Radicale ironie

Preek op de 6e zondag door het jaar in Mariakerk en Willibrordkerk in het weekend van 11 en 12 februari 2016

Lieve zusters en broeders, het zal je maar gezegd worden: “als je rechterhand je tot zonde verleidt, hak ze af” *) . Is dat niet een hele radicale uitspraak, één waarvan je mag hopen dat niemand die letterlijk neemt en er gehoor aan geeft?  In onze tijd horen we veel spreken over radicalisering. En dan niet in positieve zin. Radicaal staat voor ons gelijk aan compromisloos, eventueel uitlopend op haat tegenover andersdenkenden. Radicaal zo zuiver en principieel dat je er koud van wordt. Ouders houden hun hart vast als hun kinderen radicaliseren. De overheid kijkt argwanend toe op radicale predikers.
Lijkt Jezus ook niet op een radicale leraar, vraag je je af als je zijn woorden hoort: “als uw oog u tot zonde verleidt, ruk het uit!” Vraagt hij niet het onmogelijke van mensen? En is dat op zich al niet ongewenst? Want als je het onmogelijke vraagt van mensen, worden ze depressief, opstandig of onverschillig, zoals opvoeders weten die te grote druk op hun kinderen leggen. Wat radicale mensen ontbreekt en ook radicale predikers is gebrek aan humor. Elke vorm van ironie en relativering is hem vreemd.
Jezus daarentegen is een meester in ironie. Hij zet mensen juist aan het denken. Hij wil hen wakker schudden uit ingesleten denkpatronen, uit wetticisme in welke vorm dan ook. Of het nu religie betreft, of politiek correct gedrag. Want onze tijd lijkt wel los van alle religieuze regels, maar daarvoor zijn allerlei, vaak ongeschreven, codes in de plaats gekomen die ons gedrag bepalen en de gewetensvrijheid beinvloeden.
De uitspraken van Jezus die we vandaag horen, zijn ironisch bedoeld. Met een glimlach. “Als uw gerechtigheid die van de Schriftgeleerden en Farizeeen niet ver overtreft zult ge het rijk der hemelen niet binnengaan”. Dat is de sleutel om te begrijpen wat Jezus wil zeggen.
Hij waarschuwt zijn volgelingen om de goddelijke geboden en de daarvan afgeleide menselijke voorschriften niet te gebruiken als een vorm van zelfrechtvaardiging: “Kijk eens wat een correct en vroom mens ik ben!” De Farizeeën gingen er prat op dat zij geheel volgens de wetten en regels leefden in tegenstelling tot de gewone mensen op wie ze een beetje meewarig neerkeken als de massa die de wet niet kende, de mensen tot wie Jezus sprak aan de oever van het meer van Galilea, eenvoudige vissers, handwerkslieden, die lezen nog schrijven konden.
Wanneer je op die toer gaat, houdt Jezus de mensen voor, van regels en nog meer regels, dan hou je jezelf voor de gek. Je mag dan wel niemand gedood hebben omdat “je hebt gehoord dat tot de voorouders gezegd is: ge zult niet doden. Wie doodt zal strafbaar zijn voor het gerecht. Maar ik zeg je: wie vertoornd is op zijn broeder zal strafbaar zijn voor het gerecht”. Met andere woorden, je kunt uiterlijk wel een deugdzaam mens lijken en daar voldaan over zijn, maar hoe zit het met je innerlijk. Is iemand dood wensen eigenlijk niet hetzelfde als iemand doden? Als blikken konden doden, hoeveel mensen zaten dan niet achter de tralies!
Nee, met deugdzaamheid als een zelfrechtvaardiging ben je op een heilloze weg. Het leidt je af van Gods bedoeling, het maakt dat je je stiekem superieur voelt boven andere mensen. Het leidt tot corruptie van je geweten. Je wordt berekenend in plaats van spontaan als een kind. “als je gerechtigheid die van de Schriftgeleerden niet overtreft, zul je het rijk der hemel niet binnengaan”.
Het gaat om dat woordje “gerechtigheid”. Die gerechtigheid van de Schriftgeleerden is dor. Ze leidt alleen maar tot meer en meer regels. Ze verstrikt de mens in een wirwar van regels. Het verstikt het leven zelf. Echte gerechtigheid is dat je een goed en barmhartig mens bent. Dat je je hart volgt, een hart met een geweten dat gevormd is door Gods geboden maar je in staat stelt vrij in elke situatie te handelen zoals past bij jouw hart. Dat je liefhebt. Dat je in je verlangen het goede te doen liever een fout maakt, dan je je verschuilt achter regels en procedures en tot niets komt.
Er is trouwens een parallel in onze tijd. Politie, onderwijzers, ziekenverzorgers en veel meer werkers klagen dat ze een groot deel van hun tijd bezig zijn met formulieren en protocollen invullen, maar aan hun eigenlijke werk daardoor niet toekomen. In die nadruk op protocollen en de papierwinkel zit een wantrouwen ingebakken alsof de werkers zelf onvoldoende in staat zijn situaties in te schatten.
De rechtvaardige is niet iemand die de regels allemaal uit zijn hoofd kent en er nog vele bij verzint. De “rechtvaardige is als een boom wiens wortels zich uitstrekken naar de bron, die altijd vrucht draagt” horen we in Psalm 1.
Dat is de houding waartoe Jezus ons allen uitnodigt als we Hem volgen. Talloze malen zien we in de Evangeliën hoe Jezus traditie en regels overtreedt om mensen te genezen, om gediscrimeerden uit hun isolement te verlossen, om mensen met van alles op hun kerfstok als eersten met Gods liefde in aanraking te brengen in plaats van hen te negeren ten gunste van de mensen op wie niets aan te merken was.
De vraag aan ons is: durven wij het aan om zo te leven? Vertrouwen we erop dat God ons liefheeft en dat we ons niet voor hem hoeven te bewijzen of ons beter voor te doen dan we zijn? Durven we te vertrouwen op zijn genade die ons leidt en ons geweten telkens vormt? Durven we een leven te leiden waarin we spontaan het goede doen in plaats van eerst in een boekje te kijken of te zien wat anderen ervan vinden? Durven we gerechtigheid te beoefenen die in al haar eenvoud en spontaniteit die van de Schriftgeleerden ver overtreft?
Dat is de vrijheid van Gods kinderen. Dat is de ruimte die God als hemelse Vader ons schenkt. Als we zo leven mogen we daarin beleven hoe vruchtbaar het is om met Christus verbonden te zijn. Veel mensen identificeren geloof met “je mag dit niet en je mag dat niet”. Jezus laat zien dat geloof het land is van de onbegrensde mogelijkheden om als mens te groeien en te bloeien. “Ja’zeggen” tegen het leven.
Het woord “deugd” beteken van oorsprong “kracht”. Deugdzaam is niet je achter regels verschuilen, maar krachtig en moedig het leven aan te durven zoals God het bedoeld heeft. Dat we groeien en bloeien. Het leven mooi maken. Niet aan de kant blijven staan, maar met passie de kansen aangrijpen om mooie mensen te zijn naar het voorbeeld van Christus.
Daarin mogen we radicaal zijn. De radicaliteit van de liefde. Amen

Pastoor Martin Los

voorgeschreven Schriftlezingen voor deze zondag volgens het universele r.k. leesrooster voor zon- en feestdagen: 1e lezing: Ecclesiasticus 15:15-20; 2e lezing: I Korinthiers 2:6-10; Evangelie: Mattheus 5:17-37 *)

De hand aan de ploeg slaan en niet omzien. Beeld van Gods koninkrijk

Homilie op de 13 zondag door het jaar C Mariakerk en Willibrordkerk op 26 juni 2016
voorgeschreven Schriftlezingen voor deze zondag in het universele lectionarium van de r.k. kerk. 1e lezing: I Koningen 19:16b,19-21; 2e lezing: Galaten 5: 1,13-18; Evangelie: Lucas 9:51-62

Lieve zusters en broeders, “wie de hand aan de ploeg slaat, maar omziet naar wat achter hem ligt, is ongeschikt voor het Rijk van God”. Met dat krachtige beeld maakt Jezus duidelijk hoe hijzelf zijn zending om het rijk van God te verkondigen opvat, maar deze levenshouding hebben ook zijn volgelingen nodig om hem echt te volgen. Wanneer de man achter de ploeg die door de ossen getrokken werd, even achterom keek om te zien of hij de voren wel in een rechte lijn trok, week de ploeg vanaf dat moment meteen van de lijn af. De ploeger moet een stip aan de horizon zien en daarop gericht blijven. Dan komt het goed.
ploegen2016De ploeger met zijn ploeg is beeld van iemand die leiding geeft, die lijnen uitzet. Hij schept verwachtingen, want waarom ploegt hij de voren in de aarde? Om even later in de voren zaad te zaaien, zaad dat ontkiemt en vrucht draagt, zodat vele monden kunnen worden gevoed. Jezus verkondigt het rijk van God. Wie hem wil volgen en zijjn medewerker wil zijn, moet de stip aan de horizon volgen die het rijk van God is. Zij moeten vol verwachting zijn en zich al verheugen in het resultaat, de oogst. Ook al zie je nog niets van die oogst. De oogst is wel het enige dat je voor ogen moet hebben.

De vraag aan ons is of wij onszelf als christenen zo zien? Soms hangen we nog aan het verleden, toen de kerken vol zaten, en toen het christendom zijn invloed uitstrekte tot in de haarvaten van de maatschappij. Maar als je daarnaar terugkijkt en daaraan afmeet wat we nu zijn en wat we nu doen, dan verlies je het doel uit het oog en je komt zelf tot stil stand. Je bent niet meer vol verwachting en je raakt zelfs gedemotiveerd. Maar vooral zie je de mogelijkheden niet die onze tijd voor het rijk van God biedt. Er blijven zo unieke kansen liggen.
Ons geloof moet niet een verlangen zijn naar iets dat geweest is, het moet verlangen zijn naar iets dat nog niet is. Ja, het is er al, het is ons eigen geloof. Geloof is geen gemis aan iets. Geloof is teken van het koninkrijk van God. Geloof vindt voldoende motivatie en vreugde in zichzelf.
Voor alle duidelijkheid: zulk radicaal geloof is iets heel anders dan fanatisme. Radicaal geloof ontleent zijn kracht en vreugde aan zichzelf. Maar fanatisme ontleent zijn kracht aan afzetten tegen anderen. Het is negatief. Het is eigenlijk een gebrek aan geloof.
Jezus wijst fanatisme totaal af. Zijn leerlingen die vuur van de hemel willen afbidden over dorpen die Jezus niet ontvangen, wijst hij op strenge toon terecht. We moeten ons als gelovigen niet laten afleiden door wat de wereld om ons heen van de kerk vindt, of wat voor verwrongen beeld men soms van God heeft.
Er zijn geloofsgenoten die helemaal in beslag genomen worden met aanwijzen hoe anderen in de kerk of daarbuiten verkeerde opvattingen hebben. Zo kom je gemakkelijk als heel verkrampt over en niet als iemand die vrijmoedig en blijmoedig gelooft.
Soms kom je clubs in de kerk tegen van mensen die alleen maar praten over wat anderen verkeerd doen in hun ogen. Kritiek op anderen lijkt dan een bindmiddel, maar het werkt averechts. Als christenen zullen we alleen geloofwaardig overkomen als we met elkaar positief bezig zijn. We moeten de kostbare tijd die ons hier op aarde gegeven is niet verspillen met negativisme. Dat is echt zonde van ons geloof. Het is eigenlijk zélf ongeloof, ongeloof in de mogelijkheden die het Evangelie biedt om het rijk van God aan de mensen te verkondigen en gestalte te geven.
Laten we de handen in elkaar slaan en samen de hand aan de ploeg slaan als broeders en zusters, om vol verwachting in deze tijd geloofsgemeenschap te zijn. Dan zullen we ook niet twijfelen aan de werkzaamheid van Christus in onze tijd. En dan zullen we ook niet twijfelen aan de vruchtbaarheid van ons eigen geloof.

Laat niets ons daarvan afhouden dat ons een blok aan het been zou zijn. Vroeger kregen ongehoorzame slaven een blok aan hun been zodat ze wel konden werken maar niet weglopen. Nog heel lang is men zo met gevangenen in tuchthuizen omgegaan. Als gelovigen zijn we niet geboeid, maar vrij. We hoeven nergens aan gebonden te zijn. Elke omstandigheid, alles wat we hebben of niet hebben, moeten we kunnen gebruiken om Jezus na te volgen.
Daarom benadrukt Paulus in zijn brief aan de christenen in Galatie de vrijheid die het geloof schenkt. Het geloof in Jezus heeft ons vrijgemaakt want het maakt ons tot kinderen van God: “jullie zijn geroepen” zegt hij “om vrije mensen te zijn”. Dat wil zegen dat we door niets afgehouden kunnen worden van een leven waarin we Jezus navolgen. “De vossen hebben holen en de vogels hun nesten, maar de Zoon des mensen heeft niets om zijn hoofd neer te leggen” zegt Jezus. Dat is geen bijna vertwijfelde uitroep van een volslagen ontheemde mens. Het is de uitgelatenheid van een mens die volkomen vrij is, en geen enkele schuld of verplichting heeft. Die kan gaan en staan waar zij wil. Het is volkomen vrij om God te dienen. Daartoe zijn ook wij vrijgemaakt om het met God alleen te wagen. Alles wat we hebben of alles wat we missen, kunnen we dan in vrijheid gebruiken tot Gods eer. Voorspoed, maar ook tegenspoed, het maakt niet uit, we kunnen er mee doen wat we willen. En wat we willen is in rijkdom of in armoede, in ziekte of in gezondheid God dienen, en Jezus navolgen. Dat is de hand aan de ploeg slaan en nooit meer omkijken. Voor wie vrij is ligt een wereld open. Amen

Pastoor Martin Los
hier nog een prachtige uitsmijter:  Keep Your hands on the plow (Marthalia Jackson)https://youtu.be/Ioee2W0YEXE