Pinksteren, Feest van de Liefde: eenheid in verscheidenheid

Preek op het feest van Pinksteren 5 juni 2022 Culemborg

Er gaat geen dag voorbij of de Heilige Geest is werkzaam in de kerk, in de wereld en in ons eigen leven. Als we bidden, als we door onze levenswijze ons geloof doorgeven, als we proberen te leven in het spoor van Jezus, als we ons als actieve leden van de kerk als vrijwilliger inzetten, dan is dat allemaal teken van de Heilige Geest die in en door ons werkt. De apostel Paulus zegt: ‘Niemand kan zeggen “Jezus is de Heer” dan door de Heilige Geest’ 2).
Zonder de Heilige Geest zouden we nu niet hier bijeen zijn om eucharistie te vieren als leden van het ene lichaam van Christus dat de kerk is. Door de Heilige Geest gaan het bijzondere en het gewone samen. Op zo’n manier dat het bijzondere gewoon is en het gewone bijzonder.
De Heilige Geest zorgt voor eenheid in de kerk en Hij zorgt tegelijk voor verscheidenheid. ‘Er zijn verschillende gaven, maar slechts één Geest” zegt Paulus even verderop. “Er zijn vele vormen van dienstverlening, maar slechts één Heer. Er is slechts één God die alles in allen tot stand brengt”. Zo was het, zo is het en zo zal het blijven.
Paulus had in zijn tijd te maken met een groep christenen die claimden bijzondere kennis en inzichten te beschikken van geestelijke zaken. Ze klopten zich op de borst omdat zij bijzondere geloofservaringen hadden. Ze vonden dat ze daardoor een streepje voor hadden boven anderen. Anderen hadden daardoor het gevoel dat zij niet meetelden. Dat waren bijvoorbeeld christenen die zich inzetten voor voedselverdeling onder de armen. Omgekeerd waren er andere christen die erg in de weer waren met de naaste in nood. Die vonden daardoor vonden dat degenen die zich bezig hielden met de liturgie en met gebed zich onvoldoende inspanden.
“Nee” zegt Paulus” zo moeten we niet met elkaar omgaan. Het is één Heilige Geest die allen inspireert en aan het werk zet”. Ieder lid van de kerk heeft zijn eigen gaven, iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Samen zijn we dat ene lichaam van Christus met zijn vele leden, dat bezield wordt door de ene Heilige Geest. Door de diversiteit die er is aan gelovigen en aan gaven, kunnen we elkaar verrijken en versterken. Als we verschillen op de spits gaan drijven dan valt de boel uiteen.
Het zal u opgevallen zijn dat in onze moderne maatschappij ook veel te doen over diversiteit. Mensen van allerlei kleur, afkomst, taal, geaardheid moeten hen eigenheid kunnen ontwikkelen. Dat is een hele uitdaging. Maar we moeten tegelijk ook kijken hoe we de saamhorigheid en de eenheid in de maatschappij kunnen bevorderen. Wanneer iedereen alleen maar op komt voor zijn eigenheid  voelt iedereen zich alleen maar tekort gedaan. Dan zijn er alleen maar verliezers. Maar als we ons afvragen hoe we de anderen kunnen dienen met onze eigen identiteit, dan kan de rijkdom van een samenleving aan het licht komen. De vraag is dan: “gunnen we elkaar ook de ruimte? Zien we alleen maar strijd om de eigen identiteit en het eigen gelijk, of zien we in de ander een medeschepsel, een kind van God, die haar of zijn eigen bijdrage levert aan de gemeenschap. Zou het niet de bedoeling zijn dat we als kerk, geroepen uit alle volkeren, naties en talen daarin een oefenplaats en een voorbeeld zijn?
Het was de grote verwondering en de grote vreugde op het eerste Pinksterfeest dat mensen van alle rassen en talen de blijde boodschap verstonden alsof er geen verschillen waren 1). Die blijde boodschap was en is dat Jezus is verrezen uit de dood. Dat Hij door het offer van zijn leven de zonden van de mensen heeft uitgewist. Dat God zich met de mensen met elkaar verzoend heeft. Dat mensen de vrede van God zouden mogen ervaren in eigen hart en met elkaar.
Die boodschap verstond iedereen daar in Jeruzalem. Toen is de kerk geboren die deze boodschap door alle tijden en in de hele wereld mag verkondigen als bron van vrede en geluk. Dat is het werk van de Heilige Geest. Eenheid in verscheidenheid.
Toen de verrezen Heer aan zijn leerlingen verscheen was zijn eerste woord: “Vrede zij jullie” 3). Waar Jezus verschijnt als de levende Heer daar is vrede. “Ontvang de heilige Geest” zei hij “en hij blies op hen”. De Heilige Geest is direct een gevolg van en de gave van het geloof in de verrezen Heer. Dat hij altijd bij ons is. Niet alleen op hele bijzondere momenten of in bijzondere ervaringen, maar ook in ons gewone dagelijks leven, in de liefde en zorg voor elkaar, in het gebed, in de gemeenschapsviering. Als we het gewone als bijzonder  beleven, dan zullen we het bijzondere ook gewoon vinden.
“Wiens zonden gij vergeeft die zijn ze vergeven” zegt Jezus. Daar begint het. Bij die schone lei. Dat er onderling gewoon vrede is. Eenheid en gemeenschap. Dat we elkaar gunnen dat ieder zijn eigen gave heeft.
Nog steeds vinden veel mensen dat alleen God zonden kan vergeven. En dat is ook eigenlijk zo. Maar dank zij de Heilige Geest mag de kerk zonden vergeven. En mogen we steeds een nieuw begin met elkaar maken. Want God en mensen zijn één in de gemeenschap van de Heilige Geest. Niet voor niets begint elke viering met de vredegroet: de genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap van de Heilige Geest zij met u allen. Dat is geen formaliteit. Dat is formidabel. Amen

Martin Los pr
lezingen op Pinksteren volgens het r.k. lectionarium voor zon- en feestdagen
2) Handelingen der apostelen 2:1-11
1) Korintiërs 12:3b-7,12-13
3) Evangelie: Johannes 20:19-12

Werk in uitvoering

Homilie zondag 21 door het jaar 22 augustus 2021 Mariakerk en Willibrordkerk https://youtu.be/RuIjCUyBeHM
“Heer naar wie zouden wij anders gaan. Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven”1)
Lieve zusters en broeders, nadat Jezus bij de wonderbare broodvermenigvuldiging tegen de avond de menigte verzadigd had, hadden de mensen hem de volgende ochtend opgespoord omdat ze naar meer verlangden. Het zou vreemd zijn als ze niet vol waren van wat ze hadden meegemaakt. Wie zou geen brood willen eten zonder er iets voor de hoeven doen? Het lijkt zelf de ultieme droom van velen: nooit meer hoeven te werken.
Er zijn zelfs sociaal-economen die voorstellen dat iedereen een basisinkomen krijgt, genoeg om van te leven of je nu een baan hebt of niet. De machines en de computers doen het werk wel.
We zouden inderdaad door een beter gebruik van de techniek en rechtvaardiger verdeling van de opbrengst van de aarde zonder moeite alle honger in de wereld kunnen uitbannen. De ogen van hongerende kinderen in sommige arme gebieden en tegenwoordig ook in de vele vluchtelingenkampen zijn een ernstige aanklacht tegen landen waar mensen even in overvloed.
Maar als we  niet meer zouden hoeven te werken voor ons dagelijks brood zouden we dan genoegen nemen met een leven, zonder doel en uitzicht? Betekent mens-zijn ook niet dat we ons nuttig zouden willen maken; dat we zinvol bezig willen zijn door onze zorg voor elkaar, onze zorg voor de wereld, de overdracht van kennis aan onze kinderen door onderwijs en goed voorbeeld?
Als we niet meer zouden hoeven te werken voor ons dagelijks brood en voor onze basisbehoeften, dan hadden we gelukkig toch nog onze handen vol om samen deze wereld veilig en mooi te maken, een thuis voor iedereen. Dat werk is nooit af. Dat werk moet in zeker zin steeds opnieuw beginnen. Want elke generatie staat voor nieuwe opgaven en elke generatie vormt ook zelf een nieuwe opgave.
“Werkt voor het brood dat niet vergaat” zei Jezus tot de mensen die hem overal gezocht hadden en alles van hem verwachten. “Wat voor werk moeten we dan doen? “ vroegen ze hem. “Geloven in hem die God gezonden heeft”.
Geloof in Jezus als de Zoon van God, de Christus, is een wérk. Met werk bedoelt Jezus niet in de eerste plaats, dat het moeite en inspanning, zweet en tranen,  kost. Maar vooral dat je het met hart en ziel doet. Het gaat niet om allerlei religieuze verplichtingen maar om de dienst aan God. Je afvragen wat zijn wil is in het leven van alledag. Het gaat om de unieke kans om een leven te leiden als een kind van God. Om het werkelijk nieuwe van het Evangelie te laten zien. De boodschap van de verlossing. Toch haken veel leerlingen af – ook al waren zij verzadigd bij de wonderbare broodvermenigvuldiging. Ook al hadden ze hem daarna overal gezocht om het wonder dat ze hadden beleefd. Om het wonder nogmaals te beleven, en nogmaals en nogmaals. Maar ‘geloven in Jezus als het ware  brood dat uit de hemel is neergedaald’? Dat ging hen veel te ver. Daar zagen ze om zo te zeggen “geen brood in”. Daar wilden ze hun krachten niet aan wijden. Een mens die zichzelf presenteerde als de ultieme liefde, als het hart van God dat naar alle mensen openstond, als de Zoon van God, dat stond hen tegen, ook al hadden ze zelf het teken daarvan beleefd.
“Zouden jullie ook niet gaan? “ vraagt Jezus aan zijn leerlingen die bij hem gebleven zijn? Waarop Petrus als hun voorman zegt: “Heer, naar wie zouden wij anders gaan. Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven. Wij geloven en weten dat U de heilige van God bent”.  Ze zijn bereid het werk aan te vatten dat God van hen vraagt. Daar ontstaat het nieuwe volk dat net als eens Jozua toen hij het volk het beloofde land binnenleidde, voor de keus stelde God te dienen of de afgoden? Het antwoordde: Wij denken er niet aan de Heer te verlaten. Hij heeft ons geleid en beschermd. Ook wij willen de Heer dienen. Hij is onze God” 2).
Het geloof is een werk. Dat werk aanvatten betekent ook een keuze maken en een besluit nemen. Een duidelijk plan voor ogen hebben. Niet overvallen worden door de realiteit die vaak weerbarstig is. Om de gemeente van Epheze te helpen bij hun poging de liefde van God gestalte te geven in hun gemeenschap, met een duidelijk plan voor ogen, hield Paulus de gelovigen voor om de liefde van God ook in de omgang met elkaar gestalte geven en aan de gemeenschap met elkaar te werken 3). Want je kunt wel een boodschap voor de wereld hebben, dat God liefde is en dat we die liefde in Jezus Christus mogen ervaren, maar als je dat niet in je eigen gemeenschap praktiseert, vindt je boodschap geen weerklank. “Heb elkaar van harte lief” schrijft hij. Vind je zelf niet belangrijker dan de ander. Voegt je naar elkaar. Geloven als teamwork. In de gemeenschap, maar ook in je eigen thuis, je huwelijk, je vriendschappen. De arme Paulus had nooit kunnen denken dat zijn woorden zouden worden opgevat als goddelijke natuurwet over man en vrouw. Dat mensen aanstoot zouden nemen over zijn woorden. Dat hij als het ware een talibanachtige visie op vrouwen had. Want het was beslist geen mannelijke spierballentaal van onze beminde apostel, maar een bijna schuchtere poging van hem om een beeld te geven van hoe het zou kunnen dat wij als kerk en in onze gezinnen en relatie de liefde van God in Jezus Christus zouden kunnen vieren. Hij zag het als zijn ideaal als gemeente zijn een vorm van teamwork was. Met de liefde van Christus als doel en als middel. Geen keurslijf, maar de vrijheid van Gods kinderen.
Paulus greep naar het beeld van het lichaam om de gemeenschap van liefde van Christus voor de ogen van de gelovigen op te roepen. Ook in huwelijk en gezin. Als een voorbeeld. Weet iemand een beeld dat meer aanspreekt? Een beeld en een visioen dat beter aansluit bij de huidige tijd. Ik hoor ik de apostel denken: ga je gang, als het maar dient om God en elkaar in liefde te dienen. En getuigen te zijn van het Evangelie in onze wereld, Het blijft werk in uitvoering. Amen

(c) Martin Los, pastoor

Lezingen in de eucharistie van de 21e zondag door het jaar volgens het universele katholieke leesrooster:
1) Evangelielezing: 6:60-69 (zie ook het hele hoofdstuk)
2) 1e lezing: Jozua 1-2, 15-17, 18
3) 2e lezing: Brief van h. apostel Paulus aan de christenen te Epheze: 5:21-32