Allerheiligen is een Christusfeest

Preek op het hoogfeest van Allerheiligen Mariakerk 2018

‘Verheugt u en juicht want groot is uw loon in de hemel’ 1)
Lieve zusters en broeders, we vieren vandaag één van de grote feesten van de kerk. Dit feest staat niet los van de andere feesten. Want met Pasen vierden we dat Jezus Christus door zijn dood en verrijzenis als de graankorrel is die in de aarde valt, en schijnbaar verloren gaat, maar juist zo veel vrucht draagt als de korenaar. Met Allerheiligen vieren we dat Jezus met Pasen de eersteling is van de oogst van een schare die niemand tellen kan. Allerheiligen is dus bij uitstek het feest van de overwinning van Jezus Christus. Door hem en met hem en in hem hebben tallozen deel aan het eeuwige leven en de eeuwige vreugde.
Dat was de missie van onze Heer. Dat was zijn grote passie waar hij zichzelf en zijn leven voor over had. Jezus wilde de mensen terug brengen bij God. Hij wilde dat ze zouden ontdekken dat ze kinderen van God zijn. Dat Gods liefde zo groot was dat hij daar zijn eigen zoon voor in de waagschaal had gezet.
We kunnen Jezus om die reden nooit apart zien. Zodra we aan onze Heer denken, zien we rondom een menigte die niemand tellen kan. Ze behoren aan Hem. De heiligen.
In de loop der tijd is de nadruk komen te vallen op heiligheid als een soort eigenschap van bijzondere gelovigen. Medegelovigen die een kerkelijk onderscheiding kregen na hun dood. Maar oorspronkelijk en nog steeds betekent heilig in de eerste plaats zij die door Jezus Christus geheiligd zijn. Zij die door hun geloof in de gestorven en verrezen Heer, hem toebehoren. Die zoals Johannes in de Openbaring zegt: ‘hun gewaden wit gewassen hebben in het bloed van het lam” 2).
Als gelovige mensen laten we dus onze doden niet achter ons. We weten dat zij bij hun dood volledig zijn opgenomen in Christus. Ze leven voor ons uit. We bewaren hen in ons hart en hopen eens verenigd te worden met hen. Zij moedigen ons aan om zelf vol te houden zoals zij hebben gedaan.
Want het lijkt als je als je gelooft in Jezus in de wereld aan het kortste eind trekt. Je verzet je tegen onrecht. Je doet niet mee met hen die haat en verdeeldheid zaaien. Je denkt niet alleen aan je zelf. Je bent bereid liever onrecht te ondergaan dan zelf te doen. Je gelooft in een God die niemand kan zien. Maar je houdt vast aan de beloften van Jezus: “Zalig zijn jullie als men je beschimpt, vervolgt, en lasterlijk van allerlei kwaad beticht, want groot is uw loon in de hemel”.
Sommige mensen die niet geloven, maar wel  opkomen voor hen die onrecht lijden, zoals humanisten, verwijten ons christenen dat we door ons geloof in de hemel en het eeuwige leven, het ons te comfortabel maken en te weinig doen aan het leed in de wereld. Deze kritiek is niet terecht. Juist omdat we uitzien naar de overwinning van Jezus op het kwade en de dood, leggen we ons er juist in deze wereld niet bij neer.
Het feest van Allerheiligen betekent dus niet dat we al op onze lauweren gaan rusten. De heiligen die ons zijn voorgegaan willen ons juist bemoedigen en aanvuren in het voetspoor van Jezus zelf te gaan.
Soms lijken we dan alleen te staan, soms lijken we verlies te lijden, maar we houden taai vol, en niets kan ons afbrengen van onze liefde tot God en ons geloof in Jezus. Want ‘we worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook” zegt Johannes. “nu is nog niet geopenbaard wat we zijn, maar eens zullen we aan God gelijk zijn omdat ze Hem zullen zien, zoals Hij is” 3).
Zo leven we toe naar de voltooiing en bekroning van ons leven bij God, wanneer Hij eindelijk alles in allen is. We kunnen niet wachten en tegelijk zijn we blij met alle tijd die ons gegeven wordt, om de goede strijd te strijden voor gerechtigheid en vrede, voor liefde tot de naast en allen die in nood zijn. In het gezelschap van alle heiligen in de hemel om ons heen. Amen

(c) Martin Los
1) Evangelie van het feest: Mattheus 5:1-12
2) 1e lezing: Openbaring van johannes 7:2-4, 9-14
3) 2e lezing: I Johannes 3:1-3

Kennen is omgaan met. Over het lege graf.

Preek tijdens de Paaswake en op 1e Paasdag in de Mariakerk De Meern

“De Heer is waarlijk opgestaan, Alleluia”. Lieve zusters en broeders, met deze boodschap begroeten de christenen elkaar sinds mensenheugenis op het Paasfeest. Alleen op die eerste Paasmorgen nog niet. Want de vrouwen die als eerste de steen weggerold van het graf vonden, schrokken. Zij dachten dat het lichaam gestolen was. En de twee leerlingen die op onderzoek uit gingen, en het lege graf binnengingen, staarden in een groot raadsel. Zij begrepen het nog helemaal niet.
Hoe komt het, vragen we ons af, dat die ontsteltenis en die verbazing over is gegaan in vreugde en in het verlangen elkaar en de hele wereld toe te roepen: “De Heer is waarlijk opgestaan”?
Omdat ze zich Jezus zelf herinnerden. Wanneer wij iemand van wie we houden en die heel belangrijk is voor ons is, iemand die een centrale plaats in ons hart inneemt, verliezen, lijkt die ander in het niets opgelost. Maar tegelijk verschijnt die ander in allerlei beelden aan ons, wat je samen hebt beleefd, wat die ander heeft gezegd en gedaan. Dingen die je vergeten leek, komen plotseling boven. Zo komt die ander als het ware op een nieuwe manier op je toe. Ik heb dit uitgebreid beschreven in mijn boek over het verlies van mijn dochter Rosa.
“Die andere leerling die het eerste bij het graf was aangekomen, ging – na Petrus – ook het graf binnen. Hij zag en hij geloofde”. Voor hem was de steen die was weggerold zonder dat er iemand aan te pas was gekomen, het lege graf, de opgerolde doeken teken dat de Heer was opgestaan. Want hij kende Jezus. Hij had bij de maaltijden aan zijn borst gelegen. Hij had altijd een grote liefde voor Jezus gehad. Omdat Jezus anders was. Met niemand te vergelijken. De Zoon van God. Nu drong de laatste consequentie daarvan door: zijn meester was niet dood. Zijn Heer was opgestaan.

Later zouden hij en de andere leerlingen bij elkaar zitten en herinneringen ophalen aan wat Jezus hun gezegd had: dat de mensenzoon veel moest lijden, maar dat hij op de derde dag zou verrijzen. Ze zouden steeds beter gaan begrijpen dat Jezus altijd al degene was geweest, zoals hij nu aan hen verscheen. Hij leefde niet alleen voort in hun herinnering. Hun herinnering hielp hen te geloven dat Hij werkelijk de levende Heer is.
In het Marcusevangelie vertelt de engel aan de vrouwen, dat ze de leerlingen moeten verkondigen dat ze naar Galilea moeten gaan: “daar zullen jullie Hem zien, zoals Hij gezegd heeft”. Galilea is de plaats waar Jezus hen geroepen heeft. Daar heeft Hij hen alles geleerd en zijn wonderbare tekenen laten zien. Wanneer ze zich dat allemaal herinneren, zullen ze ervaren dat Jezus bij hen is als de levende Heer.
Die woorden en daden van Jezus hebben de leerlingen doorgegeven in de Evangeliën, zodat ook wij hun herinneringen en getuigenissen mogen delen. En in de Eucharistie waarvan Jezus gezegd heeft: “doet dit tot mijn gedachtenis” en in de opdracht om elkaar lief te hebben: “Zoals ik jullie heb liefgehad, zo moeten jullie ook elkaar lief hebben”. Dat zijn niet alleen herinneringen aan Jezus in een verleden. Het zijn woorden van de levende Heer. Vanuit Pasen zijn ze vervuld van goddelijke nabijheid en kracht. Het zijn woorden waarin we de steen van het graf zien weggerold, woorden die ons tonen dat het graf leeg is en de dood geen macht heeft. “Uw woorden, Heer, zijn woorden van eeuwig leven” roepen de leerlingen uit. De woorden zijn vervuld van zijn kracht, van zijn persoon, van zijn leven.

Door zijn dood en verrijzenis heeft Jezus voor ons de poort van het eeuwige leven geopend. Maar wat is dat eeuwige leven? Hoe krijg je dit eeuwige leven?
Bij de volwassenendoop vraag de priester aan de dopeling: wat vraag je van de kerk? Antwoord: het geloof. Priester: Wat schenkt u het geloof? Antwoord: het eeuwige leven. Priester: dit is het eeuwige leven, dat zij u kennen, Vader en de Zoon Jezus Christus.
Ziet u de steen weggerold? Ziet u het lege graf? Het geloof verbindt ons met Jezus en met God. Die verbinding, die relatie, is het eeuwige leven. In onze tijd wordt veel gesproken over ‘verbinden’ en over ‘inclusief denken en handelen’. De ultieme binding is ons leven verbinden met God. Dat is leven waar dood en bederf geen vat meer op hebben.
God kennen en Jezus kennen, is niet allerlei informatie bezitten over God, hele boekenkasten vol hebben staan. Jezus kennen, is omgaan met Hem. Zijn woorden ter harte nemen. Bij de beslissingen die we nemen te rade gaan bij Hem en bij wat Hij heeft gezegd en heeft voorgedaan. Daarin mogen we de levende Heer ontmoeten. Vanouds betekent ons woord ‘kennen” omgaan met. Een stelletje had vroeg “kennis aan elkaar”. Maar ook het Engelse woord ‘kin’ betekent je familie en vrienden. Ons woordje ‘kind’ – je eigen vlees en bloed -is daarmee verwant.
Dat eeuwige leven mogen we hier en nu dus al in beginsel ervaren. Want we mogen Jezus nu al kennen, en door Hem ook zijn hemelse Vader. We mogen hier en nu al als zijn kinderen leven en het leven als een geschenk van God ervaren dat Hij ons nooit meer afneemt. Tot we eens helemaal met Hem verenigd worden in het eeuwige licht.
We mogen met ons eigen leven getuigen: “De Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia!” Amen

pastoor Martin Los
Evangelielezing Paaswake: Marcus 16:1-8; en 1e Paasdag:  Johannes 20:1-9
afbeelding: doop van een volwassene in de Paasnacht met het nieuw gewijde water en het licht van de nieuwe paaskaars