Oma heeft me gestuurd om te zeggen dat het haar spijt

Oma heeft met gestuurd om te zeggen dat het haar spijt. Fredrik Backman Querido 2014 vert. Edith Sybesma

Bij toeval kreeg ik dat boek in handen. Een voor mij onbekende Zweedse jonge schrijver schreef het. Ik begon er aarzelend aan. Op het eerste gezicht leek het mij een hoog Pipie Langkous gehalte te hebben. Maar dat viel heel erg mee. Elsa, een meisje van zeven (bijna acht jaar) die anders is dan anderen bekijkt haar wereld vanuit de sprookjes die haar oma zevenenzeventig jaar, haar heeft verteld. Oma is tegendraads en dat bevalt haar kleinkind dat in dezelfde flat woont als zij. Haar ouders zijn gescheiden. Haar moeder verwacht een kind. Het verhaal speelt zich af tussen de laatste dagen van oma en de geboorte van het stiefzusje/broertje rond Kerstmis. De humor in de eerste hoofdstukken weerhield me ervan het boek na een korte kennismaking te sluiten. Gelukkig maar want deze roman is verrassend en intelligent geschreven. De drieendertig hoofdstukken blijken aan het eind allemaal te verwijzen naar de geuren in het appartement van oma dat Elsa erft. De andere bewoners van het appartementencomplex die eerst vreemden voor elkaar lijken in Elsa’s ogen blijken gaandeweg in relatie tot elkaar te staan, en vooral tot oma. Oma is arts geweest op plaatsen waar een ramp (tsunami) of burgeroorlog was. De werkelijkheid van oma en die mensen over wie zij zich ontfermde, bevat verschrikkelijke ervaringen. Om die te verwerken vertelt oma sprookjes aan haar kleinkind waarin deze trauma’s omgevormd worden tot mythische verhalen van helden en draken, prinsen, legendarische dieren, schaduwen, wolken, dromen.
FredrikBackman0001De boodschap doorheen het boek is dat we fantasie nodig hebben om te overleven. Zonder een bepaalde manier van geloof waardoor hoop wordt gevoed tegen de stroom in, wordt leven onleefbaar. We kunnen ook niet zonder liefde voor het leven, ondanks de verdrietige kanten. En de meeste mensen zijn niet echt goed of slecht of dom, maar van beiden een beetje of een beetje veel. Daarom moeten we luisteren naar boodschappen vol troost en uitzicht zoals oma haar kleindochter vertelt. Elsa komt er in de loop van het boek achter dat de mensen die samen met oma en haar de flat bewonen, allemaal een rol spelen in de sprookjeswereld waarin oma haar heeft binnengeleid. Zo leert zij – en wij als lezers – de personen begrijpen als mensen die allemaal op een bepaalde manier verwond zijn geraakt door gebeurtenissen in hun leven. Ze leert daardoor ook minder snel veroordelen, en mensen te waarderen of te respecteren, en vooral zich niet door angst te laten leiden. De sprookjeswereld bestaat uit zeven verschillende rijken die allemaal een aspect van het leven op aarde vertegenwoordigen. Het op een na laatste is het rijk van de spijt. Waar mensen niet meer oprecht “sorry” tegen elkaar kunnen zeggen, overwinnen de donkere schaduwen en nemen de vorm aan van al wat bestaat. De glans verdwijnt en niets smaakt nog. Het boek eindigt er mee dat oma een persoonlijke brief aan alle bewoners van het appartement afzonderlijk heeft geschreven en die naar haar dood door Elsa gevonden moeten worden en bij de geadresseerd worden gebracht. Tenslotte is de brief aan Elsa zelf waarin zij haar erfgenaam maakt van het “ kasteel” en “de schat”. In elke brief betuigt oma spijt voor de keren dat zij hen voor schut heeft gezet of de spot met hen heeft gedreven. Deze bespreking zou misschien de indruk kunnen wekken dat het een moralistisch boek is. Maar het roept juist op om het leven te vieren, zoals het komt, je niet te laten leiden door codes van wat men vindt en denkt, protocollen, oppervlakkige beschaving. Het boek is doortrokken van ironie. Het resultaat is dat er vaak een spontane glimlach op het gelaat van de lezer verschijnt. Dat de volwassenwereld vanuit de ogen van een bijzonder kind wordt gezien en bevraagd draagt daar zeker tot bij. We kunnen dit sprookje voor volwassenen ook opvatten als een pleidooi aan ouders om hun niet alleen voor de televisie te laten zitten, maar vooral ook zelf voor het slapen gaan verhalen te vertellen of voor te lezen.

© Martin Los

Koester de ironie als de waarheid je lief is

Standvastig van standpunt
Met liefde denk ik terug aan mijn gereformeerde jeugd. Mijn ouders waren hartelijke oprecht gelovige mensen, maar niet streng. Voor hen waren gereformeerde leer en zede een richtsnoer en geen keurslijf. Ze waren wars van letterknechterij of het nu de Bijbel zelf betrof, of kerkelijke leer/traditie of welke bepalingen van welke instantie dan ook. Wel leerde ik ongemerkt door de gesprekken die mijn ouders thuis voerden met familie en vrienden, dat je altijd een standpunt moest innemen. Als je eenmaal een standpunt had dan moest je dat ook vasthouden en zo nodig ervoor uitkomen. Wij, gereformeerde jongens, gingen dan ook naar de jeugdclub zondagsmorgens na de kerkdienst. Daar bespraken we bijbelse onderwerpen. We leerden discussiëren over allerlei thema’s waar we zelf ook me te maken kregen zoals zondagsrust, respect voor anderen, vloeken, amusement, enzovoort. Had je eenmaal een standpunt gevonden, dan kon je daarmee verder, hopelijk voor je hele leven. Een standvastig standpunt.

“Niet consequent”
Een paar jaar later – de televisie had zijn intrede gedaan – hoorde ik als tiener de toenmalige voorzitter van Feyenoord een uitspraak doen die mij evenzeer onthutste als fascineerde. Een journalist zei tegen hem: “mijnheer Kieboom, vorige maand zei u dit, en nu zegt u dat. Dat is toch niet consequent?” Waarop de havenbaron antwoordde: “Wie heeft gezegd dat ik consequent moet zijn?
De ironie die uit zijn woorden sprak, raakte me diep. Tegelijk zorgde zijn uitspraak voor enige kortsluiting in mijn gereformeerd gevormde brein. Deze echte Rotterdamse manier van “recht voor zijn raap” spreken waarmee ik als Rotterdamse jongen vertrouwd was, maakte me iets duidelijk dat even vreemd als vanzelfsprekend leek: dat een standpunt situationeel door tijd en ruimte bepaald is. Waarheid heeft alles met perspectief te maken. Achteraf gezien sloot deze ontdekking natuurlijk goed aan bij mijn opvoeding en de ruimdenkende manier waarop mijn ouders omgingen met principes. Zij wisten gelukkig dat “Jeder Konzekwenz zum Teufel führt

Meersporigheid
Mogelijk ontdekken we hier de kiem van wat mij later heel lief geworden is. Dat is het inzicht dat de werkelijkheid niet bestaat uit of-of maar uit en-en en nog veel meer. De Calvinistische wereld leefde bij de gratie van of-of. Dat was haar kracht. De waarheid was één, en daarbij past één principieel standpunt. Alleen de Bijbel, alleen het geloof, alleen de genade, alleen God de eer.
Katholieken leefden bij Schrift en Traditie, Geloof en goede werken, genade en natuur, God en mensen. Ze doen dat nog steeds, hoewel ook bij hen of-of denken soms ook voorkomt en voor spanning zorgt. Als de leer boven het leven wordt gesteld bijvoorbeeld.
Ik leerde tijdens mijn studie steeds meer de meersporigheid van de katholieke waarheidsbeleving waarderen. Beide bovenstaande manieren van denken én beleven werken nog steeds door in onze Nederlandse samenleving en de wijze waarop bevolkingsgroepen tegen elkaar aankijken. Protestanten komen op katholieken in het algemeen nog steeds als te stijl en gelijk hebberig over en omgekeerd komen die als weinig principieel, onzeker en soms zelf wat onbetrouwbaar over op hun Reformatorische broeders en zusters. Voeg hier de geografie van boven en beneden de grote rivieren nog aan toe.
Nu we na de nadagen van de verzuiling in een geseculariseerde omgeving terecht gekomen zijn, spelen deze mentaliteiten nog steeds door. Achter menig politiek-correcte uitspraak is het of-of nog steeds te herkennen. Helaas lijkt voor het en-en zowel in de populistische repertoire als in het politiek-correcte steeds minder plaats.
Het is ongelofelijk hoe we in het publieke en politieke debat doen alsof we de waarheid in pacht hebben. Nuances verbleken, ironie gaat verloren, en de enige humor die er is, gaat ten koste van anderen.
Dat gebeurt als we doen alsof we de waarheid zelf in pacht hebben. Het is wat we tegenwoordig “framen” noemen. Maar wij bezitten de waarheid niet. We mogen blij zijn als de waarheid een licht op onze weg is.

Erasmus van Rotterdam
erasmus1In maart van dit jaar woonde ik het symposium Erasmus Oecumenicus bij in het Gouds Museum. Dit symposium was georganiseerd om te herdenken dat 500 jaar geleden de kritische uitgave door Erasmus van het Nieuwe Testament in het Grieks uitkwam. Een jaar voordat Martin Luther zijn stellingen op de vooravond van Allerheiligen op de deur van de kapel in Wittenberg spijkerde.
De grote Nederlander en Europeaan Erasmus blijkt moeilijk te plaatsen. De Rooms-katholieke kerk, Luther en de Reformatie, maar ook de latere humanistische traditie namen afstand van de unieke denker en wetenschapper. Elk om hun eigen reden. Voor de Kerk was hij te kritisch, voor Luther te rooms-katholiek, voor de humanisten te vroom.
Interessant en opmerkelijk is dat tijdens het symposium alle drie stromingen Erasmus nu toch probeerden in te lijven. De pauselijke nuntius in Nederland Aldo Cavalli, een van de inleiders, betoogde met de charme die hem eigen is, dat Erasmus altijd katholiek gebleven is. Van protestantse zijde werd benadrukt dat Erasmus zonder meer gezien kan worden als wegbereider van de Reformatie. En ook van Humanistische zijde lijkt Erasmus gerehabiliteerd te worden als echte humanist. Erasmus past duidelijk niet in een wereld van of-of.
Trouwens, een van zijn meest bekende werken is de Lof der Zotheid. Een boekje dat bol staat van humor. En ook ironie is een wapen, sterker nog een wezenstrek van de in Gouda als kind van een priester geconcipieerde maar in Rotterdam geboren monnik.

Tafelgesprekken als waarheidsvinding
Een van de inleiders was professor Herman Pleij. Met het hem eigen pathos, maar toch heel zorgvuldig, bijna koesterend, legde Pleij uit hoe Erasmus te werk ging bij zijn publicaties.
In die tijd botsten nieuwe ontdekkingen op oude waarheden. Kritische uitingen konden als gevaarlijk worden beschouwd vanwege onrust die ze veroorzaakten. Daarom ging Erasmus zorgvuldig te werk. Niet uit angst, maar omdat hij behoedzaam met de waarheid wilde omgaan. Bij zijn Antwerpse uitgever, maar ook tijdens zijn verblijf in Londen nam Erasmus deel aan tafelgesprekken met kritische geesten uit zijn tijd. De tafel was geen kale vergadertafel, maar een rijk gevulde dis van vrienden onder elkaar die elkaar hun vertrouwen schenken. Tijdens deze tafelgesprekken nam Erasmus vaak bewust een standpunt in dat door niemand nog was ingenomen.
Dat was voor hem de manier om door woord en wederwoord dichter bij de waarheid te komen. Er gingen later verslagen van deze gesprekken – en vooral van de bijdragen van Erasmus – van hand tot hand, door heel Europa. Erasmus protesteerde daartegen omdat wat in die verslagen voor zijn overtuiging doorging, eerder een rol was die hij innam om door het gezamenlijke debat de waarheid omtrent iets te ontdekken. Er sprak voorlopigheid uit deze manier van denken. Als we over de waarheid denken te beschikken ontglipt ze ons juist.

Liefde tot de waarheid kan niet zonder relativering en ironie
Het spreekt mij bijzonder aan dat Erasmus de gesprekken niet gebruikte om zijn standpunt te verkondigen als een onaantastbare waarheid. Hij koos ervoor om door vragen, twijfels, ironie ingenomen standpunten kritisch te benaderen. Daarmee toonde hij aan dat we de waarheid nooit definitief kunnen bezitten, maar dat ze altijd in een bepaalde perspectief gezien en beleefd moet worden.
Wat een zegen zou het zijn voor onze tijd als we leerden zo om te gaan met waarheidsvinding. Nu nemen publieke figuren – en zij niet alleen – een standpunt in dat als absolute waarheid verkondigd wordt. Men identificeert zich er helemaal mee. Van standpunt veranderen wordt gezien als gezichtsverlies en als zwakheid.
Waarom niet soms bewust een ander standpunt innemen om het eigen gelijk van jezelf of de groep aan de tand te voelen? Waarheidsvinding kan niet zonder relativeren. Relativeren van je standpunten, maar ook van jezelf. Erasmus uit Rotterdam verstond deze kunst. Ik pleit ervoor dat we die kunst opnieuw leren en toepassen. Naast elk of-of een en-en, nou-en-of.

© Martin Los