God van zolder halen

Preek in de Kerstnachtmissen 2018 Mariakerk

“Zie ik verkondig jullie een grote vreugde die bestemd is voor heel het volk”. 1)
Lieve zusters en broeders, als een kind geboren wordt, verandert de hele wereld. Er is iemand bij gekomen, een mens met een naam en een gezicht. Daarom verdient elk kind een hartelijk welkom. Hoe dichterbij, hoe groter die verandering. De eerste die de nieuwe mens begroeten zijn de vader en de moeder. Daarna de naaste familie en vrienden.
Bij de geboorte van Jezus breekt ook een hele nieuwe wereld aan, een hele nieuwe wereld die nooit meer zonder hoop en uitzicht zal zijn. De eersten die uitgenodigd worden door de engel om het kind Jezus te verwelkomen, zijn de ‘herders die in het open veld in de nacht hun kudde bewaakten’. Soort zoekt soort, lijkt het. Koning David werd ooit ook tot koning gezalfd toen hij als herder over de kudde van zijn vader waakte. De herders in Bethlehem bevinden zich ongeveer op de zelfde plek waar de jonge Koning David als herder de kudde van zijn vader bewaakte. Deze herders mogen de nieuwe Koning gaan begroeten, want dit pasgeboren kind zal ook een herder worden, een herder voor ontelbare mensen die in Hem geloven. Ze zullen luisteren naar Hem als de Goede Herder die zijn schapen ieder bij name kent. Hij zal zijn volk leiden. Hij verbindt mensen op een nieuwe manier met God en met elkaar. Hij schenkt hen vreugde, hoop en eeuwig leven. We mogen het zelf beleven.
Het zijn de herders op het veld in Bethlehem die deze Herder in eeuwigheid mogen begroeten. Ze mogen Hem als eerste in de armen nemen, in hun ruige mantels die naar de schapen ruiken. Ze maken dat het koningskind zelf al ruikt naar de schapen en hun geur opsnuift. Een herinnering aan zijn toekomst en opdracht.

Dus herders hebben het Christuskind als eersten mogen verwelkomen in deze wereld namens alle mensen. Maar daarmee is hun taak niet afgelopen.
“Zie ik verkondig jullie een vreugdevolle boodschap’ zegt de engel ‘die bestemd is voor heel het volk”.
Ze mogen het grote nieuws niet voor zichzelf houden. Want dit nieuws is bestemd ‘voor heel het volk’. De herders moeten vreugdeboden worden: De Verlosser is geboren. Ze hebben Hem zelf gezien en aangeraakt en in de armen genomen. Nu moeten ze hun vreugde delen met iedereen. Zodat heel de wereld de Goede Herder kan verwelkomen.
Door Kerstfeest te vieren zoals het bedoeld is, het feest van de geboorte van Gods Zoon, de bevrijder van de mensheid tot een nieuw leven, geven wij ook gehoor aan de stem van de Engel. We begeven ons met de herders, zelf áls een soort herders, naar de nieuw geboren Herder en Koning, in de stal van Bethlehem. We willen en kunnen de vreugde niet voor ons houden 3). We willen de hele wereld erin laten delen. Alleen, hoe doen we dat?

Dat is in elke tijd een uitdaging. Ook in onze tijd. Het CBS kwam vorige week met het bericht – wat we uit eigen ervaring allemaal allang weten – dat nog maar een kwart van alle Nederlands iets heeft met de kerk. Een ramp lijkt het. Het voelde voor velen vlak voor Kerst als zout in de wonde. Of moet je zeggen: dus één op de 4 Nederlanders heeft ondanks alles nog steeds iets met de kerk en met Jezus. Wat een vreugdevol bericht. Ondanks de terechte kritiek die mensen op de kerk hebben, ondanks dat veel mensen teleurgesteld zijn in de kerk, ondanks de onverschilligheid. We zijn allemaal één van die vier die volhouden omdat vreugde om de naam van Jezus ons vervult.
Voor veel mensen is het verhaal van God met de mensen dat de kerk vertelt, inderdaad iets dat achterhaald is. Jezus zelf is onbekend. Een naam uit het verleden.

Een maand geleden was ik Israël, om precies te zijn in Bethlehem. We vierden er in de geboortekerk de Mis. Hulpbisschop Herman Woorts hield voor vijfhonderd pelgrims uit Nederland de preek. Hij vertelde over een moeder die een kerstboom in de kamer versierde. Haar dochtertje dat erbij stond, vroeg op een gegeven moment: “mam, ga je God ook van zolder halen?” Moeder vroeg zich even af wat haar kind bedoelde.  Haar dochtertje bedoelde natuurlijk de kerststal en het kindje Jezus.
Ja, hoe kunnen wij God weer van zolder halen. Hoe kunnen we ons geloof aan de mensen laten zien als iets dat niet bij de oude spullen op zolder hoort of in een museum, nee als iets dat levends is, iets dat in elke generatie nieuw is, iets om ontzettend blij mee te zijn: een geschenk van Gods genade, een bron van heil voor alle mensen? 2) Hameren op overgeleverde en soms versleten vormen uit het verleden zoals zij die een cultuurchristendom aanhangen, brengt ons niet verder en sluit mensen buiten om hun afkomst of kleur of geaardheid. “De vreugde is bestemd voor héél het volk” van God en niet alleen voor eigen volk en natie.
Natuurlijk willen we mensen niet met Jezus in aanraking brengen om zieltjes te winnen. Dat doen herders van mensen niet. Het gaat niet om macht en aanzien. Het gaat erom dat mensen door het geloof in Jezus en in God vrij en krachtig en gelukkig worden. De vreugde delen met anderen houdt in dat we bereid zijn anderen belangeloos te dienen, oprecht geïnteresseerd te zijn in de ander. Laten we ons niet ontmoedigen door de statistieken en enquêtes. God heeft het hart van ons, mensen, zo gemaakt, dat we altijd naar Hem op zoek zijn. Dat is in deze tijd niet anders dan in vroeger tijden.

De afgelopen tijd heb ik verschillende mannen en vrouwen ontmoet die zeiden op zoek te zijn naar iets dat groter was dan zij. Die geborgenheid zoeken, een veilige basis voor hun leven. Het is God zelf die deze honger naar Hem in mensen heeft gelegd. Wanneer wij in onze liefdevolle houding naar onze medemensen uitstralen dat we onze kracht en inspiratie en hoop uit Jezus putten, zijn we als de herders die Jezus in hun hart hebben gesloten. Jezus hoort niet op zolder. Hij leeft in ons eigen hart. Wat fijn dat we dit samen mogen beleven en dat ook vieren op dit Kerstfeest. Laat ons dat bemoedigen.
Laten we de vreugde niet voor ons zelf houden. Laat hoop en vreugde ons leven bepalen. Meer hoeven we niet te doen. We hoeven God niet van zolder te halen. Hij is al uit de hemel neergedaald. Hij is mens geworden. Hij woont onder ons.
“Zie ik verkondig jullie een vreugdevolle boodschap die bestemd is voor heel het volk”. Amen

(c) Pastoor Martin Los
1) Evangelie van de Kerstnachtmis: Lukas 2:1-14
2) 2e lezing: Titus 2:11-14
3) 1e lezing: Jesaja 9:1-6

Empathie en investering. Preek tijdens de Kerstnachtmissen

Preek tijdens de Kerstnachtmissen in de Mariakerk op 24 december 2016

We zijn hier samengekomen om feest te vieren. De geboortedag van onze Heer Jezus Christus. Maar echt feest vieren kun je pas wanneer je ook elkaars zorgen deelt. En die zorgen zijn er. Op maatschappelijk gebied en in de grote wereld om ons heen. Die moeten we met elkaar delen om echt feest te vieren en met een goed gevoel naar huis te gaan.
Het Evangelie noemt die grote wereld met nadruk: “het geschiedde in die dagen dat een bevel uitging van keizer Augustus” en even verderop “toen Quirinius landvoogd van Syrië was”, het ook in onze dagen zo gekwelde Syrie.
Ook toen waren mensen vaak een speelbal van de machten en de politiek. Maar ze konden niet verhinderen dat God een nieuw begin maakte. Ironisch genoeg werkten ze juist hieraan mee.
Want dát vieren we vandaag. Dat God een nieuw begin maakte met de mensen. Tegen alle cynisme en tegen alle machtsvertoon in. God schreef de wereld niet af als een aandeelhouder die het niet meer ziet zitten en een faillissement forceert. Hij investeerde in ons door iedereen weer hoop te geven: “vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft”, dat zijn alle mensen van goede wil, alle mensen die zich bewust zijn van hun fouten en tekortkomingen, maar die geen kwaad bedrijven, geen onrecht tegen hun naaste plegen, geen geweld gebruiken, mensen die met lede ogen aan zien hoe het in de wereld toegaat. Aanslagen tegen onschuldige mensen, zinloos bloedvergieten in burgeroorlogen, mensensmokkel, groeiende kloof tussen arm en rijk.
God investeerde in onze wereld, en in ons mensen, door zelf mens worden. Is dat niet absurd? Als het slecht gaat met de wereld zelf mens worden? Of is dat het meest doeltreffende en hoopgevende? Dat staat op het spel.
Met de komst van Christus is er geen einde gekomen aan het kwade. Maar wel is de hoop voorgoed in ons geplant dat het niet het laatste woord heeft. Want tegen de hoop is niets bestand. En tegen de liefde, want hoop is liefde in actie.
Let goed op wíe er geroepen worden in die donkere wereld om de hoop van de wereld te vinden “in doeken gewikkeld liggende in een kribbe?” Het zijn herders. Je kunt van herders denken wat je wilt, maar ze houden de boel wel bij elkaar. Ze zoeken zelfs het verdwaalde en verloren schaap.
Het geheim van de hoop die God voorgoed aan de wereld heeft toevertrouwd door de geboorte van Jezus, – dat geheim is alleen veilig bij mensen die als herders willen zijn, bij hen die er alles voor over hebben om eenheid en vrede en gemeenschap te bewaren.
En juist over die eenheid en gemeenschap maken we ons zorgen. We zien hoe mensen in ons land en in eigen omgeving tegen elkaar opstaan, elkaar verdacht maken, elkaar geen plaats gunnen. Wie houdt niet zijn hart vast waar dit op uitloopt? Haat en geweld in woorden gaat in de geschiedenis vaak vooraf aan geweld in daden.
Op het vlak van de wereldpolitiek kunnen we niet direct invloed uitoefenen, al moeten we de kracht van ons gebed niet onderschatten. We moeten blijven bidden voor de grote wereld, ook om zelf innerlijke rust te verkrijgen, om niet krachteloos te worden door het sluipende gif van het cynisme of helemaal leeg raken door onmacht.
Maar op onze burgermaatschappij kunnen we wel invloed uitoefenen. Want die burgers zijn we zelf. Als christenen kunnen wij het verschil maken door niet mee te doen aan wederzijdse verkettering. Kritiek en verschil van mening prima. Conflicten met argumenten uitvechten, daar hebben we de democratie voor. Maar argwaan, verdachtmakingen, racisme, van welke kant ook, hoort niet. En daar moeten we niet aan meedoen.
Als mensen niet meer met elkaar communiceren, als groepen óver elkaar spreken in plaats van met elkaar, groeit onbegrip en ontstaan er breuken. Je komt er alleen uit als je bereid bent je in de ander te verplaatsen. Dat geldt in het klein, in huwelijken en families, in verenigingsverband. Het geldt ook in de maatschappij.
Hier komen we weer bij de hoop die in de wereld gekomen is met de geboorte van Jezus. Want wat betekent het dat God zich als mens laat vinden “in de stal, in een voederbak, in doeken gewikkeld”? Het betekent dat God zich in ons verplaatst. Niet een klein beetje, maar met huid en haar, met hart en ziel. De menswording van God is de uiterste vorm van empathie. Van invoeling in de ander. Van barmhartigheid. Jezus sticht de gemeenschap van God en mensen. Wat onverzoenlijk leek, maakt hij één.
Daarom moeten we alles zetten op de kaart van gemeenschapsvorming tussen mensen. Waar breuken zichtbaar worden, hardheid en onverzettelijkheid moeten wij een gemeenschap vormen, niet afgescheiden van de wereld, maar een plek te midden van de mensen, een oefenplaats.
Waar halen we de moed vandaan om dat te doen? Door de geboorte van Jezus in onze wereld. Door de hoop die met hem in de wereld gekomen is, een hoop dit nooit meer gedoofd kan worden. Want Christus is niet allen het kind in de kribbe, maar hij is ook onze Heer die zichzelf gegeven heeft om ons blijvend met God te verzoenen en een nieuwe mensheid te vormen. We vieren kerstmis omdat we altijd en in de eerste plaats Pasen vieren. Het geheim van kruis en opstanding. Daardoor kan onze hoop niet meer te niet worden gedaan.
Delen we deze zorgen die ik uitsprak? Zijn we het erover eens dat we moeten verbinden in plaats van stuk maken? Voelen we ons geroepen om die herder te zijn die de hoop van de wereld te begroeten als het kind in de kribbe. Herkennen we elkaar daarin als broeders en zusters? Geloven we dat God niet het domste gedaan heeft door mens te worden, maar juist het allerkrachtigste? Dan kunnen we ondanks onze zorgen om de wereld en de maatschappij echt feest vieren. Ja, laten we dat vooral doen. Feest is het. Feest moet er zijn. Verkondigen wij die vreugde aan iedereen. “Eer aan God in de hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft”. Ja, Warmen we ons als blinden die hun handen uitstrekken naar het vuur van de liefde. Zuigen we onze longen vol van de hoop. Zalig Kerstmis!

Pastoor Martin Los