Pasen: Ondergedompeld in de dood en verrijzenis van Jezus.

Paaswake 2017 Mariakerk

Lieve zusters en broeders, we horen in deze Paasnacht van de schepping van de mens aan het begin van alle tijden en van verlossing in de tijd uit de slavernij. Ze krijgen een nieuwe betekenis in het lijden en sterven en verrijzenis van Jezus Christus, in wie de nieuwe schepping aanbreekt, de barensweeën en het openbaar worden van Gods kinderen.
We vieren in deze nacht de verlossing uit de macht van de zonde waardoor de dood niet meer het laatste woord heeft over ons leven en deze wereld. We hebben het uitgebreid en luid bezongen in de oude Paasjubelzang. En we hebben er over gehoord in de aloude lezingen uit de bijbel.
In de eerste eeuwen van het christendom werd deze nieuwe schepping en verlossing ook uitgebeeld en beleefd in de volwassenendoop. Door hun doop in de Paasnacht werd heel duidelijk het mysterie gevierd van de doop als onderdompeling in het sterven en de verrijzenis van Jezus tot een nieuw leven in het licht van Gods liefde, onvergankelijk leven.
Christenen mochten in die eerste drie eeuwen nog geen kerken bouwen, want het geloof was verboden en aanleiding tot discriminatie en vervolging. Er was moed voor nodig om als volwassene toe te treden tot de kerk en voor het geloof in Jezus uit te komen.
Er waren nog geen kerken, en dus ook geen doopvonten. De plaats waar gedoopt werd in de Paasnacht was de dichtbij zijnde rivier. Deze afdaling in de rivier, het kopje ondergaan, en weer bovenkomen, was het beeld van de onderdompeling in de dood en de verrijzenis van Christus. De apostel Paulus legt het al zo uit, zoals we hoorden.
Toen de eerste kerken eindelijk gebouwd werden, zorgde men ervoor dat via een buis rivierwater door de doopkapel stroomde. In die doopkapel een bassin in de vorm van een kruis of een sarcofaag. Allemaal om te laten zien: de doop is afdaling in de dood van Christus en opgang in zijn verrijzenis. U raad al dat er drie treden waren uitgehouwen in zo’n doopbassin om af te dalen en op te stijgen. Want we worden gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Later toen het moeilijk werd om rivier water af te tappen, bouwde men achthoekige doopvonten. Om het zelfde verhaal te vertellen.
Het doopvont in de Willibrordkerk in onze parochie is ook achthoekig. Waarom? Acht is zeven plus een. Een reeks van zeven dagen begint met een nieuwe week op de achtste, dat is, de nieuwe eerste dag. De oude schepping is voorbij, de nieuwe is begonnen. Het is net als met de zeven tonen op de toonladder die gevolgd worden door een nieuwe reeks.
Zo heeft de kerk vanaf het eerste begin het mysterie van de doop als eenwording met Christus en verrijzenis tot nieuw leven vorm gegeven en gevierd. We mogen er in deze Paaswake ook getuige van zijn door de doop van Chantal. Zij heeft de moed het te wagen, met hart en ziel en huid en haar, met Jezus Christus en zijn boodschap van Gods liefde die het laatste woord heeft over ons leven en deze wereld.
Maar het is ook herinnering aan ons eigen doopsel. De verrijzenis van Jezus is niet een wonder waar we naar mogen staren maar aankomen niet. We verstaan het alleen als we begrijpen dat we door het geloof en de doop mogen delen in het nieuwe leven van Jezus.
Daarom beleven we allemaal opnieuw in deze nacht ons doopsel en nemen de opdracht op ons, om te leven vanuit de nieuwheid van leven en de vrijheid van Gods kinderen. Een leven met Jezus als de Levende Heer, een leven vervuld van geloof, hoop en liefde.
En daarom roepen we als getuigen van de verrijzenis door het geloof: de Heer is waarlijk opgestaan. Alleluia!

© pastoor Martin Los
selectie uit de voorgeschreven schriftlezingen uit de r.k. traditie voor de Paaswake.
1e lezing: Genesis 1; 2e lezing Exodus 14; 3e lezing: Romeinen 8; Evangelie Mattheus 28:1-10
afbeelding: kruisvormig doopvont Laodicea 5e eeuw

Leven uit de hoop. Mijn 5e Vastenzondag overweging

zondag 2 april 2017 Mariakerk en Willibrordkerk

Lieve zusters en broeders, een vuur verspreidt licht naar alle kanten, maar je kunt door het vuur zelf niet heen kijken. Een vlam maakt dat we kunnen kijken, maar als we er al te lang inkijken zien we vlekken voor de ogen. Zo is Jezus een licht voor onze ogen. “Ik ben het Licht der wereld” zegt hij. Maar als we naar hem kijken, staren we in een mysterie als in een lamp. We kunnen niet bevatten wat hij doet.
Is dat erg? Nee, want het gaat erom dat we leven in zijn licht. Hij opent onze ogen voor de werkelijkheid van God. Leven in het licht van Jezus dát is geloof. Wanneer wij zeggen dat we geloven, dan bedoelen we daarmee dat we oprecht proberen te leven en te werken in het licht van Jezus.
Het verhaal van de opwekking van Lazarus door Jezus gaat over dit geloof. En wel om geloof in zijn uiterste consequentie. Op het scherpst van de snede: leven en dood. “Ik ben de verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft, zal leven ook al is hij gestorven en ieder die leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven. Geloof je dit?” *) vraagt Jezus aan Martha nadat haar broer Lazarus gestorven is. “Ja, Heer, ik geloof!” antwoordt Martha uit de grond van haar hart.
De dood heeft niet het laatste woord over ons leven, zegt Jezus. Dat hebben we niet van onszelf. Het is ook niet iets wat wij hoeven te bewijzen of te verdedigen. Het is geloof in Jezus. Hij laat ons zien dat God groter is dan de dood. Daarom kwam hij geen afscheid van Lazarus nemen op zijn sterfbed om zich neer te leggen bij de dood van zijn vriend, maar hij wekte hem op. Jezus gaat nog verder als hijzelf sterft aan het kruis en zijn leerlingen vinden op de derde dag zijn graf leeg.
Lazarus wordt nog teruggeroepen in het leven maar uiteindelijk zal hij zoals iedereen een keer sterven. Maar Jezus zelf is de eerstgeborene uit de doden.
Hij is de Levende die niet meer sterft. Hij schenkt het eeuwige leven aan allen die in hem geloven. Nu al. “Ieder die in mij gelooft zal in eeuwigheid niet sterven”.
We gaan eenmaal dood. Maar dat is dan niet het einde van het leven. Het is het einde van de dood die ons leven leek te omringen.
Geloven in de verrijzenis en in het eeuwig leven is dus geen vondst van onszelf. Het is geen prestatie van onszelf waarin wij van anderen verschillen die minder voorstellingsvermogen hebben. Of die minder optimistisch zijn. Dat is helemaal niet aan de orde. Er zijn christenen die van nature pessimistisch zijn, toch klampen zij zich vast aan de hoop die Jezus ons mensen schenkt. Geloven is niet hetzelfde als optimisme. Het is hoop. Niet hoop dit uit onszelf voorkomt zoals van supporters van Feyenoord en Ajax die hopen dat hun club vanmiddag gaat winnen. Hoop is dan een ander woord voor voorkeur of wens. De hoop waarover wij christenen spreken en die we ervaren, is een werkelijk geschenk dat we mogen omarmen.
Leven we in het licht van Jezus, durven we dat aan? Zien wij als het ware met Zijn ogen? Keren we als zonnebloemen steeds weer naar Zijn licht?
Kunnen we in dat licht van Jezus ons eigen leven, met nieuwe ogen gaan zien? En dat van onze medemensen? Als het waar is dat de dood niet het einddoel is van ons leven – Jezus nodigt ons uit om die waarheid te omarmen – dan rijst onmiddellijk de vraag: “hoe is leven dat niet meer geregeerd wordt door de dood? Hoe kunnen wij dat leven leven en beleven?”
In de eerste plaats door niet alleen maar meer krampachtig met ons eigen leven en de eindigheid ervan bezig te zijn. Zolang mogelijk leven en zoveel mogelijk voor onszelf eruit halen als een grabbelton, meestal met weinig oog voor anderen. Nee, we mogen het leven als een wonder in ieder mens te zien. Niet alleen in de geslaagde mensen, maar ook in de mensen die minder geslaagd zijn.
In de tweede plaats door niet het leven te beschouwen als ons bezit, maar als een geschenk van God aan ons, een geschenk dat ons niet op onszelf terugwerpt, maar dat ons verbindt met God als de bron van alle leven, dat ons voedt met Gods liefde. In de derde plaats door het leven te zien als mogelijkheid tot het leven delen met elkaar, het leven vieren, elkaar dienen. Het leven zelf verbindt ons dan met God juist door ons tekort, dat we sterfelijke mensen zijn.
Ook door het leven door te geven. Leven in solidariteit met elkaar als generaties die elkaar opvolgen. Zo kunnen we doorgaan. Heel de rijkdom van het leven komt aan het licht wanneer we in Jezus geloven die zegt: “Ik ben de Verrijzenis en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven ook al is hij gestorven. En wie leeft in geloof aan Mij zal in eeuwigheid niet sterven”.
Wat doet het met ons als we die woorden echt tot ons door laten dringen? Het kan niet anders of je wordt vervuld van hoop. Het probleem is, dat we geneigd zijn te denken: “Ja, het lijkt me heel mooi om dat te geloven, maar dan wil ik toch eerst ergens de zekerheid dat het echt zo is”. Maar het gaat er nou juist om, dat Jezus zelf de waarheid is. Hij is zelf het licht dat ons verlicht. We moeten het met hem wagen als de bron van het echte leven zoals God het bedoeld heeft, en zoals God het ons gegeven heeft. Ons leven zoals God het zal voltooien in zijn liefde als de dood voorbij is.
Door zo te geloven mogen we als christenen een teken van hoop zijn voor alle mensen. Door onze manier waarop we met het leven zelf omgaan, door zorg voor de naaste, door liefde voor de zwakkeren, door samen het leven mooi te maken en te vieren, en ook elkaar bij te staan in droeve omstandigheden. Door elkaar te vergeven. Telkens wordt daar heel concreet al de dood overwonnen.
Dat is geloven in hem die zegt: “Ik ben de verrijzenis en het leven….Geloof je dat?” Jezus gaat ons voor als het licht dat ons steeds de ogen opent en de weg wijst. Totdat ons leven zelf voltooid is in Gods liefde en er geen duisternis meer is, maar enkel licht. Amen

(c) Martin Los

*) Evangelielezing voor deze zondag volgens het universele leesrooster van de r.k. kerk: Johannes 11:1-45
(1e lezing: Ezechiël 37:12-14; 2e lezing: Romeinen 8:8-11)
**) Afbeelding: Opwekking van Lazarus, Karl Isakson 187801912