afscheid en weerzien

Preek op de zesde zondag van Pasen op zaterdag 20 mei 2017 Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, toen Jezus met zijn leerlingen voor het laatst bijeen was, legde hij hen uit dat hij afscheid van hen zou moeten nemen. Dat is één van de moeilijkste zaken voor iemand die weet dat hij binnenkort zal sterven. Deze week nog sprak ik iemand die ernstig ziek is. “Dat ik binnenkort doodga, vind ik niet zo erg. Iedereen gaat vroeg of laat. Maar dat ik degenen die mij lief zijn daarmee zoveel verdriet bezorg. Dat vind ik het moeilijkst“.
Jezus wilde de pijn verzachten die zijn leerlingen te wachten stond. Ze konden nog helemaal niet bevatten dat hij zou sterven, laat staan wat er daarna zou gebeuren. Hij sprak in beelden omdat ze het nu nog niet konden begrijpen. Ze zouden pas begrijpen als het zo ver was. Juist door de woorden die hij tijdens zijn leven voor het afscheid tot hen gesproken had. Ze zouden een nieuwe wereld binnen treden.
Hij belooft hen dat ze niet met een lege plaats in hun midden achter zullen blijven. God, de Vader zal hen een andere Helper zenden die voor altijd bij hen zal blijven: ‘de Geest van de waarheid’*). Het enige wat ze daar zelf voor moeten doen, is Jezus liefhebben en zijn gebod om elkaar lief te hebben in praktijk te brengen. De liefde tot hun Heer en respect voor wat hij hen heeft opgedragen zal hen ontvankelijk maken voor de Heilige Geest. Die zal hen de ogen ervoor openen dat Jezus straks op een nieuwe wijze bij hen zal zijn: “Ik zal jullie niet als wezen achterlaten. Ik keer tot jullie terug. Nog een korte tijd en de wereld ziet mij niet meer, maar jullie zullen mij wel zien, want ik leef”*).
De wereld kent Jezus niet, heeft hem niet lief en heeft geen boodschap aan hem. Als Jezus straks sterft aan het kruis is dat voor de buitenstaanders einde verhaal. Zoals wij een berichtje in de krant lezen over iemand die is omgekomen. Maar als je iemand verliest van wie je houdt, dan keer je na diens dood niet terug tot de orde van de dag. Die persoon blijft je bezig houden. Het lijkt alsof hij of zij op een nieuwe manier je tegemoet komt door de levendige herinneringen.
Je laat die ander niet achter in het verleden, maar op een bepaalde manier, in een andere dimensie, leeft die ander voor jou door de liefde die je voor die ander hebt en waarvan je weet dat die ander die liefde voor jou koestert.
Dat is in de relatie van de Heer tot zijn vrienden, de apostelen, ook zo. Ook na zijn dood zal hij bij hen blijven doordat hij leeft in hun harten. Door de liefde waarmee ze hem beminnen en door het levende beeld dat ze van hem hebben.
Maar Jezus belooft hen dat hij niet alleen bij hen zal zijn door het levende beeld dat ze in hun liefde voor hem bewaren. Hij zal zélf bij hen zijn als de levende Heer.
Dat is vooraf helemaal moeilijk om uit te leggen. Alleen maar in beelden die ze pas als het zover is verstaan.
Het lijkt op wat in een normaal rouwproces gebeurt wat Jezus zijn leerlingen duidelijk maakt. En inderdaad lijkt wat Jezus vertelt op wat we allemaal in onze eigen rouw om een geliefde ervaren. Die geliefde persoon die de centrale plaats in ons hart heeft, ervaren we na diens dood op een nieuwe manier bij ons. Het is de liefde die mensen blijft verbinden met elkaar, ook na de dood.
Maar Jezus stérft niet alleen werkelijk. Hij is ook degene die de dood overwint. Daarom verschijnt hij aan zijn vrienden, de apostelen, niet alleen als een geliefde persoon, maar als de levende Heer. Daarvan getuigt ook het lege graf op Paasmorgen en de verschijningen.
Ómdat hij de levende Heer is mogen ze ook anderen met hem in aanraking brengen als de levende Heer. Normaal gaat de herinnering aan iemand die gestorven is, verloren als degenen die hem kenden ook zelf sterven. Soms meteen. Soms na een paar generaties. Sommigen beroemde personen blijven bestaan in verhalen. Er is geen persoonlijke relatie meer tot hen.
Maar Jezus is de levende Heer zelf. Daarom mogen degenen die hem liefhebben hem doorgeven aan anderen aan wie ze de blijde boodschap brengen en aan nieuwe generaties. Wij mogen de tegenwoordigheid van de Heer op dezelfde manier ervaren als de apostelen na Pasen.
Als we het geloof doorgeven, geeft Jezus Christus zichzelf door door ons. Door de liefde die we voor hem koesteren, de liefde die ons als gelovigen ook met elkaar verbindt. Daarom zegt de apostel Paulus zoals we hoorden: “heiligt in uw hart Christus als de Heer. Weest altijd bereid tot verantwoording van de hoop die in u leeft ” **). Die hoop die in ons leeft is Christus zelf. De kerk is vervuld van die hoop. Het houdt haar jong. Het maakt haar nieuw. Die hoop verbindt ons met elkaar. Ze is aanwezig in het hart van ieder van ons die gelooft of die verlangt te geloven. Dat is de Geest van de waarheid die ons geschonken wordt als we Jezus werkelijk liefhebben en zijn liefde naar elkaar toe in de praktijk brengen. Het verlangen daarnaar alleen al.
Dat is de Heilige Geest ***) waarvan we binnenkort met Pinksteren vieren dat hij over de kerk is uitgestort, over de hoofden van alle gelovigen. Die Geest is vandaag nog even sterk en levend als toen. Amen

Pastoor Martin Los
*) Evangelielezing: Johannes 14:15-21 **) 2e lezing: ! Petrus 3:15-18 ***) 1e lezing Handelingen der apostelen *:5-8,14-17

Dit zijn de voorgeschreven Schriftlezingen voor deze zondag in het universele lezingenrooster van de r.k. kerk 

Leven uit de hoop. Mijn 5e Vastenzondag overweging

zondag 2 april 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, een vuur verspreidt licht naar alle kanten, maar je kunt door het vuur zelf niet heen kijken. Een vlam maakt dat we kunnen kijken, maar als we er al te lang inkijken zien we vlekken voor de ogen. Zo is Jezus een licht voor onze ogen. “Ik ben het Licht der wereld” zegt hij. Maar als we naar hem kijken, staren we in een mysterie als in een lamp. We kunnen niet bevatten wat hij doet.
Is dat erg? Nee, want het gaat erom dat we leven in zijn licht. Hij opent onze ogen voor de werkelijkheid van God. Leven in het licht van Jezus dát is geloof. Wanneer wij zeggen dat we geloven, dan bedoelen we daarmee dat we oprecht proberen te leven en te werken in het licht van Jezus.
Het verhaal van de opwekking van Lazarus door Jezus gaat over dit geloof. En wel om geloof in zijn uiterste consequentie. Op het scherpst van de snede: leven en dood. “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven ook al is hij gestorven en ieder die leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dit?” *) vraagt Jezus aan Martha nadat haar broer Lazarus gestorven is. “Ja, Heer, ik geloof!” antwoordt Martha uit de grond van haar hart.
De dood heeft niet het laatste woord over ons leven, zegt Jezus. Dat hebben we niet van onszelf. Het is ook niet iets wat wij hoeven te bewijzen of te verdedigen. Het is geloof in Jezus. Hij laat ons zien dat God groter is dan de dood. Daarom kwam hij geen afscheid van Lazarus nemen op zijn sterfbed om zich neer te leggen bij de dood van zijn vriend, maar hij wekte hem op. Jezus gaat nog verder als hijzelf sterft aan het kruis en zijn leerlingen vinden op de derde dag zijn graf leeg.
Lazarus wordt nog teruggeroepen in het leven maar uiteindelijk zal hij zoals iedereen een keer sterven. Maar Jezus zelf is de eerstgeborene uit de doden.
Hij is de Levende die niet meer sterft. Hij schenkt het eeuwige leven aan allen die in hem geloven. Nu al. “Ieder die in mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven”.
We gaan eenmaal dood. Maar dat is dan niet het einde van het leven. Het is het einde van de dood die ons leven leek te omringen.
Geloven in de verrijzenis en in het eeuwig leven is dus geen vondst van onszelf. Het is geen prestatie van onszelf waarin wij van anderen verschillen die minder voorstellingsvermogen hebben. Of die minder optimistisch zijn. Dat is helemaal niet aan de orde. Er zijn christenen die van nature pessimistisch zijn, toch klampen zij zich vast aan de hoop die Jezus ons mensen schenkt. Geloven is niet hetzelfde als optimisme. Het is hoop. Niet hoop dit uit onszelf voorkomt zoals van supporters van Feyenoord en Ajax die hopen dat hun club vanmiddag gaat winnen. Hoop is dan een ander woord voor voorkeur of wens. De hoop waarover wij christenen spreken en die we ervaren, is een werkelijk geschenk dat we mogen omarmen.
Leven we in het licht van Jezus, durven we dat aan? Zien wij als het ware met Zijn ogen? Keren we als zonnebloemen steeds weer naar Zijn licht?
Kunnen we in dat licht van Jezus ons eigen leven, met nieuwe ogen gaan zien? En dat van onze medemensen? Als het waar is dat de dood niet het einddoel is van ons leven – Jezus nodigt ons uit om die waarheid te omarmen – dan rijst onmiddellijk de vraag: “hoe is leven dat niet meer geregeerd wordt door de dood? Hoe kunnen wij dat leven leven en beleven?”
In de eerste plaats door niet alleen maar meer krampachtig met ons eigen leven en de eindigheid ervan bezig te zijn. Zolang mogelijk leven en zoveel mogelijk voor onszelf eruit halen als een grabbelton, meestal met weinig oog voor anderen. Nee, we mogen het leven als een wonder in ieder mens te zien. Niet alleen in de geslaagde mensen, maar ook in de mensen die minder geslaagd zijn.
In de tweede plaats door niet het leven te beschouwen als ons bezit, maar als een geschenk van God aan ons, een geschenk dat ons niet op onszelf terugwerpt, maar dat ons verbindt met God als de bron van alle leven, dat ons voedt met Gods liefde. In de derde plaats door het leven te zien als mogelijkheid tot het leven delen met elkaar, het leven vieren, elkaar dienen. Het leven zelf verbindt ons dan met God juist door ons tekort, dat we sterfelijke mensen zijn.
Ook door het leven door te geven. Leven in solidariteit met elkaar als generaties die elkaar opvolgen. Zo kunnen we doorgaan. Heel de rijkdom van het leven komt aan het licht wanneer we in Jezus geloven die zegt: “Ik ben de Verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven. En wie leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven”.
Wat doet het met ons als we die woorden echt tot ons door laten dringen? Het kan niet anders of je wordt vervuld van hoop. Het probleem is, dat we geneigd zijn te denken: “Ja, het lijkt me heel mooi om dat te geloven, maar dan wil ik toch eerst ergens de zekerheid dat het echt zo is”. Maar het gaat er nou juist om, dat Jezus zelf de waarheid is. Hij is zelf het licht dat ons verlicht. We moeten het met hem wagen als de bron van het echte leven zoals God het bedoeld heeft, en zoals God het ons gegeven heeft. Ons leven zoals God het zal voltooien in zijn liefde als de dood voorbij is.
Door zo te geloven mogen we als christenen een teken van hoop zijn voor alle mensen. Door onze manier waarop we met het leven zelf omgaan, door zorg voor de naaste, door liefde voor de zwakkeren, door samen het leven mooi te maken en te vieren, en ook elkaar bij te staan in droeve omstandigheden. Door elkaar te vergeven. Telkens wordt daar heel concreet al de dood overwonnen.
Dat is geloven in hem die zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven….Geloof je dat?” Jezus gaat ons voor als het licht dat ons steeds de ogen opent en de weg wijst. Totdat ons leven zelf voltooid is in Gods liefde en er geen duisternis meer is, maar enkel licht. Amen

(c) Martin Los

*) Evangelielezing voor deze zondag volgens het universele leesrooster van de r.k. kerk: Johannes 11:1-45
(1e lezing: Ezechiël 37:12-14; 2e lezing: Romeinen 8:8-11)
**) Afbeelding: Opwekking van Lazarus, Karl Isakson 187801912