Liefde als ruimte. Mijn preek op de 6e Paaszondag 6 mei 2018

Preek op de 6e zondag in de Paastijd 6 mei 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

“Zoals de Vader mij heeft liefgehad, zij heb ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde’ 1) Lieve broeders en zusters, deze uitnodiging van Jezus om in zijn liefde te blijven, raakt ons. We proeven de liefde in zijn woorden. Zijn woorden zijn liefde.
We mogen ons eraan warmen zoals we ons trouwens mogen warmen aan heel deze ontmoeting met de Heer in de eucharistie.
Maar waarom zouden we nog niet even bij stil staan bij zijn woorden als vrienden die bij het hardvuur zitten en gedachten uitwisselen.
“Blijft in mijn liefde’ zegt Jezus. Hij spreekt over zijn liefde als een soort ruimte. Een ruimte waar binnen we ons bevinden en bewegen. Een ruimte waar we uit kunnen gaan. Anders zou hij niet zeggen: ‘blijft in mijn liefde’. Het is de uitnodiging van Jezus om in zijn nabijheid te verblijven. Door naar zijn woorden te luisteren, door dankbaar te zijn voor wat Hij voor ons heeft overgehad, door te doen wat Hij ons vraagt en wat past bij degenen die bij hem willen horen. Zijn liefde vraagt erom dat wij zijn liefde beantwoorden. Kortom: dat wij in zijn liefde blijven. Het is niet zo dat wij als we niet in zijn liefde blijven, zijn liefde voor ons ophoudt. Zijn liefde is onvoorwaardelijk en onbeperkt. Het is de liefde als van de Vader voor de Zoon.
Laten we de liefde van Jezus dus allereerst als een geschenk aanvaarden en omarmen als het meest kostbare wat ons ten deel is gevallen. Zijn liefde is een opdracht, maar allereerst een fantastisch geschenk, een blijvend geschenk.
Maar niet alleen mogen we daar zelf van genieten. Jezus zelf geniet daarvan: “Dit zeg ik u opdat mijn vreugde in u zei’ . Jezus geniet ervan als wij in zijn iiefde verblijven. Liefhebben is zijn vreugde. Zijn lust en zijn leven. Dat gunt Hij ons ook: ‘opdat uw vreugde volkomen moge worden’ . Liefhebben is bron van duurzame vreugde.

Het boek van de Handelingen der apostelen geeft een kijkje in de vreugde van de eerste christenen 2). We hoorden van een zekere Cornelius. Een niet Joodse man die tot geloof gekomen was. De jonge kerk worstelde met het vraagstuk wie een echte christen kon zijn. Tot nu toe waren zij en de apostelen Joodse mensen die de besnijdenis praktiseerden en allerlei andere gebruiken die het hele dagelijks bestaan en huishoudelijk leven bepaalden. Voor niet Joodse mensen was dat vrijwel onmogelijk om ook te gaan beoefenen.
Deze Joodse christenen stelden dat de niet Joden (de rest van de wereld) die in Jezus geloofden eerst Jood moesten worden. Het was een dilemma waarvoor de eerste kerk stond. De kerk zou een kleine Joods-christelijke sekte gebleven zijn – of waarschijnlijk helemaal verdwenen – als ze niet tot haar vreugde erkent had dat God door Jezus ook niet Joodse mensen tot zijn kinderen riep. De heilige Geest opende het hart van Petrus toen deze Cornelius bij hem kwam en hem zelfs te voet viel. want de man keek hoog tegen hem op: “Voor God zijn we mensen, en allemaal gelijk’ zegt Petrus als hij de heidense manbij de hand pakt en overeind helpt. Even later is de vreugde volkomen als de Joodse christenen den heidense christenen beiden God loven en hun geloof belijden en hun liefde tot Christus. Zo ervaren ze samen de liefde van de Heer. Voortaan is er geen onderscheid meer. Allemaal vormen ze samen een gemeenschap overal waar het Evangelie verkondigd wordt.
Wat mooi als in de kerk de gemeenschap van de Heilige Geest die de priester aan het begin van de eucharistie allen toewenst, ook werkelijk beleefd wordt. Als de harten voor elkaar opengaan. Als grenzen wegvallen. Dat zijn de momenten waarop we blij en trots zijn dat we mogen geloven en dat we de liefde van Christus samen beleven.

De afgelopen week had ik het voorrecht om met een groepje parochianen deel te nemen aan de grote bedevaart van het aartsbisdom naar het Mariabedevaartsoord Lourdes. Met ruim twaalfhonderd personen, jong en oud, beleefden we ons geloof samen met de internationale kerk, want je hoort er alle talen de hele week. En we maakten deel uit van de internationale Mis op woensdagmorgen met tienduizend gelovigen uit alle volkeren. Dan zie je over grenzen heen. Je ziet elkaar met andere, nieuwe ogen.
Het was ook heel bijzonder dat we samen met de andere parochies uit de gemeente Utrecht bijeen waren gedurende de hele week. Het was mooi om te ervaren hoe mensen over de grenzen van hun eigen parochies heen keken en dat we beleefden in de vieringen, de gesprekken, en het samen op trekken dat geloof en kerk groter zijn dan ons eigen wereldje. We hebben elkaar allemaal nodig. We moeten ons niet afsluiten voor de ander, of voor de andere parochies, maar openstaan voor elkaar. Dan beleven we de kracht en de realiteit van de liefde van Christus. Dan zijn we samen blij en wordt onze vreugde volkomen.
Liefde, echte liefde sluit niet buiten, maar verbindt. Liefde als verschijning van Christus.
We zijn de mooie meimaand binnengegaan, de Mariamaand. Maria laat ons zien hoe de liefde van haar Zoon en de liefde tot haar zoon ons allen als een mantel om ons heen verbindt. Met Maria kan het niet anders of we blijven in de liefde van Christus. En dan is er blijdschap en verlangen we elkaar gelukkig te maken als kinderen van God

Pastoor Martin Los
1) Evangelie van de zondag: Johannes 15:9-17
2) 1e lezing: Handelingen der Apostelen 10:25 en volgende
Afbeelding: foto aan het einde van de lichtprocessie 2 mei 2018 Lourdes foto (c) Martin Los

Preek op het Hoogfeest van Maria ten Hemelopneming 2016

Preek op het Hoogfeest van onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming op zondag 14 augustus (en zaterdag 13 augustus) 2016 in Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, van alle heiligen vieren we de sterfdag in de vaste overtuiging dat zij in de hemel opgenomen zijn bij God. Zij zijn allen gestorven en begraven. In veel gevallen zijn op hun graven kerken gebouwd die naar hen genoemd zijn. Of van hen zijn relieken overgebleven – stukjes gebeente of stukjes linnen windsels – die in een kistje in altaren zijn gemetseld.
exossibusHier in de Mariakerk zijn 75 jaar geleden relikwieën van HH. Flores en Damianus in het altaar opgenomen. Het zijn tamelijk onbekende heiligen van ver hier vandaan die in het verhaal van onze parochie bij mijn weten tot nu toe nauwelijks een rol hebben gespeeld. Bij gelegenheid van dit jubileumjaar zijn nu bovendien relikwieën opgenomen van heiligen die meer tot onze verbeelding spreken omdat ze met de geschiedenis van ons land verbonden zijn: van de heilige Bonifatius die zoals we allen weten in 754 als missionaris te Dokkum werd vermoord en van de heilige Martelaren van Gorkum die in de verwarrende turbulente tijd van de Reformatie in 1572 in Den Briel gedood zijn vanwege hun geloof in de werkelijke tegenwoordigheid van de Heer in het Allerheiligst sacrament.
Onze katholieke kerken zijn dus gebouwd op de graven van de heiligen of de altaren bevatten hun relikwieën. Dat vertelt het verhaal dat ons geloof gebouwd is op het geloof van hen die ons zijn voorgegaan. In het bijzonder van hen die op een bepaalde manier uitblonken in dat geloof, door hun gebedsleven, of door hun wijsheid of door hun daden van liefde of door hun volharding in zware beproevingen. Velen hebben zelfs hun leven gegeven als martelaren. Het is mooi dat in onze katholieke traditie de heiligen die in de hemel zijn opgenomen ook zo bijna tastbaar dichtbij zijn in onze kerken door de cryptes en de altaren.
Zo beleven wij als gelovigen dat hemel en aarde elkaar raken in het huis van God dat de kerk is, en innig verbonden zijn. We zijn thuis bij de heiligen. Dat verkondigen de later vervaardigde kunstige beelden van heiligen in elk kerkgebouw, maar vooral en al veel eerder ook de relikwieën. We genieten hun voorspraak en bescherming.
Des te opmerkelijker is het dat er van Maria geen relikwieën zijn. En er is geen kerk op haar graf. Zij is voor ons de eerste onder alle heiligen, de begenadigste onder al Gods kinderen. En toch is er van haar die al tijdens haar leven door alle gelovigen als moeder van de Heer werd bemind, niets tastbaars overgebleven. Het was toch tot troost en steun voor de gelovigen door de eeuwen dat hun kerken en dus hun geloof gegrondvest waren op de relikwieën van de heiligen als trouwe getuigen van Jezus Christus? Hoeveel te meer zou dat gelden voor Maria de moeder van de Heer?
Nee, het is geen onachtzaamheid van de kerk geweest dat niets stoffelijks van haar bewaard is gebleven alsof men ooit haar graf had kunnen vergeten of verwaarlozen. Waarom is er dan geen kerk gebouwd op haar graf? Omdat er helemaal geen graf is.
dormition2Er is niets stoffelijks overgebleven. Volgens de gelovige overlevering van der kerk is Maria bij haar ontslapen ten hemel opgenomen, heel haar bestaan, naar ziel én lichaam. Dat vieren we ook op dit feest van Maria ten Hemelopneming.
Maria die op aarde een ereplaats had als moeder van de Heer te midden van de apostelen en de eerste christenen, heeft naast Jezus een ereplaats in de hemel.
Maar als daarmee elk spoor van haar aardse bestaan hier is uitgewist, missen we dan niet iets heel wezenlijks, iets unieks, iets tastbaars zoals bij de andere heiligen?
Een logische vraag. Maar Maria heeft ons méér geschonken en nagelaten dan wie dan ook, want zij mocht de moeder van Jezus worden. Wanneer wij Hem aanvaarden en in Hem geloven als onze levende Heer, ontvangen we daarmee het kostbaarste wat er is.
En wij mogen Hem tastbaar in geloof ontvangen in de Eucharistie waar Hij zegt: “dit is mijn lichaam”. Dat is het lichaam dat Jezus ontvangen heeft uit de moederschoot van Maria. Het is ondenkbaar dat we de Eucharistie vieren en de communie ontvangen zonder Maria.
Maar bovendien mogen we Maria op een bepaalde manier bijna tastbaar ervaren door de liefde waarmee zij als een moeder de kerk vervult. De kerk is meer dan een instituut. Zij is een moeder voor alle gelovigen en een gastvrij huis voor iedereen die zoekt naar God en vraag naar haar zoon Jezus. Het is die moederliefde van Maria die ons als broeders en zusters met elkaar verbindt. Het is die liefde die ons raakt en die ons van de kerk als lichaam van Christus doet houden.
De verheerlijking van Maria bij God wil niet alleen zeggen dat zij verkeert in een toestand van geluk en eeuwige vreugde. Het betekent ook dat zij mag meeregeren en meewerken aan het rijk van God, in elke tijd en generatie opnieuw.
En hoe werkt ze mee? Door de liefde voor haar zoon in ons aan te wakkeren. Daardoor de onderlinge liefde tussen alle gelovigen. Daardoor de liefde voor de kerk. En tenslotte de liefde voor alle schepselen en voor heel de schepping.
Het is die tastbare hemelse liefde die ons verbindt in moeilijke tijden voor de kerk. Een mantel om ons heen geslagen. Het is die liefde die ons de kerk ondanks alle menselijke tekorten als thuis laat ervaren. Het is die liefde die ons doet verlangen naar eenheid in de kerk en tussen alle christenen.
Het is die liefde die ons iets van de hemelse vreugde al doet ervaren. Het is de moederliefde die ons de kerk hier als raakpunt van hemel en aarde beleven. Laten we door Maria die liefde koesteren. Laten we onszelf in die liefde koesteren. Dan zal ons leven en ons geloof ons gemakkelijker vallen. En onze hoop op het eeuwige leven onophoudelijk aanvuren en versterken. Wees gegroet, Maria…………Amen

(c) Martin Los
Bij de foto: Marmeren kistje met daarin sinds 2015 relikwieën uit de beenderen van H. Bonifatius en HH. Martelaren van Gorkum in het altaar van de OLV ten Hemelopnemingkerk De Meern
Bij de Ikoon: Dormition, Ontslapen van Maria, Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming
Schriftlezingen tijdens de Mis op dit feest volgens het leesrooster voor zon- en feestdagen: 1e lezing: Openbaring 11:19a;12:1-6a.10ab 2e lezing: I Kor. 15:20-26. Evangelie: Lukas 1:39-56