Homilie op de 2e Paaszondag 4 april 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Schriftlezingen volgens het r.k. lectionarium voor Zon- en Feestdagen: 1e lezing Handelingen der apostelen 5:12-16; Openbaring van Johannes 1:9-11a,12-12,17-19 Evangelie: Johannes 20: 19-31

Lieve zusters en broeders, ook jullie, jongens en meisjes die binnenkort het Heilig Vormsel zult ontvangen, en vanmorgen in de kerk bent om je straks voor te stellen – jullie zijn geen kleine kinderen meer, dus ik hoop dat jullie de preek een beetje kunnen volgen, en mocht je iets niet begrijpen, kom de na de Mis even naar me toe om uitleg te krijgen.
De leerlingen van Jezus zochten na zijn dood aan het kruis steun bij elkaar. Ze konden niet goed begrijpen wat er gebeurd was. Ze waren intens verdrietig omdat hun Heer als een misdadiger gedood was.
Maar dwars door hun verdriet heen gloorde het licht van de hoop dat Hij verrezen was. Want ze hadden het lege graf gezien en ze hadden de linnen doeken netjes opgerold gezien. Als een soort voetafdruk van de verrijzenis.
En ze hadden de boodschap van de vrouwen die vertelden dat zij Jezus gezien hadden.
De leerlingen waren in verwarring. Maar ze waren ook bang. Ze hadden de deuren gesloten uit vrees dat de mensen die Jezus vervolgd hadden, ook hen zouden vervolgen. Heel begrijpelijk.
Ook in onze tijd lopen in vele plaatsen in de wereld geloofsgenoten gevaar vanwege hun geloof.
Op eerste Paasdag, een week geleden, werd in Lahore in Pakistan een bom gegooid op een plek waar christenen, in meerderheid vrouwen en kinderen, bijeen waren. Zeventig doden en heel veel gewonden. Geloven is niet overal en altijd zonder gevaar.

ongelovigethomas2016 Als ze zo angstig bij elkaar zitten verschijnt de Heer opeens aan hen terwijl deuren gesloten waren. Ze herkennen Hem aan zijn stem en het gebaar: “vrede zij jullie!” Ze herkennen Hem ook aan de littekens in zijn handen en zijn zijde. Het is de Heer die kortgeleden nog aan het kruis geleden heeft. Er is geen twijfel mogelijk. Hun angst slaat om in vreugde. Als Jezus verrezen is, dan hebben het kwade en de dood dus niet het laatste woord over ons leven. Hun angst slaat om in verlangen om het de hele wereld te vertellen. Dan blaast Jezus de heilige Geest op hen om dat verlangen te ondersteunen en om het voor altijd levend te houden in de leerlingen, en in de kerk, tot op de dag van vandaag.

Jezus voegt er nog iets aan toe: “Als jullie iemands zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven!” De apostelen moet dus niet met een triomfantelijk gebaar de straat op gaan en een lange neus trekken tegenover de mensen, die een paar dagen te voren nog geroepen hadden: “kruisigt Hem!”.  Nee, ze moeten de mensen die horen dat Jezus die zij gekruisigd hebben, is verrezen, vertellen dat God hen wil vergeven.  Pasen is de overwinning van de goddelijke barmhartigheid. Geen bijltjesdag. Hoe trots we ook mogen zijn op ons geloof in Jezus Christus, de verrezen Heer, we mogen nooit tegen anderen zeggen: “jullie horen er niet bij. Je hebt het verknoeid of je bent het niet waard!” De kerk moet juist aan alle mensen vertellen dat Jezus ook voor hen geleden heeft aan het kruis, en ook voor hen verrezen is. “wiens zonden jullie vergeven die zijn ze vergeven” Dat is de genezende kracht die van de kerk mag uitgaan naar alle mensen. Mensen moeten in de kerk Jezus herkennen anders dient ze tot niets.

Maar ook in eigen kring past geduld en barmhartigheid. Wanneer ze tegen Thomas, één van de twaalf, vertellen dat ze Jezus gezien hebben, dan schudt hij zijn hoofd. Dat kan hij niet geloven! Ik moet zelf die littekens aangeraakt hebben, anders geloof ik niet, roept hij uit. En is dat zo vreemd? De andere apostelen hadden toen kunnen zeggen: jammer Thomas, maar mensen die twijfelen aan onze boodschap kunnen we niet gebruiken. Je hoort niet meer bij ons. Helaas zien we dat in godsdiensten en in de geschiedenis van de kerk. De rijen sluiten zich. Mensen die twijfelen of kritische geluiden laten horen, hebben dan het gevoel dat ze niet welkom zijn. Maar zo hoort het in de geloofsgemeenschap niet toe te gaan. Als we ons gaan gedragen als een groep die de waarheid in pacht hebben, dan hebben we aan de wereld niets meer te vertellen.

We moeten juist naar buiten gaan  – benadrukt paus Franciscus telkens weer – om met mensen te praten, te weten wat er in hen leeft, welke moeite ze hebben met het geloof, met de kerk. Anderen moeten juist hun twijfels of hun kritische vragen kunnen uiten wil de kerk weten hoe ze de Blijde Boodschap zo kan verkondigen dat ze ook voor anderen de boodschap van bevrijding is. Dat geldt ook voor onze jongeren, voor jullie jongens en meisjes. Jullie moeten met je twijfels, je vragen en kritiek kunnen komen. Als we jongeren een kant en klare boodschap brengen, die je alleen kunt slikken of anders stikken, zullen jongeren zich teleurgesteld afkeren. Juist door hun vrágen kan de Boodschap zelf vernieuwd worden zodat ze de jeugd ook aan spreekt. Iedere mens moet de kans krijgen te groeien in geloof. Jongeren die aan het begin staan helemaal. Juist als we ons eigen geloof in Christus als een voorrecht beschouwen, zullen we des te meer begrip hebben voor mensen die twijfels hebben.

De apostelen sluiten Thomas níet buiten. Hij blijft welkom in hun kring. En als ze de volgende zondag weer bijeen zijn ontmoet Thomas persoonlijk de Heer. Het is de taak van ons als kerk en gelovigen niet om de waarheid te verdedigen, maar om mensen buiten en binnen de kerk bij Jezus Christus te brengen. Hij is wat Hij zegt: “Ik ben de waarheid en het leven”.
Als we echt als geloofsgemeenschap leven met Jezus als de levende in ons midden, dan zullen mensen daardoor aangetrokken worden om die Heer te ontdekken. Laten we niet angstig bij elkaar kruipen en ook niet triomfantelijk anderen buitensluiten. Laten we blij zijn omdat Jezus altijd in ons midden is. Dat is ook de enige reden om kerk te zijn in de wereld. Een blije, moedige, geloofwaardige, aantrekkelijke kerk. Amen

(c) Pastoor Martin Los

Korte Homilie op Palmzondag 2016 in de Mariakerk

Lieve zusters en broeders, van Hosanna en zwaaien met palmtakken gaat het plotseling over in Kruisigt hem en spotten en spuwen.
De mensen die de oude profetieën kenden wisten uit de profeet Zacharia dat aan het einde der tijden de Messias zou komen vanaf de olijfberg en dat hij zou Jeruzalem zou binnen treden op een ezel.
Toen Jezus daar op een ezel de stad naderde grepen de mensen spontaan de takken van de palmbomen om de lang verwachte koning te verwelkomen.
2016b2016 (2)Alleen, die koning bleek heel anders te zijn dan men zich had voorgesteld. Toen de overheden Jezus lieten geselen en hem samen met misdadigers tot de kruisdood veroordeelden, sloeg het enthousiasme van ontzetting over in hoon. Iemand die pretendeert de Messias te zijn, en zich even later zo in de kaart laat kijken doordat hij zich een doornenkroon op het hoofd laat drukken, verdíent het ook om veracht te worden, was de gedachte.
Hoe gemakkelijk slaat bewondering om in afwijzing en erger. Aanvankelijk werden Syrische vluchtelingen bewonderd om hun verlangen naar vrijheid, hun moed en enthousiast begroet. Maar nu gaan alle grenzen dicht. De negatieve verhalen over hen overheersen. Er is nauwelijks nog mededogen met deze stakkers wier huizen en steden in puin liggen. Alsof we helemaal geen moeite meer doen ons een beetje te verplaatsen in hen.
Ik denk ook aan de eenzame ouderen, de jongeren met psychische problemen, en zovele anderen die teruggeworpen zijn op hun lijden en gebrek. Alsof we door als maatschappij langs hen heen te leven, hen de indruk gegeven dat het eigen schuld is. Natuurlijk krijgen we dagelijks via krant, en tv en sociale media veel beelden en verhalen van leed te zien en te horen. Door die overvloed dreigen we af te stompen. Paus Franciscus heeft zeer onlangs een hele treffende uitdrukking gebruikt. Hij spreekt over de globalisering van de onverschilligheid.
Over de hele wereld zien we mensen massaal zich afsluiten voor het leed en verdriet van anderen, voor hun erbarmelijke omstandigheden.
Als mensen zich afsluiten voor het lijden van anderen, wordt ook het lijden in eigen leven tot een probleem waar we geen raad mee weten, iets wat we uit willen bannen. Maar is een leven waarin geen plaats is voor lijden, nog echt menselijk?
Als we onkwetsbaar zijn kunnen we geen liefde meer ontvangen, geen zorg meer waarderen, en ook niet meer echt genieten en dankbaar zijn. Christus ging het lijden niet uit de weg. Hij nam het bewust op zich. En zo is hij de verlosser van de wereld geworden. Dat is de boodschap van het Evangelie voor alle mensen. Een boodschap die wij als christenen mogen verkondigen aan iedereen.
Niet alleen door de indrukwekkende liturgie zoals vandaag met de Palmtakken en de Palmpaasstokken en de ontroerende lezing van het Lijdensverhaal, maar voor al door zelf niet toe te geven aan de onverschilligheid tegenover het leed van anderen.
“Bidt dat jullie niet in bekoring valt” zei Jezus vooraf tegen zijn leerlingen in de Hof van Getsemane.
Deze verleiding is ook in onze dagen heel actueel. Dat het lijden van anderen ons niets meer doet. Eeuwenlang wijden gelovige mannen en vrouwen, vooral religieuzen, zich aan de zorg voor zieken, gevangen, armen, daklozen. Ze brachten daardoor troost en vreugde aan talloze mensen. Maar ze verheugden zich er ook zelf in. De aandacht voor de gebreklijdenden maakte hen gelukkig.
Waarom zou dit in onze tijd niet kunnen? “Bidt dat jullie niet in bekoring valt”.
Laten we niet klagen en ontevreden zijn en ach en wee roepen over het leed in de wereld, maar laten we zelf troost en uitzicht schenken waar dat in ons vermogen ligt, en laten we tenminste meedogen hebben met allen die in nood zijn, en hen niet wreed behandelen of honen.
We staan soms inderdaad machteloos tegenover het lijden van anderen. Maar laten we niet onverschillig worden. Laten we ons op zijn minst in hun lot verplaatsen.
We loven Christus omdat Hij de zonden van de wereld heeft gedragen en zo voor ons de poort geopend heeft naar het eeuwige leven.
We vieren het vandaag als we bij elke stap in het lijdensverhaal bidden: “Wij aanbidden U Christus en loven U, omdat gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost”.
Maar we mogen een stap verder gaan en het geloof in de overwinning van koning Christus ook in praktijk brengen door niet ons eigen leed uit de weg te gaan, en ook niet het leed van de ander die op onze weg geplaatst wordt. Amen

(c) Martin Los