Empathie en investering. Preek tijdens de Kerstnachtmissen

Preek tijdens de Kerstnachtmissen in de Mariakerk op 24 december 2016

We zijn hier samengekomen om feest te vieren. De geboortedag van onze Heer Jezus Christus. Maar echt feest vieren kun je pas wanneer je ook elkaars zorgen deelt. En die zorgen zijn er. Op maatschappelijk gebied en in de grote wereld om ons heen. Die moeten we met elkaar delen om echt feest te vieren en met een goed gevoel naar huis te gaan.
Het Evangelie noemt die grote wereld met nadruk: “het geschiedde in die dagen dat een bevel uitging van keizer Augustus” en even verderop “toen Quirinius landvoogd van Syrië was”, het ook in onze dagen zo gekwelde Syrie.
Ook toen waren mensen vaak een speelbal van de machten en de politiek. Maar ze konden niet verhinderen dat God een nieuw begin maakte. Ironisch genoeg werkten ze juist hieraan mee.
Want dát vieren we vandaag. Dat God een nieuw begin maakte met de mensen. Tegen alle cynisme en tegen alle machtsvertoon in. God schreef de wereld niet af als een aandeelhouder die het niet meer ziet zitten en een faillissement forceert. Hij investeerde in ons door iedereen weer hoop te geven: “vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft”, dat zijn alle mensen van goede wil, alle mensen die zich bewust zijn van hun fouten en tekortkomingen, maar die geen kwaad bedrijven, geen onrecht tegen hun naaste plegen, geen geweld gebruiken, mensen die met lede ogen aan zien hoe het in de wereld toegaat. Aanslagen tegen onschuldige mensen, zinloos bloedvergieten in burgeroorlogen, mensensmokkel, groeiende kloof tussen arm en rijk.
God investeerde in onze wereld, en in ons mensen, door zelf mens worden. Is dat niet absurd? Als het slecht gaat met de wereld zelf mens worden? Of is dat het meest doeltreffende en hoopgevende? Dat staat op het spel.
Met de komst van Christus is er geen einde gekomen aan het kwade. Maar wel is de hoop voorgoed in ons geplant dat het niet het laatste woord heeft. Want tegen de hoop is niets bestand. En tegen de liefde, want hoop is liefde in actie.
Let goed op wíe er geroepen worden in die donkere wereld om de hoop van de wereld te vinden “in doeken gewikkeld liggende in een kribbe?” Het zijn herders. Je kunt van herders denken wat je wilt, maar ze houden de boel wel bij elkaar. Ze zoeken zelfs het verdwaalde en verloren schaap.
Het geheim van de hoop die God voorgoed aan de wereld heeft toevertrouwd door de geboorte van Jezus, – dat geheim is alleen veilig bij mensen die als herders willen zijn, bij hen die er alles voor over hebben om eenheid en vrede en gemeenschap te bewaren.
En juist over die eenheid en gemeenschap maken we ons zorgen. We zien hoe mensen in ons land en in eigen omgeving tegen elkaar opstaan, elkaar verdacht maken, elkaar geen plaats gunnen. Wie houdt niet zijn hart vast waar dit op uitloopt? Haat en geweld in woorden gaat in de geschiedenis vaak vooraf aan geweld in daden.
Op het vlak van de wereldpolitiek kunnen we niet direct invloed uitoefenen, al moeten we de kracht van ons gebed niet onderschatten. We moeten blijven bidden voor de grote wereld, ook om zelf innerlijke rust te verkrijgen, om niet krachteloos te worden door het sluipende gif van het cynisme of helemaal leeg raken door onmacht.
Maar op onze burgermaatschappij kunnen we wel invloed uitoefenen. Want die burgers zijn we zelf. Als christenen kunnen wij het verschil maken door niet mee te doen aan wederzijdse verkettering. Kritiek en verschil van mening prima. Conflicten met argumenten uitvechten, daar hebben we de democratie voor. Maar argwaan, verdachtmakingen, racisme, van welke kant ook, hoort niet. En daar moeten we niet aan meedoen.
Als mensen niet meer met elkaar communiceren, als groepen óver elkaar spreken in plaats van met elkaar, groeit onbegrip en ontstaan er breuken. Je komt er alleen uit als je bereid bent je in de ander te verplaatsen. Dat geldt in het klein, in huwelijken en families, in verenigingsverband. Het geldt ook in de maatschappij.
Hier komen we weer bij de hoop die in de wereld gekomen is met de geboorte van Jezus. Want wat betekent het dat God zich als mens laat vinden “in de stal, in een voederbak, in doeken gewikkeld”? Het betekent dat God zich in ons verplaatst. Niet een klein beetje, maar met huid en haar, met hart en ziel. De menswording van God is de uiterste vorm van empathie. Van invoeling in de ander. Van barmhartigheid. Jezus sticht de gemeenschap van God en mensen. Wat onverzoenlijk leek, maakt hij één.
Daarom moeten we alles zetten op de kaart van gemeenschapsvorming tussen mensen. Waar breuken zichtbaar worden, hardheid en onverzettelijkheid moeten wij een gemeenschap vormen, niet afgescheiden van de wereld, maar een plek te midden van de mensen, een oefenplaats.
Waar halen we de moed vandaan om dat te doen? Door de geboorte van Jezus in onze wereld. Door de hoop die met hem in de wereld gekomen is, een hoop dit nooit meer gedoofd kan worden. Want Christus is niet allen het kind in de kribbe, maar hij is ook onze Heer die zichzelf gegeven heeft om ons blijvend met God te verzoenen en een nieuwe mensheid te vormen. We vieren kerstmis omdat we altijd en in de eerste plaats Pasen vieren. Het geheim van kruis en opstanding. Daardoor kan onze hoop niet meer te niet worden gedaan.
Delen we deze zorgen die ik uitsprak? Zijn we het erover eens dat we moeten verbinden in plaats van stuk maken? Voelen we ons geroepen om die herder te zijn die de hoop van de wereld te begroeten als het kind in de kribbe. Herkennen we elkaar daarin als broeders en zusters? Geloven we dat God niet het domste gedaan heeft door mens te worden, maar juist het allerkrachtigste? Dan kunnen we ondanks onze zorgen om de wereld en de maatschappij echt feest vieren. Ja, laten we dat vooral doen. Feest is het. Feest moet er zijn. Verkondigen wij die vreugde aan iedereen. “Eer aan God in de hoge en vrede op aarde aan de mensen die Hij liefheeft”. Ja, Warmen we ons als blinden die hun handen uitstrekken naar het vuur van de liefde. Zuigen we onze longen vol van de hoop. Zalig Kerstmis!

Pastoor Martin Los

Laat je hoop niet de bodem inslaan. Va-t’en, Satan.

Preek op de 19e gewone zondag door het jaar 6/7 augustus 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, Jezus spoort zijn leerlingen aan om altijd vol verwachting te zijn. “Houdt jullie lendenen omgord en de lampen brandend”.
In die tijd – en sommige culturen nog steeds – droegen mannen en vrouwen lange gewaden die het hele lichaam bedekten. Om zich bij het werk sneller te kunnen bewegen, droeg men een koord om het middel om het kleed iets op te kunnen trekken. Kijk als priester draag ik onder mijn overkleed, het kazuifel, als onderkleed een lange witte albe met een koord. Dit koord maakt dat ik niet struikel over de kleding. Wanneer men ging slapen maakte men het koord los. “Houdt je lendenen omgord” betekent dus: “sta klaar”.
olielamp2016“Houdt de lampen brandend” hangt daarmee samen. Bij het slapengaan blies men de olielampen uit. Maar wie op iets of iemand wachtte, zorgde voor voldoende olie. “slaap niet in, maar sta altijd klaar” bedoelt Jezus. Die instelling past bij mensen die vertrouwen hebben in Jezus, als de levende Heer, in zijn persoon en in zijn boodschap.
Het is dus meteen ook een vraag aan onszelf als mensen die zichzelf christen noemen: “Ben ik vol verwachting en sta ik elk moment klaar om uitdrukking te geven aan die verwachting?”
Wie of wat mogen we dan verwachten? Jezus vult ter verduidelijking aan: “Gedraag jullie als mensen die wachten op de terugkomst van hun heer, die naar de bruiloft is, om als hij aankomt en klopt, hem onmiddellijk open te doen”. Er is dus geen sprake van onheil en je schrap zetten daartegen, maar een blijde verwachting. De heer is naar een bruiloftsfeest. Als knechten ga je dan niet de poort voor de nacht sluiten. Je blokkeert niet zoals anders de deuren voor inbrekers om rustig te kunnen slapen. Dan zou je je eigen heer buitensluiten en in het donker van de nacht laten staan. Nee, je weet dat hij komt, dus ook al valt de avond, je blijft op hem wachten. Des te blijer ben je als de heer eindelijk thuiskomt. Je stelt je intussen al voor hoe opgeruimd en vrolijk hij zal zijn vanwege het feest waar hij vandaan komt. Je krijgt inwendig ook al een blij gevoel.
Nogmaals, aan ons de vraag: “Zijn wij vol verwachting, als christenen. Wachten wij elk moment op tekenen dat onze Heer aantocht is? Verwachten wij hem juist als het wachten écht wachten wordt omdat het donker wordt om ons heen en de avond valt?
Het gaat om de hoop die altijd in ons is door het geloof in Jezus. Er gebeurt in de wereld genoeg dat mensen de moed kan ontnemen dat je met positieve inzet nog iets kunt bereiken. Als christenen kunnen we niet zeggen dat het allemaal wel meevalt. We begrijpen de angst en onzekerheid. En we hebben oog voor de omstandigheden van mensen die maatschappelijk aan het kortste eind dreigen te trekken en teleurgesteld zijn. Maar we doen niet mee hen die opzetten tegen anderen, tegen vreemdelingen, tegen mensen met een andere godsdienst en een andere cultuur. We willen trouw blijven aan de opdracht van Jezus om de ander te respecteren en in vrede met iedereen te leven.
We blijven niet aan de kant staan om te huilen met de wolven. We doen als christenen daadwerkelijke pogingen om mensen met elkaar te verbroederen. Waar anderen uit frustratie de deur in het slot gooien, zoeken wij naar openingen. Waar anderen uit ongeduld bruggen afbreken, proberen wij kloven te overbruggen en zelf die bruggen te zijn. Wist u dat het Latijnse woord voor priester “pontifex” bruggenbouwer is. De paus is pontifex maximus, opper bruggenbouwer. Allereerst de brug van de hemel naar de aarde en omgekeerd, dan tussen de gelovigen om de eenheid te bewaren bij alle verschillen, en ook om alle mensen met elkaar te verzoenen.
Dat is onze taak in de wereld:  bruggen bouwen. Wie de Heer verwacht, legt zich nooit neer bij het bestaande, maar zoekt altijd naar mogelijkheden om mensen te troosten, om vrede te stichten, om het leed te verzachten. We schrijven niemand af. We mogen geen grenzen stellen aan onze bereidheid Christus te dienen. We moeten niet zeggen: “Tot daar toe, maar niet verder!” Als we vol hoop zijn, zullen we steeds weer mogelijkheden ontdekken om te laten zien dat wij geloven in de komst van het rijk van God.
Wat is dat voor een dienaar die zegt: “ik wil wel uitzien naar de komst van de Heer zolang het dag is, maar als het donker wordt ga ik slapen. Dan had hij maar eerder moeten komen”. Juist als het donker wordt, kunnen we des te meer laten zien hoe we op Christus vertrouwen, op de betrouwbaarheid van het Evangelie, op de wonderbare macht van God. Juist in het donker zijn lichtpunten des te belangrijker.
JacquesHamle2016Deze week was de uitvaartdienst in de kathedraal van Rouen voor de 86-jarige priester, Jacques Hamel, die terwijl hij aan het altaar diende, werd gedood door terroristische jongeren. Tijdens die eucharistie werd bekend gemaakt, dat de laatste woorden van Hamel waren, voor zijn geweldadige dood op dat genadeloze donkere moment in zijn leven: “Va’t en, satan!” (ga weg, Satan) Met die uitroep beschuldigde hij niet de Islam van duivelse trekken. Of mensen met een andere huidskleur. Zelfs vervloekte hij daarmee niet die verblinde jonge mannen die hem gingen doden. Het was geen kreet van grenzeloze haat. Op dat moment dat de afgrond van het kwaad zich voor hem opende, zag hij het triomferende gezicht van de Satan die zei: zie je nou wel dat Jezus met zijn mooie praatjes van Gods liefde niks voorstelt? Zie nou wel dat je geloof in God een grote vergissing is? Ik trek aan het langste end!
“Ga weg, satan” betekende dat Jacques Hamel zich zijn geloof niet liet afnemen door het kwaad dat hem overkwam. Hij liet zich de overwinning van het geloof in Jezus, van dienst zege op het kwade en de dood, niet afnemen. Zo is pastor Hamel een onherroepelijk getuige geworden van Christus die voor altijd herinnerd zal worden, niet als slachtoffer, maar als overwinnaar. Een ware dienaar die zijn lendenen omgord had en zijn lamp brandend om terstond als zijn Heer kwam de deur te openen.
Laten wij dan in veel minder ingrijpende alledaagse situaties niet de moed opgeven. In racisme, vreemdelingenhaat, grijnst een satanische aanblik ons aan om ons te verleiden het op te geven. Laten we dan op zulke momenten zelf zeggen:  ga weg, Satan. Er is voor wie gelooft altijd reden tot hoop. Er is altijd aanleiding om vanuit de vreugde van het Evangelie van onze Heer te handelen en de kansen aan te grijpen. Er is voor het geloof altijd een weg die zich opent. “Gelukkig de dienaren die de heer zo aantreft” zegt Jezus. Hij verheugt zich erin ons zo bezig te zien, vol van zijn komst. Laten we hem niet teleurstellen. Amen

(c) Pastoor Martin Los
Schriftlezingen in de Mis van deze zondag uit het universele lectionarium van de r.k.kerk. 1e lezing: Wijsheid 18;6-9; Hebreeën 11:1-2,8-12; Evangelie: Lucas 12:32-40