“geboren onder de bommen in Kiev”

Korte overdenking Palmzondag 1)   2022 r.k. kerk van Werkhoven

Onlangs hoorde ik iemand zeggen: “wij hebben bij ons wel een kruis, maar geen gekruisigde Jezus erop zoals bij jullie”. “Waarom niet?” vroeg een ander “Nou, Jezus is verrezen. Hij lijdt niet meer”.
Inderdaad Christus is verrezen. Maar waar herkennen we hem aan als Verrezene? Waar zien we aan dat het werkelijk dezelfde Jezus is die voor ons geleden heeft? Door zijn wonden. Wanneer Jezus verschijnt aan zijn leerlingen op de Paasdag toont hij hen zijn handen en zijn zijde. Zijn littekens zijn eretekens. Teken van de overwinning.
Zijn lijden was geen ongeluk dat we zo gauw mogelijk moeten vergeten. Het is de weg waarlangs hij deze wereld verlossing heeft gebracht: dat onze menselijke schuld, het kwade en de dood niet het laatste woord hebben over ons leven en onze wereld. Ook niet de gruwelen die we dagelijks bijna voor onze ogen zien geschieden in Oekraine.
De oorlog in Oekraine was nog maar net uitgebroken en we konden nog maar nauwelijks bevatten wat er in Mariaoepol en andere steden gebeurde, toen paus Franciscus dit gebed bad namens ons allen:

Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U over ons zondaars!
Heer Jezus, geboren onder de bommen van Kiev, ontferm U over ons!
Heer Jezus, die stierf in de armen van zijn moeder in een bunker in Kharkiv, ontferm U over ons!
Heer Jezus, die op 20-jarige leeftijd naar het front werden gestuurd, ontferm U over ons!
Heer Jezus, die nog gewapende handen ziet in de schaduw van uw kruis, ontferm U over ons!

Dit gebed – het is het begin van een hele litanie – laat ons Jezus zien als in het lijden aanwezig. Als de gekruisigde. Jezus heeft het kwade en de dood door zijn lijden overwonnen. Dat wil niet zeggen dat het voorbij is.
Maar zelfs de gruwelen, de afgrond, waarin wij kijken, kunnen niet uitwissen dat Christus overwinnaar is. Dat is geen goedkope troost alsof het lijden maar een momentje is, een bedrijfsongeluk. Het is de kracht die we krijgen om met Jezus het lijden te doorstaan, het kwade zelf te bestrijden waar we kunnen, leven in het voetspoor van Christus. Om met hem te verrijzen.
Dan kunnen we fier de oude christelijke hymne zingen: “wij roemen in het kruis van onze Heer Jezus Christus. In hem is ons heil, ons leven en verrijzenis door wie wij bevrijd en verlost zijn”. Amen

(c) Martin Los
1) Op palmzondag worden in de eucharistie eerst de palmtakken gewijd en de intocht van Jezus in Jeruzalem gevierd met de lezing Lukas 19:28-40. Dan volgt de eucharistie met as lezingen: Filipenzen 2:6-11 en Evangelielezing Lukas 22:14-23:56
*Afbeelding: Crucifix in de Crypte van de kathedraal van Naumburg ca 1300

De brenger van het goede nieuws is het goede nieuws zelf

Homilie op de 3e zondag jaar C in de O.L.V. tenhemelopnemingkerk Houten 23 januari 2022

De Geest van de Heer is over mij gekomen omdat Hij mij gezalfd heeft. Hij heeft mij gezonden om aan armen de blijde boodschap te verkondigen, aan gevangenen hun  vrijlating bekend te maken”
Lieve broeders en zusters, generaties lang waren deze woorden in de synagoge jaarlijks op een bepaalde sabbath voorgelezen door een lector of een bijzondere gast. De aanwezigen hadden de woorden beluisterd, zoals u vandaag de lector de lezingen van deze zondag hebt horen voorgelezen. De aanwezigen in de synagoge kenden die woorden uit de profeet Jesaja waarschijnlijk zelfs wel uit het hoofd: “Hij heeft mij gezonden om aan blinden bekend te maken dat zij zullen zien, om verdrukten te laten gaan in vrijheid’. Ze wisten allemaal dat de lector vóórlas en beslist níet zichzelf bedoelde. Eeuwen lang hadden ze zich afgevraagd van wie die woorden waren en wie het was die zei: “Hij heeft mij gezonden om een genadejaar van de Heer af te kondigen”. Een ding wisten ze zeker: degene die hier bedoeld werd door Jesaja was ook niet Jesaja zelf, maar de Messias. De mens met wie het rijk van God zou aanbreken. Maar “wie was die Messias?” En nu opeens zegt Jezus als hij het boek gesloten heeft: “Heden is dit geschreven woord in uw oren vervuld”.  De aanwezigen hebben in hun eigen oren die woorden gehoord: “De Geest van de Heer heeft mij gezalfd”. Het waren de wóórden van de profeet, het was de stém van Jezus, het was hun eigen oor dat dit geschreven woord hoorde, dat in hun binnenste, in hun hart, weerklonk: “Hij heeft mij gezonden om aan armen de Blijde Boodschap te verkondigen”.
Jezus had deze woorden echt niet mooier voorgelezen dan de lector gedaan zou hebben met de juiste klemtonen en de goede articulatie. In de synagoge worden de schriftlezingen trouwens niet gesproken, maar net als in een moskee gezongen. om ze zo verder te laten klinken –  er was nog geen microfoon natuurlijk – en om ze door de melodie beter te kunnen onthouden. Een gewoonte die ook de Oosters-Orthodoxe christenen nog kennen. Bij ons gebeurt dat vaak bij uitzondering nog bij het Evangelie met Kerstmis en Pasen.
Jezus had de tekst uit Jesaja niet anders voorgelezen of gezongen dan een lector gedaan zou hebben. En toch, en toch, en toch was er een verschil, een enorm verschil. Want Jezus geeft de boekrol terug aan zegt wat nog nooit iemand gezegd of geschreven heeft:  “Heden is dit geschreven woord (letterlijk in het Grieks: in uw eigen oren) vervuld”. De kortste preek ooit gehouden. Of misschien moeten we niet zeggen: preek, maar getuigenis.
In de synagoge mocht ieder die zich daartoe gedrongen voelde een stichtelijk woord spreken, een woord ter bemoediging van de gemeenschap, een oppepper. Ook in de vroeg christelijke kerk was dat nog de gewoonte. De apostel Paulus schrijft in zijn brief aan de gelovigen in Korinthe dat er niet meer dan twee of drie per samenkomst een profetisch woord mogen spreken. Jezus houdt dus geen preek in de synagoge van Nazareth, maar hij spreekt als een profeet, iemand die bemoedigt en vermaant: “Heden is dit schriftwoord in uw oren vervuld”. Jezus zegt helemaal niet: kijk mij eens! Hij wijst op wat er over hem geschreven staat: “De Geest des Heren is op Mij omdat Hij mij gezalfd heeft om aan armen de blijde boodschap te verkondigen”. Hij wijst zichzelf niet aan, maar de Heilige Geest zelf wijst hem aan. De Geest van God wordt in de evangeliën ook wel de wijsvinger van God genoemd. Maar dat betekent meteen dat we Jezus alleen kunnen herkennen doordat we openstaan voor de Heilige Geest. Wanneer wij in Jezus geloven dan komt dat immers omdat we delen in zijn Geest. Het is niet omdat wíj een soort Messias-verkiezing hebben uitgeschreven en dat Jezus als beste uit de bus is gekomen. Wie zou ooit op de gedachte zijn gekomen dat een man die door de mensen verworpen werd en die als een crimineel gekruisigd werd, te zien als degene met wie het rijk van God op aarde gekomen was. Alleen de Heilige Geest opent onze ogen en onze harten voor Hem. De Geest die ook op ons is neergedaald door de doop en het vormsel. Diezelfde wijsvinger van God die onze harten raakt en zegt: Jij, mensenkind bent ook mijn kind. Dat is een grote gave van God, een groot voorrecht. Laten we daar zuinig op zijn. Dan mogen we ook delen in de taak die Jezus op zich genomen had: om als gelovigen en als kerk de Blijde Boodschap te verkondigen aan armen.
Blijde Boodschap is de Nederlandse vertaling van het Griekse woord Evangelie. Dat is niet zomaar goed nieuws. Het wordt speciaal gebruikt in de Bijbel voor het bericht dat de overwinning is behaald, dat de bezetter is verslagen en dat het rijk van de vrede is aangebroken. Het woord Evangelie wordt ook gebruikt voor de  brénger van dat goede nieuws. Jezus verkondigt dat het rijk van God aangebroken is. Hij brengt dat goede nieuws, het Evangelie, en hij ís dat goede nieuws zelf: “Heden is dit schriftwoord in uw oren vervuld”. Wij mogen door ons geloof en door ons leven, door ons doen en laten en door naastenliefde en gebed, delen in dat goede nieuws, en we mogen dat goede nieuws ook zelf zijn. Laten we om bij de actualiteit te blijven, zorgen voor een veilige omgeving voor vrouwen, overal waar wij zelf deelnemen aan het openbare leven, ook in de kerk. Laten we opkomen voor respect voor alle mensen. Zelf het goede nieuws zijn! Dat is de beloning voor de brengers van goed nieuws, dat zij zelf als eerste mogen delen in de vreugde. Boodschappers van de vreugde. Mensen die buiten adem zijn, zo haasten ze zich om de wereld het goede nieuws te brengen. Buiten adem, maar niet uitgeput want we worden op vleugels gedragen, de vleugels van de Geest. We worden nooit moe.  “De Geest van de Heer is op mij omdat Hij mij gezalfd heeft de Blijde Boodschap te verkondingen aan armen”. “Heden is dit schriftwoord in uw eigen oren vervuld”. Amen
(c) Martin Los, pr
De universele Schriftlezingen van het r.k. leesrooster voor de 3e zondag:
1e lezing: Nehemia 8:2-10
2e lezing: Eerste brief van Paulus aan de Korinthiers 12:12-20
Evangelielezing: Lukas 4:14-21