Op weg naar Emmaus. Rouw en perspectief

Preek over Emmaus op de 3e zondag van Pasen 29/30 april 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Op weg naar Emmaus

De Emmaüsgangers

Lieve zusters en broeders, het verhaal van de twee leerlingen van Jezus op weg naar het dorpje Emmaus*) is heel bekend en geliefd. Omdat het zo herkenbaar is. Twee mannen zijn diep bedroefd en teleurgesteld omdat ze hun geliefde meester verloren hebben. Hij is verguisd, aan het kruis geslagen en gedood. Ze druipen af. Hun wereld is in elkaar gestort.
Het verhaal is zo herkenbaar omdat vele mensen iemand van wie ze hielden, moesten missen door de dood. Zij maakten deel uit van ons leven. Ze gaven ons leven kleur en glans. Ze verleenden ons doen en laten tot in de kleinste bijzonderheden zin en betekenis.
De teleurstelling is onoverzienbaar. Je wereld stort in. Hoe verder te gaan? Je afsluiten voor je gevoelens en doen alsof je je niet laat kennen. Stort je je in je werk? Neem je je toevlucht tot genotsmiddelen om de pijn niet te voelen? Laat je je verleiden tot cynisme? Verbied je jezelf ooit nog gelukkige momenten te beleven? Hoe we omgaan met verlies hangt misschien juist af van die ander om wie we zo mateloos bedroefd zijn. Die ander is weggerukt uit ons leven. Maar die ander leeft voort in onze harten. De liefdevolle relatie blijft bestaan, zij het op een andere manier, die we nog niet kennen en die we nog stap voor stap moeten ontdekken.
Het verhaal van de Emmaüsgangers laat zien dat de eerlijke en liefdevolle relatie tot Jezus langzaam hun ogen opent en ontvankelijk maakt voor de tegenwoordigheid van hun Heer. Hij voegt zich als vreemdeling bij hen, toch nodigen ze hem uiteindelijk uit in de intimiteit van hun huis.
Natuurlijk kunnen we Jezus niet zomaar vergelijken met onze eigen liefsten die we moeten missen. Hij is de verrezen Heer. Hij is degene die de dood overwonnen heeft. Maar toch kan zijn verschijning aan zijn leerlingen ons helpen om in ons verdriet om te gaan met onze overledenen met wie we diep verbonden zijn, Degenen zonder wie we ons leven eigenlijk niet goed kunnen voorstellen, zijn ons ontvallen. Ze laten een lege plaats achter. Maar betekent dit ook dat onze verbondenheid met hen verdwijnt? Voeden ze ons niet meer door de persoonlijke band die tussen hen en ons is? Kunnen zij ons in ons verdriet toch helpen, door wie ze waren en voor ons betekend hebben, en nog kunnen betekenen. Sluiten we ons door ons verdriet af voor de verbinding die doorgaat in ons verdere leven omdat die ander ons toch bij elke stap vergezelt in ons hart? Vernieuwt zich het levende beeld dat wij van hen hebben niet gaandeweg ons hele leven?
“Jouw gedachtenis zij ons tot zegen” zeggen we tijdens de uitvaartdienst tegen de overledene. Maar gedachtenis is meer dan herinneringen. Het betekent een wederzijdse vruchtbare relatie in stand houden. De ander als persoon tegenwoordig stellen.
Van Afrikaanse culturen kunnen we in dat opzicht leren. Zij zeggen: “ieder mens sterft tweemaal. De eerste keer bij de laatste adem. De tweede keer als niemand meer aan je denkt”. Gelukkig mogen wij weten dat onze namen geschreven staan in de palm van Gods eigen hand. Hij vergeet niemand.
Maar wij, mensen, moeten ook het beeld in ons hart bewaren van onze gestorvenen als een lévend beeld, als een persoon die op een bepaalde manier leeft. Verdriet om hen is één ding. Maar respect, liefde en ontvankelijkheid voor hen wordt door dat verdriet niet verhinderd.
De leerlingen op weg naar Emmaus zijn eindeloos verdrietig en teleurgesteld nu Jezus op wie ze hun hoop gevestigd hadden, gestorven is. Toch is het juist de echte liefdevolle relatie tot hem die maakt dat ze zijn zoals ze zijn, en dat ze zich ook gaande weg openstellen voor zijn tegenwoordigheid. Het zijn en blijven zijn toegewijde leerlingen.
Die onbekende vreemdeling die zich bij hen voegt, is echt geïnteresseerd in hen. Hij heeft alle tijd. De eeuwigheid. Hij laat hen hun verhaal vertellen. Van de kruisiging van hun Heer, de wonderlijke verhalen van het lege graf. Als ze alles verteld hebben, gedurende de kilometerslange tocht, met tranen in de ogen en met horten en stoten, als ze stil worden, horen ze de vreemdeling precies vertellen wat Jezus zelf hen altijd opnieuw heeft voorgehouden: “Moet de Christus dat alles niet lijden om in zijn glorie binnen te gaan?
Hij vertelt hen niets wat ze niet al eerder van hem geleerd hebben. Hij laat de woorden in hun harten opnieuw tot leven komen. Hun harten raken in vuur en vlam. Later zullen ze zeggen: “brandde ons hart niet in ons terwijl hij tot ons sprak?” Tegen de avond nodigen ze hem uit in de intimiteit van hun huis, de blijvende intimiteit van hun gewoonten en alledaagse leven.
Wanneer hij het brood breekt, herkennen ze hem. Ook nu verdwijnt hij uit hun gezicht. Maar ze zijn hem niet kwijt. Ze weten nu dat hij altijd bij hen is. En ze hebben dat teken altijd bij zich, van het brood dat ze breken, in opdracht van hemzelf “doe dit tot mijn gedachtenis”. En al de woorden die ze van hem hadden, werden woorden vervuld van leven en van kracht.
Door Pasen weten we dat Jezus als de levende Heer altijd bij ons is. Niet bij wijze van spreken, alsof. Hij is werkelijk bij ons. Door de tekenen, de woorden, door zijn geest. Hij is het zelf. Het is het kostbare geheim van het geloof dat niemand ons kan afnemen.
Omdat Hij de levende Heer is mogen we hem elke keer ontmoeten in zijn woord en in de tekenen, in heel zijn kerk. Christus is geen verleden tijd. We leven hem tegemoet. Maar dat geldt dan ook van onze dierbare gestorvenen. Zij zijn niet weg. Ze zijn in de gemeenschap van Jezus Christus opgenomen, geborgen in God. Daarom mogen we ook met hen een levende relatie onderhouden in liefde, respect en verwachting. Elke keer als we ter communie gaan om de levende Heer te ontmoeten die we herkennen in het breken van het brood, mogen we ook in geloof de gemeenschap ervaren met onze gestorvenen die ons zijn voorgegaan. Hoe meer we geloven dat zij leven voor God, hoe meer we een levende, heilzame, vruchtbare relatie met hen in ons hart mogen ervaren en koesteren. Ook dat is Pasen. Amen.

© pastoor Martin Los
*) Evangelie volgens Lukas 24:13-35
**) Afbeelding Janet Brooks Gerloff, kerkinterieur Ittersbach

Homilie op de eerste zondag van de Advent 2015 in de Mariakerk in De Meern en Willibrordkerk Vleuten

Schriftlezingen voor deze 1e Adventszondag uit het voorgeschreven universele lectionarium  van de r.k. kerk: 1e lezing: Jeremia 33:14-16; 2e lezing Thessalonicenzen 3:12-4:2; Evangelielezing: Lukas 21:25-28.34-36

Lieve zusters en broeders, misschien luistert u wel eens naar het radioprogramma Taalstaat dat zaterdags rond het middaguur wordt uitgezonden.
Een leuk onderdeel van dit programma is dat de luisteraar een Nederlandse woord kan inzenden die volgens hem of haar helaas in vergetelheid lijken te raken.
Het woordje “levenswandel” zou heel goed passen in die rubriek van bijna vergeten woorden. We hoorden het zoeven in de brief van Paulus aan de christenen in Thessaloníki: Wij vragen u dat u overlevering over een levenswandel die God welgevallig is, nog trouwer naleeft dan u al doet.
Een levenswandel, wat is dat? Het is niet hetzelfde als een levensloop. Bij sollicitaties moet je een curriculum vitae inleveren. Op LinkedIn zet de jongere generatie zijn levensloop zelf publiekelijk op Internet. Alle banen die je gehad hebt, het vrijwilligerswerk, je connecties.
Maar een levenswandel is de wijze waarop je leeft, de stijl van leven waaraan je herkenbaar bent tijdens je leven. Dus niet alleen af en toe, maar duurzaam. Het deelwoordje wandel duidt er ook op dat je heel bewust zo leeft. Je wordt er niet toe gedwongen zoals iemand die ergens voor op de vlucht is, of door een plotselinge bevlieging.

Een wandelaar neemt de tijd, loopt recht op, staat af en toe stil om iets moois te bewonderen, groet ander wandelaars. Zo spreekt uit een levenswandel ook bewustzijn en rust.
Een levenswandel straalt uit dat iemand bepaalde waarden vooropstelt die je leven richting geven. Die waarden zijn niet ver of onbereikbaar, maar met elke stap realiseer je ze. En het houdt in dat je bepaalde normen stelt aan jezelf over wat je passend vind of niet in verband met die waarden die je als goed en betrouwbaar ervaart.

In de Bijbel wordt gesproken over mensen met een heel bijzondere levenswandel omdat zij “wandelden met God”. Dan moet je niet zozeer denken aan statige personen die zich waardig bewegen door het leven alsof niets hen raakt van het gewoel om hen heen. Wie wandelt met God, leeft als een kind van God, in kinderlijk vertrouwen, spontaan de wil van God volgend.

Een levenswandel zouden we tegenwoordig misschien eerder identiteit noemen. Maar je identiteit is eerder iets wat vastgelegd is en ingelijst. Een momentopname. Maar een levenswandel is steeds in beweging. Je blijft herkenbaar in alles levensfasen van kind tot grijsaard.
De apostel roept de gelovigen in zijn dagen op trouw te blijven aan de overlevering over een levenswandel die God welgevallig is. De levenswandel die Paulus bedoeld is dus niet één die bij jezelf begint en bij jezelf eindigt zoals Frank Sinatra zingt: I dit it my way. We mogen in vrijheid handelen – het is jouw leven – maar je trekt samen met anderen op die op dezelfde manier leven en elkaar daarin ondersteunen.

Bij jonge ouders die hun kinderen laten dopen en laten opgroeien in de christelijke traditie merk ik altijd een grote behoefte om een gemeenschap om hen en de kinderen heen die herkenbaar is omdat om zo te zeggen er sprake is van een gemeenschappelijke levenswandel.
Op die manier voelen de jonge ouders zicht gesteund in de opvoeding van hun kinderen volgens de christelijke waarden. Helaas zijn ze al snel teleurgesteld als een gemeenschap niet herkenbaar is, en men heel verschillend denkt over de waarden die belangrijk zijn, en vooral als er niet naar geleefd wordt.
Het is echt belangrijk dat jonge gezinnen zich gesteund weten doordat we in de geloofsgemeenschap dezelfde waarden naleven.

Dat kwam ook als een hartenkreet naar voren tijdens de synode over huwelijk en gezin in Rome vorige maand. In de pers leek het wel alsof het daar allen ging over de communie voor gescheidenen die hertrouwd zijn. Een belangrijke kwestie inderdaad. Maar het ging vooral over hoe we als christenen herkenbaar kunnen zijn in ons dagelijks leven en elkaar kunnen steunen als huisgezin van God.
Trouw, solidariteit met zwakkeren, de gemeenschap mee opbouwen waarbij ook hoort deelnemen aan het gemeenschappelijk gebed van de kerk. Bovenal de liefde als hoogste waarde.

met de net gekochte wintermutsen maken de jonge vluchtelingen spontaan het V-teken

met de net gekochte wintermutsen maken de jonge vluchtelingen spontaan het V-teken

Donderdag organiseerde de Parochiële Caritas Instelling PCI een welkom aan vluchtelingen in Leidsche Rijn. Vijfentwintig recente aangekomen vluchtelingen, meest gezinnen, mochten inkopen doen, winterkleding, buggy’s o.a.. Daarna werd een maaltijd gehouden in eetgelegenheid Hoge Weide aan het Ab Harrewijnplein. Het pastorale team was ook uitgenodigd.
Liefde en barmhartigheid als de meest wezenlijke uiting van de liefde werden zo ontroerend bevestigd.

In deze Advents en sinterklaastijd denken we allemaal weer terug aan onze kindertijd. We herinneren ons wat op ons als kinderen in het gezin het meest geraakt heeft, wat ons is bij gebleven en wat ons gevormd heeft. We kunnen dus allemaal uit ervaring spreken.
Daarom spreekt het vanzelf dat we in deze Adventstijd nadenken en spreken over hoe we juist met het oog op de kinderen en de jongeren herkenbaar zijn als gemeenschap door ons levenswandel.
Zijn we ons bewust dat we door onze levenswandel levende getuigen van het Evangelie zijn. In de eucharistie luisteren we eerbiedig naar het Evangelie, maar in het dagelijks leven mogen we het voor elkaar en met elkaar uitbeelden. Daar staat of valt de kerk en de geloofsgemeenschap mee. Of we dat echt en met plezier doen.
Dan zijn we tot zegen van elkaar in de geloofsgemeenschap, ook voor de kinderen die daar door geraakt en gestimuleerd worden, en Jezus daardoor leren kennen. Dan zijn we ook tot zegen van de wereld om ons heen. We weten omdat we zelf deel uit maken van die wereld, dat angst en onzekerheid om zich heen grijpen. We zien ook hoe aantrekkelijk cynisme of onverschilligheid als levenshouding worden. Of onbeschaamd egoisme.

Lukas, de evangelist, verhaalt ons de woorden van de Heer die spreekt over  wereld gebeurtenissen die leiden tot angst en radeloosheid. Maar Jezus zegt: laat je niet meeslepen: richt je op en hef je hoofd omhoog want uw heil is nabij.
Waar de wereld alleen maar tekenen ziet van verval en einde, zien wij als gelovigen niet het absolute einde, maar doorbraak van Gods koninkrijk.
We mogen daar zelf aan meedoen door onze levenswandel. We mogen hier en nu al beeld zijn van het rijk dat komt door onze liefde voor God, door als zijn kinderen te leven met elkaar en onze medemensen. Door vertrouwen en vreugde.
Laten we dat doen. Van ons leven een levenswandel maken en samen op wandelen. God wandelt dan met ons mee.
Zullen we de redactie van de Taalstraat vragen binnenkort het woordje “levenswandel” in de uitzending een plekje te geven? Is er iemand die dat wil doen? Amen

(c) Martin Los, pr