Geen goedkope troost

Preek op het feest van Allerheiligen op zondag 1 november 2020 in de Mariakerk en Willibrordkerk

“Zalig de treurenden want zij zullen getroost worden” is één van de beloften die Jezus aan zijn hoorders doet 1). Een belofte betreft de toekomst die we nog niet kennen. Hoe zullen de treurenden getroost worden, vragen we ons af?  Weegt er iets op tegen het verlies van dierbare? En ook tegen het lijden omwille van waarheid. gerechtigheid en menselijkheid? Is dat ook geen verlies?
Wij staan in het bijzonder vandaag als gelovigen stil bij onze gestorven broeders en zusters. Bij degenen die we persoonlijk gekend en bemind hebben, degenen die nog kort geleden onder ons woonden. Maar ook bij hen aan wie niemand nog denkt en om wie niemand treurt.
Zalig de treurenden want zij zullen getroost worden”. Jezus zegt niet: ‘de tijd heelt alle wonden’. Wie oprecht treurt zou dat terecht als een miskenning van zijn verdriet kunnen voelen. Jezus biedt wel troost, maar geen goedkópe troost.
Hij zegt niet: verdriet stelt in het licht van de eeuwigheid niets voor dus maak je niet druk. Of dat soort dingen die wij onszelf soms voorhouden of aan anderen als we geen eigenlijk geen woorden kunnen vinden.
“Zalig die treuren” betekent juist: ‘Houdt vól als je treurt om verlies. Dán zul je getroost worden!’
In onze tijd is alles erop gericht om verlies zo snel mogelijk te verwerken. Om zo min mogelijk te treuren. Treuren pas niet in onze opvatting dat je zoveel mogelijk van het leven moet genieten alsof het leven niet evenzeer bestaat uit moeite en inspanning. Treuren past ook niet in onze maatschappij omdat wij de samenleving steeds meer opvatten als een continuebedrijf waarin iedereen 24/7 acteert als werknemer. Alsof het hele leven aan de een kant consumeren en aan de andere kant produceren is. Wie treurt geniet immers niet. En wie treurt is niet doelmatig bezig. Treuren heeft om het zo te ze geen ‘geen nut’. Het staat zelfs de vooruitgang in de weg. Verloren tijd niet alleen van jezelf, ook van de maatschappij.
Maar het lijkt erop dat Jezus wil zeggen dat treuren – stil staan bij verlies – juist de echte troost geeft. Treuren is niet het zelfde als je wentelen in verdriet. Dan ben je meer gericht op jezelf dan degenen die je mist. Treuren is stil staan bij verlies van hen die we moeten missen.
Treuren is de tijd nemen om te overdenken wat de anderen die we moeten missen, voor ons betekend hebben, en wat zij, doordat wij hen gedenken, voor ons blijven betekenen. De liefde die ze ons gegeven hebben, persoonlijk en als samenleving, blijft van kracht. We blijven geworteld in hun liefde.
Treuren wil zeggen: stil staan bij de offers die zij gebracht hebben, hun onbaatzuchtigheid. Die blijven tot zegen voor ons en latere generaties.
Treuren is stil staan bij het goede dat zij hebben gedaan, de verantwoordelijkheid die ze genomen hebben. Het vervult onze harten vol dankbaarheid en verjaagt de leegte.
Het vooruitgangsgeloof van onze tijd roept luid van de daken dat het verleden voorbij is en dat we weinig kunnen leren van vorige generaties die immers minder ver waren dan wij. Maar het geloof van de kerk troost ons en fluistert ons in, dat de heiligen ons zijn voorgegaan. Opgenomen in Gods toekomst. Opgenomen in Gods heerlijkheid. Daarom troost het ons als wij hen gedenken. We zijn en blijven verbonden met hen door geloof, hoop en liefde. Ja, onze liefde kan zelf nog toenemen doordat we door ervaring wijs geworden, nog meer respect krijgen voor degenen van wie we door hun dood afscheid moesten nemen. En als er dingen waren die ons dwarszaten in hun gedrag, hun zwakheden en tekortkomingen, kunnen we die hopelijk vergeven. We kunnen groeien in begrip en hen daardoor nog beter leren kennen. Hun beeld in ons hart maakt nog steeds een ontwikkeling door. Als een voorproef dat we hen ooit samen met onszelf mogen zien. Daarom zegt Johannes in zijn brief: Vrienden, nu reeds zijn wij kinderen van God en wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard; maar wij weten dat wanneer het geopenbaard wordt wij aan Hem gelijk zullen zijn, omdat wij Hem zullen zien zoals Hij is 2).
“Wat wij zullen zijn is nog niet geopenbaard”. We zijn nog onderweg. Zij zijn gelukkig bij de Heer. Wij zijn gelukkig nog onderweg, gelukkig ja, want zo lang wij leven krijgen we de kans om waarheid te zoeken, gerechtigheid te doen, menselijkheid waar te maken. Degenen die ons zijn voorgegaan staan ons daarin bij.
Juist als we stil staan bij onze gestorven en wat zij voor ons betekend hebben, zullen we niet alleen gemis ervaren. We zullen door hun gedachtenis verrijkt worden. We zullen juist door het gemis, verlangen om eenmaal weer verenigd te worden. Want zouden wij hen niet missen hoe zouden we dan kunnen verlangen verenigd te worden. Zoals we nu al één zijn met Jezus onze gestorven Heer, maar toch verlangen te delen in het eeuwige leven met hem. Op die toekomst vooruitlopend gedenken wij met heel de Kerk onze gestorven broeders en zusters. En ieder persoonlijk de eigen gestorven echtgenoten, kinderen, ouders, familie en vrienden. Wij kunnen ons leven niet denken zonder hen. We kunnen hun leven voorbij de dood, niet denken zonder ons.
“Zalig de treurenden want zij zullen getroost worden”. Amen

(c) Martin Los
lezingen in deze eucharistie op het feest van Allerheiligen
1) Evangelie: Mattheus 5:1-12a
2) 2e lezing: 1e brief van de apostel Johannes:

Korte Homilie op Palmzondag 2016 in de Mariakerk

Lieve zusters en broeders, van Hosanna en zwaaien met palmtakken gaat het plotseling over in Kruisigt hem en spotten en spuwen.
De mensen die de oude profetieën kenden wisten uit de profeet Zacharia dat aan het einde der tijden de Messias zou komen vanaf de olijfberg en dat hij zou Jeruzalem zou binnen treden op een ezel.
Toen Jezus daar op een ezel de stad naderde grepen de mensen spontaan de takken van de palmbomen om de lang verwachte koning te verwelkomen.
2016b2016 (2)Alleen, die koning bleek heel anders te zijn dan men zich had voorgesteld. Toen de overheden Jezus lieten geselen en hem samen met misdadigers tot de kruisdood veroordeelden, sloeg het enthousiasme van ontzetting over in hoon. Iemand die pretendeert de Messias te zijn, en zich even later zo in de kaart laat kijken doordat hij zich een doornenkroon op het hoofd laat drukken, verdíent het ook om veracht te worden, was de gedachte.
Hoe gemakkelijk slaat bewondering om in afwijzing en erger. Aanvankelijk werden Syrische vluchtelingen bewonderd om hun verlangen naar vrijheid, hun moed en enthousiast begroet. Maar nu gaan alle grenzen dicht. De negatieve verhalen over hen overheersen. Er is nauwelijks nog mededogen met deze stakkers wier huizen en steden in puin liggen. Alsof we helemaal geen moeite meer doen ons een beetje te verplaatsen in hen.
Ik denk ook aan de eenzame ouderen, de jongeren met psychische problemen, en zovele anderen die teruggeworpen zijn op hun lijden en gebrek. Alsof we door als maatschappij langs hen heen te leven, hen de indruk gegeven dat het eigen schuld is. Natuurlijk krijgen we dagelijks via krant, en tv en sociale media veel beelden en verhalen van leed te zien en te horen. Door die overvloed dreigen we af te stompen. Paus Franciscus heeft zeer onlangs een hele treffende uitdrukking gebruikt. Hij spreekt over de globalisering van de onverschilligheid.
Over de hele wereld zien we mensen massaal zich afsluiten voor het leed en verdriet van anderen, voor hun erbarmelijke omstandigheden.
Als mensen zich afsluiten voor het lijden van anderen, wordt ook het lijden in eigen leven tot een probleem waar we geen raad mee weten, iets wat we uit willen bannen. Maar is een leven waarin geen plaats is voor lijden, nog echt menselijk?
Als we onkwetsbaar zijn kunnen we geen liefde meer ontvangen, geen zorg meer waarderen, en ook niet meer echt genieten en dankbaar zijn. Christus ging het lijden niet uit de weg. Hij nam het bewust op zich. En zo is hij de verlosser van de wereld geworden. Dat is de boodschap van het Evangelie voor alle mensen. Een boodschap die wij als christenen mogen verkondigen aan iedereen.
Niet alleen door de indrukwekkende liturgie zoals vandaag met de Palmtakken en de Palmpaasstokken en de ontroerende lezing van het Lijdensverhaal, maar voor al door zelf niet toe te geven aan de onverschilligheid tegenover het leed van anderen.
“Bidt dat jullie niet in bekoring valt” zei Jezus vooraf tegen zijn leerlingen in de Hof van Getsemane.
Deze verleiding is ook in onze dagen heel actueel. Dat het lijden van anderen ons niets meer doet. Eeuwenlang wijden gelovige mannen en vrouwen, vooral religieuzen, zich aan de zorg voor zieken, gevangen, armen, daklozen. Ze brachten daardoor troost en vreugde aan talloze mensen. Maar ze verheugden zich er ook zelf in. De aandacht voor de gebreklijdenden maakte hen gelukkig.
Waarom zou dit in onze tijd niet kunnen? “Bidt dat jullie niet in bekoring valt”.
Laten we niet klagen en ontevreden zijn en ach en wee roepen over het leed in de wereld, maar laten we zelf troost en uitzicht schenken waar dat in ons vermogen ligt, en laten we tenminste meedogen hebben met allen die in nood zijn, en hen niet wreed behandelen of honen.
We staan soms inderdaad machteloos tegenover het lijden van anderen. Maar laten we niet onverschillig worden. Laten we ons op zijn minst in hun lot verplaatsen.
We loven Christus omdat Hij de zonden van de wereld heeft gedragen en zo voor ons de poort geopend heeft naar het eeuwige leven.
We vieren het vandaag als we bij elke stap in het lijdensverhaal bidden: “Wij aanbidden U Christus en loven U, omdat gij door uw heilig kruis de wereld hebt verlost”.
Maar we mogen een stap verder gaan en het geloof in de overwinning van koning Christus ook in praktijk brengen door niet ons eigen leed uit de weg te gaan, en ook niet het leed van de ander die op onze weg geplaatst wordt. Amen

(c) Martin Los