Zachtmoedigheid als duurzame macht

Preek op de 14e zondag door het jaar op 5 juli 2020 Mariakerk en Willibrordkerk

“Leert van mij: ik ben zachtmoedig en nederig van hart” zegt Jezus tot zijn leerlingen én tot ons die zich graag onder zijn volgelingen rekenen 1).
We proeven nog even deze woorden omdat ze aantrekkelijk zijn en veelbelovend.
Maar laten we ook even de spanning en de verwachting meevoelen die de volgelingen van Jezus beleefden toen hij deze woorden uitsprak. Want zij hoorden er zonder twijfel een verwijzing in naar de profetie van Zacharias. “Jubel luid, dochter Sion….Zie uw koning komt tot u, rechtvaardig en zegevierend. Hij is deemoedig. Hij rijdt op een ezel, op een veulen, het jong van een ezelin” 2)
Voor de leerlingen onthulde Jezus dus opnieuw dat hij de Messias is, de langverwachte koning van het komende rijk van God.
“Hij is deemoedig” zegt de profeet. “Deemoedig” – een bijna vergeten woord – is hetzelfde als “nederig van hart” en zachtmoedig”.
“Leert van mij, ik ben zachtmoedig en nederig van hart”. Jezus zegt daarmee eigenlijk twee dingen. Dat hij als leraar zelf zachtmoedig is.
Als je hem volgt als leraar hoef je niet bang te zijn, dat hij streng is, in die zin dat hij geen oog heeft voor de persoonlijke situatie en mogelijkheden van zijn leerling. Of dat hij steeds zwaardere opgave stelt om jou te laten voelen dat je nog zo je best kunt doen, maar dat je nooit aan de leraar kunt tippen.
Is het niet fantastisch dat wij zo’n leraar hebben. Dat hij elke dag en elke moment en elke levensfase voor ons klaar staat om ons verder te helpen op onze levensweg. Geen uitwendige leraar, maar een innerlijke leraar die ons in zijn hart gesloten heeft, en die in ons hart wil wonen. Wat hebben wij nog meer nodig? “Mijn herder is de Heer. Het zal mij nooit aan iets ontbreken” woorden van Psalm 23 die elke christen uit het hart gegrepen zijn.
Jezus verzekert ons dat hij zachtmoedig is zoals de beloofde Messias die niet te paard en met het zwaard zijn rijk komt stichten maar op een ezel, nog wel een veulen dat nog geen enkele last gedragen heeft. “Mijn last is licht” zegt Jezus. Het veulen hoeft niets te vrezen. Het zal niet lang meer duren voor Jezus op deze wijze zijn stad binnentrekt. We vieren het elk jaar met Palmpasen.
“leert van mij: ik ben zachtmoedig en nederig van hart”. Ik zei dat Jezus ons daarmee twee dingen leert. De eerste hebben we besproken: dat Jezus zich aan ons openbaart als zachtmoedig op de wijze van de beloofde koning die rechtigvaardigheid en vrede komt brengen.
Maar nu het tweede wat hij ons leert: zelf zachtmoedig te zijn. “leert van mij: “Ik ben zachtmoedig en nederig van hart”. Ik zal je leren te leven naar mijn voorbeeld. Wat is dan zachtmoedig?  We kunnen dan in het woordenboek gaan kijken naar de betekenis van het woord. Naar beschrijvingen in literatuur. Maar we moeten naar Jezus zelf kijken. Hij ís zachtmoedig, dus we moeten naar hem kijken en van hem leren wat zachtmoedigheid is en wat het voor ons zelf betekent om zachtmoedig te zijn.
Zijn zachtmoedigheid brengt Jezus in direct verband met zijn band met God, de Vader: “Ik dank u Vader dat Ge deze dingen verborgen hebt voor wijzen en verstandigen, maar ze hebt geopenbaard aan kinderen”.
De zachtmoedigheid van Jezus blijkt uit zijn verhouding tot God. Uit zijn vertrouwen in de Vader en zijn gehoorzaamheid als Zoon. Jezus vertrouwde dat God hem alles zou geven wat hij nodig had om zijn zending te volbrengen. Dat niet het kwade dat hem overkwam noch het goede hem zou kunnen afleiden van zijn opdracht om een eeuwig koninkrijk van vrede en gerechtigheid te stichten,
Zachtmoedigheid en nederigheid van hart wil zeggen dat je vertrouwen hebt in God. Dat we ons niet door wat ons overkomt van ons stuk laten brengen. Of door wat anderen ons aandoen. Dat we niet meer vertrouwen in onszelf dan in God. Als we voor ogen houden dat we er niet alleen voor staan, maar dat God nabij is als onze Vader in de hemel, dan is er altijd uitzicht en hoop. Dan hoeven we niet van ons af te bijten of geprikkeld zijn te zijn. Daar zit onbewust veel meer egoïsme in, of zelfzucht waarover Paulus spreekt, dan we ons meestal bewust zijn 3).
Zachtmoedigheid wil dus niet zeggen dat we ons neerleggen bij onrecht of dat we niet kritisch zouden mogen zijn. Maar het moet ons niet afleiden van Gods weg met ons, als zijn geliefde kinderen. Juist als we die weg niet uit het oog verliezen zullen we zachtmoedig reageren. Die zachtmoedigheid is geen zwakheid of lafheid of behaagziekte. Het is de macht die Jezus aan zijn volgelingen gegeven heeft om mee te regeren met Hem. Het is de kracht die hij ons schenkt, de kracht van de Geest, om overeind te blijven en passend te reageren als burgers van het rijk der hemelen.
Zachtmoedigheid kun je dus leren. Het is geen aangeboren karaktertrek die de één heeft en de ander niet. Het is een gedrag dat je kunt ontwikkelen en je vormt tot een zachtmoedig mens.
En laten we niet wanhopen als we toch niet altijd erin slagen zachtmoedig te zijn. Want het is een leerproces. Er is gelukkig ook altijd de mogelijkheid om excuus aan te bieden.
Vergeet ook niet dat het niet in ons eentje moeten doen. Want Jezus zegt: leert van mij. Dat kan alleen in zijn nabijheid. Jezus biedt zíjn zachtmoedigheid aan om bij te schuilen. Zoals een boom in wiens schaduw je verkoeling zoekt. De zachtmoedigheid van de Heer is als het ware een schuilplaats waarin we kunnen groeien in zachtmoedigheid. En mantel van liefde om ons heen. In nederigheid van hart. In gehoorzaamheid aan God.
En we mogen er ook op vertrouwen dat we samen als medegelovigen elkaar steunen door te zorgen voor een sfeer van zachtmoedigheid onderling en in deze wereld als leerplaats van zachtmoedigheid als macht: “mijn juk is zacht, mijn last is licht”. Amen

(c) Martin Los
Schriftlezingen in deze eucharistieviering op de14e zondag uit het wereldwijde r.k. lectionarium van zon- feestdagen
1) Evangelie: Mattheus 11:25-30
2) 1e lezing: Zacharia 9:9-10
3) 2e lezing: Brief van Paulus aan de Romeinen 8:9-13

afbeelding: https://www.redbubble.com/i/throw-pillow/

Preek op de 24e gewone zondag door het jaar 17/18 september 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Niet streng, maar duidelijk

Lieve zusters en broeders, uit mijn schooltijd herinner ik mij onderwijzers en leraren die zich vriendelijk voor deden. Tenminste zolang je precies deed wat zij wilden. Anders vielen ze uit hun rol. Werden boos. Werden sarcastisch en zetten je voor schut. Je wist niet wat je aan ze had. Maakten je onzeker.
Er waren ook docenten die zich wat strenger opstelden, maar die in de praktijk begrip hadden voor hun leerlingen. Ze oogsten, in elk geval achteraf, onze waardering. U kent ze uit eigen ervaring. Streng, maar rechtvaardig, noemen we zulke leraren, vaders, moeders, leidinggevenden.
Ik gebruik in plaats van het woordje “streng” liever een ander woord. Het woord “duidelijk”. Streng betekent dat een leraar of een ouder strakke regels hanteert en bij het minste of geringste straffen uitdeelt. Zo iemand jaagt leerlingen of kinderen schrik aan. Ze gehoorzamen, maar uit angst. Daardoor durven ze zichzelf niet te ontwikkelen.
lijnopvoetbalveldDuidelijk is een opvoeder die zichtbare lijnen uitzet als op een speelveld. Als een kind over die lijn gaat, geeft ze dat aan, legt ook rustig uit wat er fout ging. Spoort aan om beter op te letten. Geeft een schouderklopje. Zo leren kinderen verantwoordelijkheid. Ontwikkelen een gevoel voor welke regels je soms mag overtreden omdat er iets belangrijkers op het spel staat. Zo leren ze echte waarden kennen en eerbiedigen. Zo leren ze ook normen hanteren op een vruchtbare manier.

De Schriftlezingen *) van vandaag zetten ons aan het denken over hoe we God mogen zien als opvoeder. Hij is onze Vader in de hemel. In de Tien geboden heeft Hij duidelijke lijnen uitgezet voor het leven op aarde. En in het geweten van iedere mens heeft Hij een zeker maar fragiel besef van goed en kwaad neergelegd. Hoe gaat God die zelf volmaakt is, om met onze onvolmaaktheid? En moet dat ook niet het voorbeeld zijn voor hoe wij omgaan met elkaars zwakheden?
Dat is in deze tijd ook zeker actueel. Want de roep om hard optreden klinkt deze tijd steeds sterker. Mensen willen maximale vrijheid voor zichzelf in handelen en in spreken, maar voor de ander is er steeds minder begrip en plaats.
Is God niet die strenge onverbiddelijke grootheid die iedereen schrik aanjaagt? Die omdat hij volmaakt is en rechtvaardig, wel móet straffen omdat hij anders zichzelf zou verloochenen, zijn eer moet handhaven. Dat is het beeld dat velen van God hebben. Onder sommige gelovigen maar ook onder hen die geloof afzweren precies omdat godsdienst hen herinnert aan bevreesd zijn voor een strenge God.
Het beeld van die strenge God lijken we tegen te komen in het verhaal van het gesprek van de Heer en Mozes. God ziet dat het volk meteen al afwijkt van het verbond dat Hij met hen gesloten heeft. Hij zegt tegen Mozes: “ik zal hen vernietigen. Dan begin ik met u opnieuw en ik zal u tot een groot volk maken”. Maar Mozes werpt tegen: “God, kijk nou eens wat een macht u getoond heeft door dit volk te bevrijden. Dat was dan toch helemaal voor niets? En denk eens aan wat u aan Abraham en daarna aan Izaak en aan Jakob beloofd hebt. U breekt dan toch uw belofte?”
Is die kleine Mozes grootmoediger dan God? Dat lijkt zo. Een adembenemende gedachte. Een kleine mens is in staat die grote God tot andere gedachten te brengen? Ja, maar dan moeten we bedenken dat Mozes Gods dienaar is. Geen tegenstander. Juist omdat Mozes opkomt voor zijn volk en niet aan zichzelf denkt en aan zijn eigen glorie, toont hij zich beeld van God, vriend van God. Mozes turnt God om zo te zeggen niet om, maar hij houdt God voor hoe hij God heeft leren kennen, hoe God zelf is: een barmhartige God die zijn volk bevrijdt heeft, een trouwe God die zijn beloften nakomt ook als de andere partij zijn beloften niet nakomt.

Wanneer de kerk verkondigt dat God barmhartig is, dan spelt ze de mensen niets op de mouw omdat de gedachte aan God anders onverdraaglijk is. Nee, met de boodschap dat God barmhartig is, is ze Gods spreekbuis.
Daarom moet de kerk die barmhartigheid niet alleen verkondigen, maar ook zelf in praktijk brengen. Paus Franciscus vergelijkt de kerk met een veldhospitaal in oorlogstijd waar de gewonden worden binnen gedragen. Jezus verkondigt die goddelijke barmhartigheid op niet mis te verstane wijze in de gelijkenis van de herder die het verloren schaap gaat zoeken en op zijn schouders terug brengt. Over dat ene verloren schaap is meer vreugde dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. God schrijft geen mens af.

De apostel Paulus verkondigde Gods barmhartigheid met grote vurigheid tegenover hen die meenden dat maar een kleine selecte groep in Gods ogen er toe deed. Hij deed dat met overtuiging en passie. Want hij was zelf een godslasteraar, een vervolger en geweldpleger geweest. Paulus zegt: ”God heeft mij barmhartigheid bewezen omdat ik niet wist wat ik deed. Ik dacht dat ik God kende door mensen te vervolgen, maar ik kende God eigenlijk nog helemaal niet. Totdat ik Jezus Christus leerde kennen”. Paulus was zelf een verloren schaap geweest dat Jezus als de goede herder op zijn schouders had teruggebracht. Paulus stond zelf model voor Gods barmhartigheid.

Barmhartigheid is niet dat God alles goed vindt. Dat is onverschilligheid. Verwaarlozing. Barmhartigheid is juist actieve betrokkenheid. God is barmhartig doordat hij niet ophoudt op de deur van ons hart, soms verharde hart, te bonzen, ons nieuwe kansen te geven. Hij raapt ons elke keer weer op. Zet ons elke keer weer op het goede spoor. Zo voedt God ons allen op. Hij heeft de lijnen duidelijk uitgezet. De Tien geboden, ons eigen geweten. Maar hij houdt rekening met onze onwetendheid, onze tekorten, onze zwakheid, onze groei.
Daarom moeten wij, mensen, ook zo doen. Dan lijken we op God. Als kinderen van de Vader in de hemel. We zien in Jezus die geleden heeft aan het kruis, het volmaakt beeld van Gods barmhartigheid. En alwie in Jezus, de lijdende knecht van God, gelooft, is door dat geloof gerechtvaardigd. Een nieuwe mens. Wat we in Mozes in zijn gesprek met God zagen, zien we vervuld en volmaakt in Jezus die het Lam Gods is dat de zonden der wereld wegdraagt.
Jezus heeft zichzelf ons in handen gegeven opdat wij niet met lege handen voor God verschijnen, maar het volmaakt offer van zijn leven dat we mogen opdragen voor heel de wereld. Zo mogen we als kerk beeld zijn van Gods liefde en barmhartigheid.
Moge dat doorwerken in ons eigen leven, onze acceptatie van onze eigen tekorten, onze omgang met elkaar, de opvoeding van onze kinderen, het onderwijs van de jongere generatie, en onze solidariteit met de zwaksten in de samenlevingen, de ontheemden. Amen

© Pastoor Martin Los
*) Schriftlezingen voor de gewone 24e zondag door het jaar uit het universele leesrooster van de rooms-katholieke kerk: 1e lezing Exodus 32:7-11,13-14; 2e lezing Timotheus 1:12-17; Evangelielezing: Lucas 15:1-10