan ik?”
Jesaja *) zegt: “De Geest van de Heer zal op hem rusten, de geest van wijsheid en verstand, de geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en ontzag voor God”. Van hem zegt Johannes: “na mij komt hij die sterker is dan ik” . Jullie weten welke kant je moet uitkijken. Als je hem ziet die aan dat profiel voldoet, dan is hij het, de lang verwachte. En niemand anders.
Johannes wees van zich af. Hij moest zelf ook gewoon luisteren naar wat de profeten voor hem gezegd hadden. Toch was híj de grootste want de tijd was nu vervuld. Het moment waarop de Heer zou komen, was nu in aantocht: die zachtmoedige, degene op wie de Geest van de Heer rustte. Hij, die paste in het profiel van de langverwachte Messias. Waar de hoop van generaties op was gevestigd ging nu gebeuren. Zo steekt Johannes met kop en schouders uit boven alles en iedereen. Weet u wat nu zo bijzonder is? Wij mogen op Johannes de Doper lijken. Ieder van ons op onze eigen wijze. Want als wij als christenen leven, dan zijn we ook wegwijzers naar Christus, wegwijzer voor alle mensen die in verwarring zijn en die op zoek zijn naar houvast, naar iemand op wie zij kunnen bouwen. Als wij oprecht leven naar het Evangelie – ondanks onze beperkingen – zijn we tekenen van hoop. Dan doen we de harten van mensen van goede wil sneller kloppen. We zeggen niet: kijk ons eens! Wij wijzen van onszelf af naar Christus.
Wat is er mooier dan dat we de hoop in onze medemensen mogen aanwakkeren? Wat geeft meer voldoening dan dat we mensen een nieuw perspectief mogen geven, het perspectief van het rijk van God, het gelaat van Jezus Christus. We mogen het allemaal op onze eigen manier doen. De één door zorg voor de armen, de ander door idealisme, weer een ander door enthousiasme, door goede raad, of door volharding en trouw. Of door gebed. Niemand kan zeggen: voor mij was er geen mogelijkheid weggelegd om mee te doen. Laten we allemaal met Johannes de Doper die ene kant uitkijken die hij uitwijst. Dat is Advent. En laten we uitroepen met de oud-christelijke roep: Maranatha, Kom, Heer Jezus, kom! Amen

Martin Los, pastoor
Lezingen uit het voorgeschreven leesrooster van de r.k. kerk voor de 2e adventszondag
*) 1e lezing: Jesaja 11:1-10 **) 2e lezing: Romeinen 15:4-9 ***) Evangelie: Matteus 3:1-12