Heb je een geloof als een mosterdzaadje, waarom vragen om meer?

Preek op de 27e zondag door het jaar in de kerk van H. Michael te Schalkwijk en van Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming te Houten op 2 october 2022

Een geloof als een mosterdzaadje. Dat is wel héél klein, vind u niet? Het glipt tussen je vingers door. Toch, zegt Jezus, zou zo’n geloof als een mosterdzaadje is staat zijn een grote boom ertoe te bewegen om zich los te rukken uit de aarde en zich te verplaatsen in de zee.’ 1) Met andere woorden: als je geloof hebt heb je helemaal niet meer geloof nodig
Wat bedoelen de leerlingen eigenlijk als ze vragen om meer geloof? Bedoelen ze: maak het ons gemakkelijker om te geloven? Ik heb vaak genoeg mensen horen zeggen: “ik zou wel willen geloven, maar het vele leed in de wereld maakt het me onmogelijk te geloven in een God”. Zo iemand bedoelt dat geloof onverenigbaar is met wat we zien en meemaken. Maar geloof is nu juist geloof omdat het inderdaad onverenigbaar is met wat we zien. Want dan zou het geen geloof zijn. “Het geloof is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet” zegt de schrijver van de Hebreeenbrief. Geloof is dus onlosmakelijk verbonden met wat we hopen maar nog niet zien. Niet eerst zien en dan geloven, maar eerst geloven en dan zien.
Zó’n geloof, al is het zo klein als een mosterdzaadje, kan een onvergelijkbare grotere boom bevelen een reis door de lucht te maken helemaal voorbij waar nog aarde is, namelijk de zee. Dus de leerlingen bedoelen niet: Heer, maak het ons gemakkelijker om te geloven.
Waarom dán vragen om een méér geloof? Het lijkt erop alsof de leerlingen van Jezus door méér geloof op willen vallen. Dat de mensen voor hen in de handen zullen klappen. Ze komen steeds dichter bij de grote stad, Jeruzalem. Daar leven  duizenden mensen bij elkaar. Dat hebben ze nog nooit meegemaakt. Alle getalenteerde mensen zijn naar de grote stad toe getrokken. Net als in onze tijd. Geleerden, studenten, zangers, geestelijken met hun verfijnde manieren.
Zullen de leerlingen als eenvoudige vissers en tollenaars niet uitgelachen worden. Kan Jezus hen niet op de één of andere manier omtoveren. Kan hij hen niet doen uitblinken? Niet door hun gestalte of bijzondere talenten, maar door hun geloof? “Heer, geef ons meer geloof”.
Herkennen we dat? Dat we ons een beetje schamen voor ons geloof? Dat we graag zouden willen dat ons geloof op meer erkenning en waardering kon rekenen? Voelen we ons niet een beetje in de steek gelaten door God? Moeten we niet als in een talentenshow bijzondere gelovigen voor het voetlicht brengen met een jury erbij. Dan zouden die kunnen fungeren als rolmodel. Daar zou dan de wereld van onder de indruk zou zijn. Wij als eenvoudige gelovigen zouden ons dan aan hen kunnen optrekken en een beetje delen in hun succes. Ooit golden bij ons de heiligen als zulke rolmodellen. Bij hun doop kregen kinderen de naam van een  heilige. Ze waren hun patroon en beschermer. Hun verhalen werden verteld en gevierd op de feestdag van de heilige. De naam Frans bijvoorbeeld herinnert aan Sint Franciscus van Assisi wiens feestdag we overmorgen op 4 october vieren. Onze huidige paus Franciscus heeft bewust zelf deze naam gekozen omdat de heilige Franciscus een groot voorbeeld voor hem is door zijn liefde voor de armen en voor de schepping, de aarde, de planten, en de dieren. Nu de aarde in nood is door uitputting en vervuiling maken name de jongeren zich ernstig zorgen over de toekomst van onze planeet kan. Sint Franciscus kan ons helpen om op een eerbiedigere manier om te gaan met de schepping, juist als mensen die geloven. Kunnen we niet onze consumptieverslaving vaarwel zeggen. Moeten we ons niet veelmeer verwonderen om de schepping in al haar diversiteit. Moeten we niet veelmeer God danken voor elke dag die ons hier gegeven is, voor onze medemensen en medeschepselen. Er is een weg. “Als je het geloof van een mosterdzaadje zou hebben…”. Het doet denken aan iemand die ooit van het kettingroken is afgekomen – misschien onder invloed van de actie Stoptober –  zo iemand is ook alleen maar blij een vrij mens geworden te zijn.
Tenslotte, Jezus antwoordt ook nog met een kleine gelijkenis op de vraag “Geef ons meer geloof” Dat was de vraag van de  leerlingen die er tegen opzien, dat ze  straks in de grote stad komen waar ze alleen maar opvallen doordat ze zo onopvallend en gewoon zijn. Knechten die van hun werk op het land komen, verwachten niet dat hun heer de maaltijd voor hen gereed heeft gemaakt. Het is naast hun arbeid op het land ook hun werk om hun heer te bedienen. Daarna kunnen ze voor zich zelf zorgen”.
Met andere woorden. Geloof is er niet om zelf op te vallen en in de schijnwerper te staan. Daarom hoeven we niet te vragen om meer geloof. Het gaat erom dat we ons geloof, hoe klein ook, in praktijk brengen. Dan zullen we ervaren wat geloof kan doen al is het zo klein als een mosterdzaadje. Zo klein als het is, zo groot is zijn kracht. We moeten niet vragen om méér geloof. Ht gaat erom dat we Christus dienen. Dat is genoeg; “als je alles gedaan hebt wat je is opgedragen, zeg dan: we zijn maar gewone knechten, we hebben alleen maar onze plicht gedaan”.
Dat is ook de houding van onze leermeester en redder zelf. Jezus kwam niet in de wereld om uit te blinken, niet om het middelpunt van bewondering en applaus te zijn. Hij wilde slechts de wil doen van zijn hemelse vader en de mensen weer in verbinding brengen met de goddelijke liefde en barmhartigheid. Laten wij dan ook niet ervoor terugschrikken om gewoon Christus na te volgen. Laten we getuigen zijn van de hoop die door het geloof in ons is. De tijd is er rijp voor. En de engelen , zoals de aartsengel  Michael, zullen ons beschermen en bewaren in de vrede en de vreugde van Christus. Amen

Martins Los, pr

Evangelie van de 27e reguliere zondag door het jaar 2 oktober 2022

Leven moet gevierd worden

Preek op de 2e zondag door het jaar 19 januari 2022 in de Onze Lieve Vrouw ten Hemelopnemingkerk te Houten

Lieve broeders en zusters, het Evangelieverhaal van de bruiloft te Kana geeft ons allen een blij gevoel. Vanwege de goede afloop. Het feest kan doorgaan. Maar vooral omdat het om een bruiloft gaat 1). Het geluk van mensen. Twee mensen beloven elkaar trouw. De hele gemeenschap, familie en vrienden, deelt in hun vreugde. Ze gunnen het paar alle goeds tijdens het avontuur dat ze beginnen. Geluk is aanstekelijk.
In deze contactarme tijd van Corona is het al bijna twee jaar onmogelijk om een bruiloftsfeest te vieren. Huwelijk kunnen wel gesloten worden, maar met niet meer dan een handjevol genodigden. Een feest zit er niet in. Bruiloftsfeesten worden niet voortijdig beëindigd wegens gebrek aan wijn zoals in Kana. Ze zijn bijvoorbaat onmogelijk.
Niet alleen bruiloftsfeesten zijn onmogelijk als gevolg van het virus. Talloze momenten die we normaal vieren, gaan niet door. Dat voelt niet goed. Het is alsof we als gemeenschap ziek zijn. Ook als geloofsgemeenschap lijden we hieraan. Het lijkt een lange tocht door een woestijn. We hebben dorst naar contact en om de vrijheid weer te vieren. Wat we opnieuw ontdekken is hoe belangrijk het is dat we het leven kunnen vieren. Dat zijn de momenten waarop we elkaar ontmoeten, nieuwe contacten leggen, het dagelijkse keurslijf even afleggen om te ervaren dat we vrij zijn.
Ons leven bestaat niet alleen uit noodzaak en nut. Echt leven bestaat ook uit vrijheid. Noodzaak is dat we moeten werken voor ons dagelijks brood om te overleven als mens en als soort. Arbeid en geboorteweeën. Het gaat met moeite en inspanning gepaard.  En we maken ons nuttig doordat we dingen maken om te gebruiken en een wereld om in te wonen. De wereld van organisatie en techniek, de maatschappij. Maar noodzaak en nut, hoe nodig en nuttig ook, zijn niet voldoende voor ons menszijn. We zijn geen slaven en ook geen robots.

Daar komt de menselijke vrijheid om de hoek kijken. Dat is leven met de vlag uit. Het leven vieren. Bij allerlei gelegenheden, feesten, spel, dans, humor, samen eten, onverwachte dingen doen, iets nieuws en verrassends kunnen beginnen. In deze pandemie beseffen we steeds meer de waarde van de vrijheid om het leven te kunnen vieren. Niet alleen persoonlijk, maar ook met elkaar. Anderen uitnodigen. Ook mensen die alleen zijn.
Daarmee zijn we terug bij de bruiloft te Kana. Het verhaal maakt ons blij. Op de één of andere manier vertelt het ons iets dat eigenlijk niet goed in woorden is uit te drukken. Het gaat om een mysterie dat we door ons geloof mogen herkennen en ervaren. Let op de aanwijzingen. De evangelist Johannes merkt aan het begin op: op de derde dag was er een bruiloft te Kana. De derde dag is ook de dag waarop Jezus uit de doden verrees. De paasmorgen. De dag waarop Jezus als de opgestane Heer die de dood had overwonnen aan zijn leerlingen verscheen. Na zijn doop in de Jordaan die we vorige zondag vierden, is de redding van de bruiloft te Kana het eerste teken dat Jezus doet. Het verwijst naar Pasen, naar verrijzenis, naar leven dat niet eindigt in teleurstelling en verdriet en dood. Een leven dat niet bestaat uit louter gezwoeg en perfectie. Zou het dan toch daardoor komen dat het verhaal van de bruiloft te Kana ons altijd zo raakt en blij maakt? We proeven er Pasen in. We proeven er Jezus Christus zelf in, zijn leven met God, zijn leven voor de mensen. Het eeuwige geluk, dat niet meer voorbijgaat. Hij gunt het ons. Hij geeft ons de ware vrijheid terug
We moeten dit verhaal dus niet als een buitenstaander benaderen, als iemand die zegt: ”water in wijn veranderen, dat kan toch helemaal niet?” Alsof het om iets scheikundig gaat. Nee, je moet als gast op het feest aanwezig zijn, je moet zelf proeven van het water dat in wijn verandert. Door het geloof en het water van de doop. Door Jezus te volgen in ons leven. Je moet als die bedienden zijn die luisteren naar de aanwijzing van Maria: “Doet maar wat hij jullie zegt!” De Bijbel gebruikt regelmatig beelden als bruidegom en bruid en bruiloftsfeest voor de relatie tussen God en mensen, tussen Jezus en zijn kerk. Zoals bijvoorbeeld de profeet Jesaja: zoals een bruidegom zich verheugt in zijn bruid zal uw God zich verheugen in u. 2)
Het is een beeld van het leven dat gevierd wordt, in vrijheid en in gemeenschap, liefde en trouw. Het geloof nodigt ons telkens uit om niet in frustratie te verzanden, om cynisme geen kans te geven, om het leven niet door egoïsme te vergiftigen, maar om steeds de vrijheid te proeven om een nieuw begin te maken. Om anderen een kans te geven op een nieuw leven door vergeving en verzoening, door de naaste in nood te helpen en ook van het leven te genieten.
Ook in deze pandemie waar we het leven niet kunnen vieren zoals we graag zouden willen en zoals we ook eigenlijk zouden moeten kunnen, kunnen we het leven veraangenamen voor elkaar door aandacht te hebben voor de mensen om ons heen, de gemeenschap van familie en vrienden, door een positief geluid te laten horen. Jezus geeft ons zin in het leven. Een altijd nieuwe zin.
Ik las laatst ergens iets dat me door zijn inzicht overweldigde: het wezen van geluk is, dat het voorbijgaat. Dat trof me diep. Alle menselijke geluk is kwetsbaar en voorbijgaand. Als menselijk geluk ondanks dat het kwetsbaar is en voorbijgaat, al zo mooi is en het vieren waard, hoe wonderlijk moet dan niet het geluk zijn dat nooit voorbijgaat, geluk in het licht van het Paasmysterie, het leven met God door Jezus. “Anderen schenken eerst de goede wijn en als die opraakt, de mindere. Maar u hebt de beste wijn voor het laatste bewaard”. Amen

Martin Los, pr
1) Evangelielezing op deze 2e zondag jaar C: Johannes 2:1-12
2) 1e lezing: Jesaja 62:1-5
afbeelding: Orthodoxe Ikoon: Jezus en Maria op de bruiloft te Kana