De liefde onder elkaar bewaren

Preek op de vijfde zondag in de Paastijd 15 mei 2022 Houten

“Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat jullie mijn leerlingen zijn als je de liefde onder elkaar bewaart” 3)
Zusters en broeders, wanneer  wij de vraag zouden moeten beantwoorden waaraan je echte christenen kunt herkennen, wat zouden wij dan antwoorden? Dat ze bidden voor het eten? Dat ze elke zondag daar de kerk gaan? Dat ze instemmen met de geloofsbelijdenis?
Het antwoord dat Jezus op deze vraag geeft is: dat ze de liefde onder elkaar bewaren. We kunnen veel voor anderen over hebben en tegelijk op onze medechristenen afgeven dat ze in onze ogen te kort schieten. We kunnen dagelijks de rozenkrans bidden en tegelijk aan allerlei dingen denken behalve wat Jezus van ons vraagt.
Als we onszelf de vragen stellen wat wij doen om die onderlinge liefde waarover Jezus spreekt, te  bewaren, moeten we dan niet concluderen dat we daar niet echt actief mee bezig zijn? Soms zelfs onverschillig en passief. Dat we in elk geval niet de eerste stap zetten, maar altijd wachten tot de ander dat doet? Toch zegt Jezus: “Hieruit zullen allen opmaken dat jullie mijn leerlingen zijn en dat je de liefde onder elkaar bewaard”. Het is prioriteit voor de kerk en voor ons als christenen persoonlijk topprioriteit. Want niet alleen zullen we daar waar we elkaar oprecht liefhebben, in die onderlinge liefde Jezus Christus zelf in onze gemeenschap en in ons leven ondervinden, we zullen door die onderlinge liefde waardoor we als volgelingen van Jezus herkenbaar zijn, ook onze medemensen in contact met Jezus en met het Evangelie brengen. Nog voor we iets over Hem en ons geloof tegen anderen gesproken hebben. Ik hoor het de mensen zeggen: “Je kunt zeggen wat je wilt van die christenen, maar als je ziet hoe ze met elkaar omgaan, dan heb ik daar alleen maar groot respect voor. Er gaat wel wat van ze uit hoor”
We hoorden in de eerste lezing uit het boek van de Handelingen van de apostelen dat Paulus en Barnabas verslag uitbrachten aan de kerk in Jeruzalem van hun reizen waarop ze het Evangelie hadden verkondigd. Hoe ze voor een ongelovige wereld “de poorten van het geloof hadden geopend”. 1) Het boek van de Handelingen vertelt ons zoals u weet, over de eerste christenen. De kerk stond nog in de kinderschoenen. Er waren nog geen kerkgebouwen, er was nog geen kerkelijke hiërarchie zoals wij die kennen in de vorm van paus, bisschoppen en priesters. Er waren nog geen theologische en stichtelijke boeken. Geen heiligenbeelden. Geen bedevaartsplaatsen. Ze hadden niets behalve de boodschap van de verrijzenis van Jezus en een nieuw leven  door de relatie met de levende Heer.
Maar ze hadden de “poorten van het geloof voor de ongelovige wereld geopend”. Niet door dwang of geweld. Niet door list en bedrog. Niet door een gelikte reclame campagne. Nee, alleen doordat ze met blozende wangen het verhaal van Jezus vertelden en doordat ze elkaar lief hadden met de liefde die ze zelf ondervonden door het mysterie van  Pasen, door de vreugde dat God de wereld met zich verzoende door Jezus Christus. Een nieuw begin voor hen zelf en voor alle mensen. Een gewonde mensheid die geheeld werd door de genade van God.
Iedereen zag dat deze eerste christenen, de eersten die leefden vanuit Pasen, helemaal vervuld waren van wat ze verkondigden en dat ze dat met elkaar deelden en vervuld waren van liefde voor elkaar.
Dat moet ook ons hoop en moed geven, zusters en broeders. Wij zien in onze tijd zekerheden wegvallen. Onze cultuur die eeuwenlang gekenmerkt werd door het christendom – zozeer zelfs dat het niet opviel maar vanzelfsprekend was – deze cultuur lijkt verdampt. En helpt ook niet om nostalgisch bij de pakken neer te zitten en met de rug naar de toekomst te gaan staan. Maar de apostelen en de eerste christenen konden óók niet terugvallen op een vertrouwde cultuur. Ze hadden niets anders dan boodschap van Pasen, de liefde tot Christus en tot elkaar. Dat leek niet veel en tegelijk was en is  dat het enige en alles wat we nodig hebben.
Als we met elkaar het visioen van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde voor ogen  houden 2) en dat visioen  met elkaar delen en elkaar erom liefhebben, dan openen we daardoor voor de wereld om ons heen en voor de generaties die na ons komen “de poorten van het geloof” zoals de kerk die in de kinderschoenen stond deed. En met groot succes. Daarin ligt onze kracht.
Deze zondag is het groot feest voor de Nederlandse kerk omdat één van haar leden, de pater Karmeliet Titus Brandsma door de Paus als hoofd van de kerk heilig wordt verklaard. Hij werd door de Nazi’ overheersers in zijn cel in Dachau vermoord omdat hij niet ophield zijn medegevangenen te bemoedigen door zijn geloof. Al in de jaren voor de oorlog toen hij rector-magnificus van de r.k. universiteit van Nijmegen was, had hij in zijn colleges en geschriften gewaarschuwd voor het fascisme. Als journalist kwam hij op voor de waarheid en voor eerlijke betrouwbare berichtgeving. Heel actueel. Want wat we tegenwoordig fake-nieuws noemen bestond toen ook. Veel nieuws was pure propaganda.  De heilige pater Titus was vervuld van liefde tot Christus. In het lijden dat hij in de gevangenis onderging en met de dood voor ogen steeds meer. Zijn licht blijft stralen ook in onze tijd als een fonkelende ster aan de hemel. Titus Brandsma laat aan heel de wereld zien waartoe ware liefde in staat is. Moge hij ons in Nederland en christenen  over de hele wereld inspireren om het te wagen met de opdracht van de Heer: “Hieruit zullen allen kunnen opmaken dat jullie mijn leerlingen zijn als je de liefde onder elkaar bewaart”. Amen

(c) Martin Los pr.
Schriftlezingen op de 5e zondag in de Paastijd volgens het r.k. lezingenrooster:
1) Handelingen der apostelen 14:21-27
2) Openbaring 21:1-5a
3) Evangelie Johannes 13:31-35

Afbeelding. Standbeeld van Titus Brandsma Titus Brandsma: Journalist, martyr, saint of the 20th Century – Vatican News

De balk en de splinter *)

Preek op de 8ste zondag door het jaar 27 februari 2022 Aloysiuskerk

“Waar het hart vol van is, vloeit de mond van over”. **)
Lieve broeders en zusters, iedereen zal deze woorden beamen. We gebruiken ze soms zelf ook wel als het zo uitkomt. Bijvoorbeeld als een zoon of dochter met veel genegenheid spreekt over een mogelijk vriendje of vriendinnetje: “Waar het hart vol van is, loopt de mond van over”. Als hij of zij dan bloost zien we dat als bevestiging.
Het is belangrijk om te horen wíe deze woorden spreekt en tegen wie ze gezegd worden. In dit geval is het Jezus die spreekt tot een menigte mensen die op hem toegestroomd zijn. Uit alle lagen van de bevolking. Uit alle streken van het land. Zelfs van over de grens.
Het zijn woorden uit de eerste toespraak die Jezus in het openbaar tot de menigte gesproken heeft. Met deze toespraak kondigt Jezus het rijk van God aan. Hij spreekt hen persoonlijk aan. Hij begon met  “Zalig jullie armen, want voor jullie is het rijk van God”. Het Evangelie van deze zondag behoort tot het slot van zijn publieke rede die we eigenlijk wel zijn afkondiging van het rijk van God zouden kunnen noemen.
De mensen hebben al zijn woorden gehoord. Ze zijn uitgenodigd om met die woorden in hun hart op zoek te gaan naar het rijk van God. Als ze zijn leerlingen willen zijn, en zijn woorden in praktijk gaan brengen, waar moeten ze dan op letten? Dat ze na een poosje niet zelf voor meester gaan spelen. “kan de ene blinde soms de andere leiden?” Het volgen van Jezus is geen vak dat je leert, of een beroep dat je na verloop van tijd helemaal onder de knie hebt. Het is geen patroon dat je na kunt herhalen. Het is een levenslange leerweg, de weg van Jezus. Met elkaar als medeleerlingen. Je kunt op een bepaald moment wel alle woorden van Jezus uit je hoofd kennen en je kunt inzicht hebben in het geloof, maar dat wil niet zeggen dat je dan als leerling geslaagd bent en je masterdiploma hebt gehaald. In die zin, dat je nu als meester over anderen kunt oordelen. “Waarom kijk je naar de splinter in het oog van je broeder en waarom sla je geen acht op de balk in uw eigen oog?”
Als we over onze broeder of zuster oordelen, en hen veroordelen, doen we dan niet net alsof we boven de ander staan?
Het gaat er niet om dat we geen kritiek op elkaar zouden mogen hebben. Maar heel vaak stappen we van kritiek op een daad of het gedrag over op kritiek op de persoon als een negatief oordeel. Dat is om het met een actueel woord te zeggen ook ‘grensoverschrijdend gedrag’. Dan zijn we zelf helemaal verkeerd bezig alsof we in het hart van de ander kunnen kijken en alsof we één moment in de schoenen van de ander hebben gestaan. Het is een vorm van machtsmisbruik als we een ander een onvoldoende geven en kwaadspreken over een ander. Je schrikt wanneer je op sociale media als Twitter ziet wat een bagger over anderen wordt uitgestort. Vooral anoniem natuurlijk. Het beschadigt de persoon en het beschadigt ook de gemeenschap.
Maar het brengt ook schade toe aan de eigen persoon. Heel ernstig is, dat het op den duur gewoon wordt en het normaal lijkt. Daarom waarschuwt Jezus ervoor, dat dit gedrag onder zijn volgelingen nooit normaal mag zijn. Dat we elkaar in dat gedrag zelfs bevestiging. Tot onze schaamte. Integendeel. Laat er opbouwende, goede troostende woorden uit onze mond voortkomen. Dat is het teken dat het er ook met ons hart goed voorstaat. “Want waar het hart vol van is, stroomt de mond van over”. Nogmaals, de ander veroordelen en kwaadspreken over de ander is grensoverschrijdend gedrag en maakt dat we onszelf buitenspel zetten. Kritiek hebben of het oneens zijn met elkaar is iets heel anders. Ieder bekijkt de dingen vanuit het eigen perspectief. Dan is het goed om naar elkaar te luisteren en elkaars bedoelingen beter te begrijpen en samen verder komen. In heel de samenleving, in de politiek, en in de kerk, de verenigingen en onze families
Om die reden heeft paus Franciscus het synodale proces gestart. In alle geledingen van de kerk, ook in de parochies, zijn gesprekken op gang gekomen om als gelovigen onbevangen naar elkaar te luisteren, over wat er in ons leeft aan vreugde, maar ook aan pijn wat betreft ons geloof, en de kerk. Als we niet geïrriteerd of boos óver elkaar spreken, maar om te beginnen naar elkaar luisteren, naar ieder persoonlijk, dan leren we hoe hartverwarmend het is om met elkaar te geloven en elkaar te bemoedigen en elkaar te verrijken. Daar zijn we weer leerlingen die aan elkaar gegeven zijn en samen op weg zijn. “Aan de boom kent men de vruchten” zegt Jezus. Wat mooi als we naar elkaar luisteren en zo het goede in de ander en in onszelf naar boven laten komen in een veilige sfeer. Dan proeven we het rijk van God. Dan beleven we de vrijheid van Gods kinderen. Ja, als we werkelijk leerling willen zijn, als we echt een leven lang samen op weg met Jezus durven zijn, dan kunnen we alleen maar groeien in geloof, hoop en liefde als persoon en als geloofsgemeenschap en kerk. Het synodale proces is geen einddoel, maar levensdoel, dat we met elkaar stap voor stap bereiken als we maar echte leerlingen durven zijn en blijven op de weg van Jezus Christus. Amen

(c) Martin Los
*) in deze Mis is uiteraard aandacht geschonken aan de inval in Oekraine. In de introductie, tot de Mis, tijdens de gebeden van de gelovigen. Heel de Mis is opgedragen ter intentie van het Oekrainse volk in nood.
De preek sluit aan bij het Evangelie van deze zondag

**) Evangelielezing: Lukas 6:39-42