Solidariteit en gemeenschap op weg naar Pasen

Preek op de 1e zondag in de Veertigdagentijd 6 maart 2022 ’t Goy en Odijk *)

Lieve broeders en zusters, vandaag op deze eerste zondag van de Veertigdagentijd begint voor ons de jaarlijkse quarantaine als voorbereiding op het Paasfeest. Velen van ons hebben de afgelopen twee jaar in quarantaine gezeten vanwege het Coronavirus. Of we hadden het virus zelf opgelopen of we waren in aanraking geweest met iemand die besmet was.
We begrijpen nu ook beter waarom de kerk vrijwillig in een soort quarantaine gaat. Dat is om jaarlijks weer met een zuiver hart op weg naar Pasen te gaan. Om ons bewust te worden van gewoontes en gedachten die onze relatie met Jezus en God en onze medemens in de weg staan, en om daarmee te breken en afstand van te nemen.
Het is een gezamenlijke quarantaine. Want niemand van ons zou de indruk willen wekken immuun voor zulke verzoekingen te zijn. Daarom laten we elkaar niet in de steek en bemoedigen elkaar door deze gezamenlijke quarantaine.
Daarom begint ook Jezus zijn missie om de blijde boodschap te verkondigen met een quarantaine in de woestijn *). Hij verklaarde zichzelf niet bij voorbaat als immuun voor de zonde, maar hij onderging de verzoekingen die een mens van God kunnen scheiden met open vizier. Als een echt mens.
Allereerst onderging hij de verzoeking van een leven te willen leiden zonder gebrek en zonder medegevoel voor de naaste in nood door altijd verzekerd te zijn van materiele welvaart. Zijn antwoord: “de mens leeft niet van brood alleen”. Verder de verzoeking om macht uit te oefenen en alleenheerser te zijn in plaats van te dienen en in alle omstandigheden naar de wil van God te vragen. Zijn verweer: “er staat geschreven: gij zult de Heer uw God dienen Hem alleen”. En tenslotte de verzoeking van onkwetsbaar te willen zijn tegenover God en mens, een soort narcisme, in plaats te leven van vertrouwen en als vrienden. Zijn reactie: “Er is gezegd: gij zult de Heer, uw God, niet op de proef stellen”.
Deze drie verzoekingen omvatten eigenlijk alle soorten van verleidingen die een mens kunnen overkomen. Jezus heeft ze weerstaan. Niet met magische bezweringen of bovenmenselijke inspanning, maar als een gehoorzame leerling in de school van het leven en het lijden. Want hij beantwoordde, zoals we hoorden,  alle drie de verzoekingen met een eenvoudig woord uit de Heilige Schrift waaruit elke zondag wordt voorgelezen
Jezus ging vrijwillig in quarantaine en haalde zijn neus er niet voor op, laten wij dan ook vol vertrouwen met elkaar deze veertigdagentijd in gaan. De  prefatie van het eucharistisch gebed in deze tijd noemt de drie belangrijkst kenmerken en doelen van de veertigdagentijd: “dit is een tijd van meer toeleg op het bidden, een tijd van grotere aandacht voor de naaste, een tijd van grotere trouw aan de sacramenten waarin we zijn geboren”. Daarmee vult de kerk deze tijd heel positief in. Er wordt niet van ons als gelovigen gevraagd dat de hele tijd een beetje angstig om ons heen kijken om te zien wat voor verzoekingen op ons af komen. Nee, juist door ja te zeggen tegen God door te bidden, door ja te zeggen tegen onze naaste in nood, door ja te zeggen tegen Jezus en de geloofsgemeenschap door de levende traditie van de kerk mee in stand te houden, juist zo ontdekken we weer de vreugde wat het betekent om te geloven en kinderen van God te zijn. Gewoon de dingen doen die we normaal ook al doen: bidden, iets voor de naaste doen, deel nemen aan het leven van de geloofsgemeenschap en de kerk.
Hoe kunnen we wat we normaal ook al doen, nog bewuster en misschien beter doen? Misschien niet eens door er een schepje bovenop te doen. Wie weet doen we al genoeg. Maar allereerst door het bewuster te doen en met meer liefde en toewijding. De sleur en gedachtenloosheid doorbreken. Dat lukt eenvoudig als we bij alles doen alsof het de eerste keer is. Alsof het volkomen nieuw is. Zoals de kus van een geliefde nog steeds herinnert aan de eerste keer en daar goed beschouwd eigenlijk niet van verschilt.
Dus laten we ons herinneren hoe we voor het eerst persoonlijk het Onze Vader leerde bidden, hoe we de eerste communie beleefde, hoe we voor het eerst afzagen van luxe om iemand in nood te kunnen bijstaan. Laten we ons te binnen brengen hoe we voor het eerst de veertigtijd als quarantaine op weg naar Pasen beleefden, vol verlangen om een mens naar Gods hart te zijn. Hoe nieuw en fijn en inspirerend dat was én nog steeds kan zijn.
Bovendien, al is de Veertigdagentijd traditie en zijn de woorden en rituelen hetzelfde, elk jáár is anders. Dit jaar vieren we het in angst voor een Wereldoorlog door de verschrikkingen in Ukraine. In de twee vorige jaren zaten we midden in de Coronatijd die normale contacten, zelfs kerkgang onmogelijk maakt. En in ons persoonlijk leven hebben ook gebeurtenissen plaatsgevonden, sommige gelukkige anderen verdrietige. Tegen die achter grond is elke Veertigdagentijd nieuw en zijn de overgeleverde woorden en rituelen steeds nieuw. Dat alles geeft ons zelf een nieuw gevoel, zodat we inderdaad Pasen met een zuiver hart tegemoet mogen gaan. Met een negatieve testuitslag. En dat we met vreugde het geloof van ons doopsel mogen vernieuwen, als kinderen van God, als eerstelingen van de nieuwe schepping. Amen

Martin Los pr.

*) Evangelie van de 1e zondag in de Veertigdagentijd: lukas 4:1-13



Staan in de levende traditie van de hoop

Preek op het feest van de Heilige Familie 27 december 2020 Mariakerk en Willibrordkerk, zondag in het octaaf van Kerstmis

Over de kinderjaren van Jezus weten we niet veel. Maar dát we iets weten van zijn kindertijd is natuurlijk al heel bijzonder. De lotgevallen van kinderen telden oudtijds niet mee. Voor zover er al iets over te zeggen viel, was het volkomen privé, een gezinsaangelegenheid, niet belangrijk voor buitenstaanders, voor de openbaarheid, het politieke leven. De paar zaken die we wel weten over Jezus’ kinderjaren speelt zich daarom niet in de schoot van het gezin af, maar in de openbaarheid. Zijn besnijdenis op de achtste dag. Dat was een openbare gebeurtenis waarbij familie en vrienden werden uitgenodigd en het kind de naam ontving. De andere gebeurtenis, daarvan zijn we vandaag getuige. Ook in de openbaarheid: de opdracht van de Heer in de tempel. Jezus wordt zelfs in de armen genomen door een man en een vrouw, beiden vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap: Simeon en de weduwe Hanna.
Na die opdracht van Jezus door Jozef en Maria aan God in de tempel, gingen ze naar hun huis. Daar “groeide Jezus op en nam toe in krachten.  Hij werd vervuld van wijsheid en de genade van God rustte op hem” schrijft Lukas 1). Dus niets over hoe Jozef en Maria en Jezus met elkaar omgingen. Of er wel eens een conflict was zoals in de beste families. We weten niet of Jozef en Maria uitblonken in opvoedkundige kwaliteiten. Ze zullen ongetwijfeld van hun kind gehouden hebben. Dat is ook eigenlijk genoeg. Liefde, elkaar vergeven, verdraagzaamheid. Ze hoefden ook het wiel niet uit te vinden. Ze hadden voorbeelden genoeg om zich heen in familie en buurt. Én ze hadden een belangrijk kader in de Joodse traditie. Heel anders dan voor de meeste gezinnen nu voor wie tradities grotendeels zijn weggevallen, zoals gebeden bij allerlei gelegenheden, bij het eten, bij het naar bed gaan of in geval van ziekte. Of allerlei rituelen en festiviteiten. Een levende traditie heeft een grote opvoedkundige waarde.

De kerk viert op deze zondag in het Kerstoctaaf het feest van de heilige familie, Jezus, Maria en Jozef. Ze doet dat niet om ons dit gezin voor te stellen als ideaal gezin, maar als gewoon gezin. Geen bericht, goed bericht. Een gezin zoals het bedoeld is, mensen die samen onder één dak leven, elkaar toegewijd zijn, en die zich deel weten van een grote gemeenschap, niet alleen de eigen naaste familie, maar de gemeenschap waarbinnen de tradities worden doorgegeven, de wijsheid en de religieuze veerkracht van de elkaar opvolgende generaties. Meer is eigenlijk niet nodig. Meer is ook niet nodig te weten van het gezin van Jozef, Maria en Jezus, en meer weten we ook niet. Die opeenvolgende generaties waarin wij mensen opgroeien en de meeste wezenlijke dingen doorgeven en vieren, staat vandaag centraal, in de ontmoeting van Simeon en de weduwe Hanna.
Een pasgeboren kind is voor de ouders een grote rijkdom. Maar ook voor de hele oudere generatie. Zolang er leven wordt doorgegeven is er vernieuwing en hoop voor de wereld. Elk kind is een belofte voor de toekomst. “Wat zal er van dit kind worden?”  zie je ouderen denken die zich over een kinderwagen buigen. Zo werd ook Jezus op het tempelplein in de armen genomen door Simeon en de weduwe Hanna. Voor Joodse mensen kon elk mannelijk kind de lang verwachte Messias zijn. Het kind Jezus brengt hen in extase en ze profeteren over hem en wat het teweeg zal brengen. “Nu laat gij Heer uw dienstknecht gaan in vrede want mijn ogen hebben uw heil aanschouwd, een licht voor uw volk Israel”. En Hanna dankt God en feliciteert heel Jeruzalem met deze aanwinst.
Het is mooi dat we in dit publieke schouwspel zien hoe het volk van God de Messias ontvangt zonder nog iets aan dit kind te ontdekken, maar door het eenvoudige gegeven dat hij de Verlosser zou kunnen zijn. Het is de Geest die hen doet profeteren en juichen. Deze mensen leven van de belofte van God, zoals Abraham deed. Een levende traditie die overgeleverd wordt van generatie op generatie – dat is het geloof in God als God van de belofte – vervult een volk van hoop.

Door de opdracht van Jezus in de tempel wordt Jezus opgenomen in die geloofsgemeenschap en zijn ouders geven aan dat zij hem in de geschiedenis van de hoop zullen opvoeden. Jezus die zelf de vervulling van deze hoop zal worden, is zelf in die hoop opgevoed.
Wij mogen als christenen die hoop doorgeven aan onze kinderen. Door onze omgang in gezin en familie en geloofsgemeenschap met elkaar, door de liefde, de vergevingsgezindheid en verdraagzaamheid. We zijn niet alleen ouders, kinderen en grootouders, maar allemaal kinderen van God door  het geloof, broers en zussen. Deelgenoten aan de grote universele familie van God. De mensheid die uitziet naar de ultieme verlossing van het kwade en de dood bij de wederkomst van Jezus. Ook wij zijn vol verwachting. Ieder kind dat geboren wordt, mogen we opnemen in die levende traditie. Die levende traditie, met Abraham begonnen 2) . Door de geboorte van Jezus vervuld. Door zijn dood en verrijzenis met nieuwe kracht ingeblazen. We kunnen het Simeon nazeggen: “Nu laat gij heer uw dienstknecht gaan in vrede want mijn ogen hebben uw heil gezien” en we mogen met de weduwe Hanna heel Gods volk feliciteren dat zij leeft vanuit de hoop en dat God zijn beloften vervult. Amen

Martin Los

1) Evangelie van deze zondag: Lukas 2:22-40
2) over Abraham: 1e lezing Genesis 15:1-6 en 21:1-3; en Hebreeën 11:8,11-12,17-19