Preek op het Hoogfeest Aankondiging van de Heer (Maria Boodschap) 25 maart 2017 Mariakerk

Lieve zusters en broeders, de Redder van de wereld is niet uit de lucht komen vallen.
In de mythen die in de oudheid de ronde deden waren goden die voor even de gestalte van een mens of een dier aannamen, heel gewoon. De boodschap dat God mens geworden was – zoals wij christenen geloven – was dus niet iets waarvan de mensen in het Romeinse rijk van opkeken. Een god kon zich best even vermommen als mens en zich onder hen begeven.
Maar van Jezus Christus belijden wij dat hij God en mens is, geen vermomde god of vermomde mens. Nee, een echt mens, geboren uit een vrouw. Een vrouw die hem negen maanden in haar schoot onder haar hart heeft gedragen.
Elke vrouw die een kind ter wereld heeft gebracht, weet wat het betekent om een levend wezen in je te voelen groeien in die periode van negen maanden. En dat je hele lichaam daardoor zelf zichtbaar en voelbaar verandert.
Dat heeft Maria meegemaakt. Negen maanden vanaf deze dag tot de geboorte van Jezus die we met Kerstmis vieren. Al die tijd heeft zij hem in haar schoot gedragen, zich ontzien zodat haar kind geen schade ondervond. Ze heeft dit kind met liefdevolle gedachten omringd. En de boodschap van de engel heeft ze in haar hart bewaard en overpeinsd.
Al in deze negen maanden is er een unieke band ontstaan tussen Maria en haar kind. Ze kende zijn naam “Jezus”. Want al voor de geboorte, al voor de conceptie wist Maria dat haar kind de “Zoon van de Allerhoogste” was, verwekt door de Heilige Geest. Zij droeg het mysterie van Jezus, God en mens tegelijk, in haar schoot. Sterker nog. Het was niet buiten haar omgegaan alsof God stiekem zijn Zoon als een soort koekoeksei in haar gedropt had.
Ze had zelf bewust en volledig ingestemd toen de engel haar de boodschap gebracht had dat zij de moeder van de Redder van de wereld mocht worden: “Zie, de dienstmaagd des Heren. Mij geschiede naar uw woord”.
Elk kind hoort verwekt te worden in volledige vrijheid van de ouders. Elk kind verdient de vrucht te zijn van de liefde tussen vader en moeder. Maria heeft in volle vrijheid ingestemd. Zij is niet alleen fysiek maar ook emotioneel en geestelijk de moeder van Jezus.
De ontmoeting met de engel was een adembenemend moment. Stelt dat Maria “nee” gezegd had? Uit bescheidenheid of omdat ze zich ongeschikt achtte of uit vrees voor wat Jozef zou denken. Maar zij antwoord met volle overgave: “Mij geschiede naar uw woord”. Want Maria is Maria. God kent haar. Hij had haar niet voor niets uitverkoren.
We gaan vanaf vandaag weer met Maria op weg die dit bijzondere kind in zich droeg, het met zorg omgaf en zich afvroeg wat het allemaal betekende wat er met haar gebeurde. Ze onderging het niet passief. Ze had er zelf volmondig mee ingestemd. Ze was in blijde verwachting.
Wanneer wij aan Maria denken, zoals vandaag – maar gelukkig mogen we het alle dagen doen – dan zijn we door haar dicht bij de Heer. Bevoorrecht dicht bij.
Maria helpt ook ons door haar moederschap van Jezus en door haar geloof dat wij zelf geloven in Hem als de Zoon van God die in de wereld kwam om ons Gods liefde te verkondigen en te laten voelen.
Door het geloof in hem mogen we door diezelfde Heilige Geest die hem in Maria’s schoot verwekte, kinderen van God zijn. Het gezelschap van Maria helpt ons om dat kindschap in onszelf te beamen, te voeden en te verzorgen als het kostbaarste wat er is. Dat kindschap mogen we zelf met alle liefde en moederlijke gevoelens omringen naar het voorbeeld van Maria.
We bewonderen Maria voor het ‘ja-woord’ waarvoor zij niet terugschrok. We zijn trots op haar dat ze de moeder van de Redder mocht worden. Laten we ook vaak en graag in de geest verkeren in haar nabijheid. Zo zullen we de genade die haar ten deel viel, zelf voelen door ons geloof in Jezus.
Die moederlijke nabijheid maakt ons geloof hartelijk en warm, spontaan en vitaal. Het behoedt ons voor het stiefmoederlijke moralisme en intellectualisme dat zich in godsdienst kan nestelen.
Jezus is waarachtig mens geworden, met een lichaam, geweven in de schoot van Maria, dat hij voor ons allen overhad, en offerde aan het kruis. Laten we dat lichaam eren door zorgvuldige omgang met de gaven van brood en wijn in de eucharistie en in de communie. Het is werkelijk de Heer die zichzelf aan ons geeft en ons voedt zoals hij werkelijk mens geworden is en geboren uit de maagd Maria. Amen

(c) Pastoor Martin Los
Evangelielezing: Lukas 1:26-38

Preek op het feest van H. Maria, Moeder van God 2017

Preek tijdens de eucharistievieringen op het feest van Heilige Maria, moeder van God, tevens jaarwisseling 31 december 2016 /1 januari 2017

We eren op deze Nieuwjaarsmorgen Maria als de moeder van God. Met die titel wil de kerk tot uitdrukking brengen dat het kind in de schoot van Maria God en mens tegelijk was. Al in de oudheid waren er stromingen in het christendom die zeiden dat Jezus weliswaar de Zoon van God was, maar pas na zijn geboorte. Door goddelijke adoptie. In dat geval zou Maria alleen de mens Jezus ter wereld hebben gebracht. Zijn goddelijkheid zou dan een later toegevoegde waarde zijn, zoals bij de doop in de Jordaan toen een stem uit de hemel zei: “Dit is mijn geliefde Zoon!” De kerk en het orthodoxe christelijke geloof hebben altijd vastgehouden aan het mysterie dat Jezus vanaf de conceptie in de moederschoot God en mens tegelijk was. Vandaar die opmerkelijke titel “Moeder van God”.
Met die titel, die Maria al in de eerste eeuwen kreeg, eren we haar. Maar ook belijden we daarmee dat Jezus niet voor een deel van zijn menszijn goddelijk is, alleen zijn bewustzijn, geest of ziel of vanaf barmitswa als twaalfjarige, of vanaf een moment dat hij als volwassene zelf tot inzicht en verlichting kwam. Nee, al meteen vanaf de conceptie in de moederschoot op het moment dat hij “ontvangen werd van de Heilige Geest”.
Dat is van groot belang. God is één met ons geworden, niet voor een deel, een hoger deel of voor een bepaalde periode vanaf de volwassenheid. Hij heeft zich verenigd met onze mensheid met huid en haar. Dit is niet zomaar een stukje abstracte theologie. Met de menswording in de moederschoot toont God hoe kostbaar en belangrijk het menselijk bestaan in zijn ogen is. Hij heeft er alles voor over gehad. Hij is mens geworden om ons, mensen, weer tot zijn kinderen te maken. Niet sommige mensen, omdat die zo voortreffelijk zijn, maar alle mensen, ook mensen die zich schamen voor zichzelf, mensen die het gevoel hebben er niet toe te doen. De mens, ook in al zijn hulpeloosheid, in de moederschoot die nog niets heeft gepresteerd.
Om deze reden wijst de kerk de moderne opvatting af dat een vrucht in de moederschoot pas na enige tijd een mens is. Dat het de eerste periode niet meer is dan een klompje vlees. Het is vanaf de conceptie al een unieke persoon. Als wij, mensen, gaan bepalen vanaf wanneer een embryo echt mens is, grijpen we in in het menszijn zelf. Het is vanaf het begin heilig, een mysterie, beeld van God, ongeacht hoe het eruit ziet. Net zoals we levende mensen niet afmeten aan wat wij menselijk vinden of niet. Een mens is een mens. In ieder mens komt dé mens aan het licht. Ook de zwaar gehandicapte, ook de dementerende oudere, ook de arme sloeber aan de kant van de weg die om een bijdrage bedelt, ook de vluchteling.
Als wij die ander niet als mens zien, houden we ook op onszelf als mens te zien en te beleven. Want die mens zijn we samen. Pas als we in de misvormde mens of in de berooide mens onszelf als mens herkennen, zullen we het mysterie en het geschenk van ons eigen menszijn beginnen te doorgronden.
Het is dus niet alleen een vrome opvatting dat wij met de kerk belijden dat Jezus al vanaf het begin in de moederschoot echt mens en God tegelijk was. Deze overtuiging bepaalt ook hoe we tegen de mens aan kijken. De mens is een mysterie. Zo’n groot mysterie dat God om dit mysterie te behouden mens geworden is. Zo heeft de belijdenis dat Maria, moeder Gods is, ook maatschappelijke consequenties.
De apostel Paulus steekt, zoals we hoorden, al zijn energie erin om zijn medegelovigen duidelijk te maken dat wij door het geloof in Jezus als de Zoon van God zelf kinderen van God worden. En als kinderen van God vrije mensen die God “abba” pappa, Vader *) mogen noemen. Dat is die wonderlijke ruil die plaats vind door het Evangelie dat in de wereld gekomen is. Wanneer wij Jezus aannemen als Zoon van God worden wij op onze beurt kinderen van God die nu zijn liefde mogen ervaren en eens zelfs zijn heerlijkheid mogen aanschouwen en beleven.
We staan op de drempel van een nieuw jaar nu we deze dingen overdenken op deze wijze zoals Maria “al de woorden die zij hoorde bewaarde in haar hart” **). We blikken in deze geest terug op wat het afgelopen jaar met ons gedaan heeft, zowel de dingen waarvoor we dankbaar zijn, als datgene waar we verdrietig om zijn.
We mogen dat doen in de vrijheid van Gods kinderen. Niet als ontevreden consumenten of zuchtende slaven of mensen die onderworpen zijn aan het oordeel van anderen, hun meningen en hypes, of onszelf, ons geweten dat ons aan klaagt. We mogen het afgelopen jaar evalueren als geestelijke vrije mensen. Zo mijmeren we ook over wat belangrijk is voor ons in het nieuwe jaar. Waar we tegen op zien. Wat we hopen. Het maakt zo veel uit als we weten dat we het nieuwe jaar aan Gods hand binnen gaan.
De boodschap van Jezus die ons het afgelopen jaar gemotiveerd heeft, dat we door het geloof kinderen van God zijn, blijft ook het komende jaar onverminderd van kracht blijft. Bedenk dat niets of niemand ons de vrijheid van Gods kinderen kan afnemen. God is mens geworden. Voor eens en voor altijd. Emmanuel. God-met-ons.
Vandaag op de achtste dag van de geboorte ontving het kind van Maria de naam Jezus zoals de engel had opgedragen. Op die naam mogen we ook vertrouwen in het nieuwe jaar. Ons leven, onze wereld, is voor ons ondenkbaar zonder die naam die vreugde brengt en uitzicht biedt, en ons tot kinderen va God maakt. “Zie, ik ben met u” zegt Jezus aan het einde van zijn verblijf hier op aarde “tot de voleinding der wereld”. Zo mogen we met opgericht hoofd het nieuwe jaar ingaan.
Omdat God zelf ons daarin tegemoet komt. Zoals in de priesterlijke zegen gezegd wordt: “Moge Hij het licht van zijn gelaat over u spreiden en u genadig zijn. Moge Hij uw vriendelijk aankijken en u zijn vrede geschenken!” ***) Amen

(c) Pastoor Martin Los
Lezingen voor dit feest en deze zondag volgens het universele lectionarium van de r.k. kerk voor zon- en feestdagen: 1e lezing: Numeri 6:22-27 ***); 2e lezing: Galaten 4:4-7 *); Evangelie: Lucas 2:16-21 **)