Liefde zonder aanzien des persoons

Preek op de 6e zondag in de Paastijd 9 mei 2021 Mariakerk en Willibrordkerk

Hoe dichter we Pinksteren naderen, hoe meer we in de liturgie van de kerk horen over de liefde. De liefde van God, de liefde van Jezus en onze opdracht om lief te hebben. Dat moet ons niet verbazen, want de heilige Geest die op het Pinksterfeest is uitgestort, is de Geest van Gods liefde. Met Pasen gaf Jezus zijn leven voor ons als uiterst bewijs van zijn liefde. Hij gaf zichzelf uit liefde als een graankorrel die in de aarde valt en sterft, maar zo veel vrucht draagt. Met Pinksteren blijkt die ene graankorrel door de uitstorting van de Heilige Geest een heel korenveld geworden dat veel vrucht draagt. We moeten Pasen en Pinksteren nooit los van elkaar zien. Pinksteren is de vervulling van Pasen. Dat de liefde waarmee Jezus ons heeft liefgehad, ons zelf vervult. Die liefde die sterker is dan de dood.
Die liefde is geen onbereikbaar ideaal waarnaar we alleen kunnen kijken, maar aankomen niet. Het is het geschenk van Gods liefde aan ons. Het begint met de erkenning dat wij niet als eerste hebben liefgehad. Johannes schrijft in zijn brief: hierin bestaat de liefde. “Niet wij hebben God liefgehad, maar dat Hij ons heeft liefgehad”. Met andere woorden: onze liefde begint daar waar we tot de ontdekking komen dat God liefde is en dat Hij ons het eerst heeft liefgehad. Die ontdekking motiveert tot permanente verwondering en dankbaarheid.
Wat verwarring kan geven is dat ons woord ‘liefde’ twee verschillende zaken kan betekenen. Liefde als houden van, een hevig verlangen om iets of iemand te bezitten. Je tot iemand anders aangetrokken voelen. Iemand heel aardig vinden. We zouden dit nemende liefde kunnen noemen. Ze heet in het Grieks eros. Maar de bijzondere liefde waar het Evangelie over spreekt is gevende liefde. In het Griek agapé. Over deze liefde gaat het Evangelie, waar Jezus zegt: “dit is mijn opdracht: Heb elkaar lief”.
Deze liefde, deze agapé, is belangeloos. Ze acht de ander hoger dan zichzelf. Ze stelt zichzelf niet voorop. Het is die liefde waarvan Jezus zegt: Geen groter liefde heeft iemand voor zijn vrienden dan wanneer hij zijn leven voor hen geeft. We moeten die twee vormen van liefde niet met elkaar verwarren. De eerste vorm, de nemende liefde, heeft te maken met het feit dat we sterfelijke mensen zijn. We voelen de drang om het leven door te geven. Ze is natuurlijk omdat we zijn onderworpen aan de natuur. Ze komt voort uit noodzaak, in standhouding. overleven. Maar de gevende liefde, de goddelijke liefde, is uiting van volkomen vrijheid. Hij schiep ons, uit het niets, niet uit noodzaak maar uit vrije wil. En Hij gaf zijn Zoon uit liefde voor de wereld. Niet uit noodzaak, maar uit vrije wil, uit zijn grote liefde. Het is deze liefde waarin Jezus ons laat delen. Het is deze liefde waardoor we God mogen kennen. Het is deze liefde die onze verzekert dat we kinderen van God zijn.
Deze liefde is niet beperkt tot onze vrienden en familie of volksgenoten van wie wij op onze beurt voortdurend tegenprestaties verwachten, ze geldt ook de vreemdeling, of mensen die het ons moeilijk maken. Ze is zonder aanzien des persoon, omdat God zonder aanzien des persoons is. We hoorden het de apostel Petrus zeggen in de Handelingen: “Nu besef ik pas goed, dat God zonder aanzien des persoons is”. Er speelde op dat moment een ernstig conflict af in de jonge kerk. De eerste leerlingen van Jezus, de eerste christenen, waren allemaal Joden, allemaal besnedenen. Toen zij Jezus’ naam gingen verkondigen, zijn dood en verrijzenis, kwamen ook vele niet-Joden tot geloof. De vraag was of deze heidenen, nu ook tot de kerk konden worden toegelaten. Moesten zij niet eerst Joods worden? Jezus zelf was een Jood.
Dat was een hele worsteling voor de apostelen, die trots waren op hun Joodse afkomst en traditie. Zij behoorden in hun ogen tot het uitverkoren volk. Maar iedereen kon zien dat deze heidenen die tot geloof gekomen waren, deelden in de Heilige Geest, de Geest van Gods liefde. Uiteindelijk kwamen de apostelen tot de overtuiging en het besluit dat binnen de kerk Joodse christenen en de gelovigen uit de rest van de wereld, aan elkaar gelijk waren. Men hoefde dus niet eerst tot het uitverkoren volk te behoren om bij Jezus te kunnen horen. Wel is nog veel bewaard van de Joodse achtergrond. Denk aan de lezingen in de Eucharistie uit de boeken van Mozes, de Profeten en de Psalmen. Ook meerdere onderdelen van de liturgie herinneren aan de Joodse achtergrond. Denk aan de uitroepen Amen, Hosanna, Hallelujah. Denk aan de basisstructuur van het kerkelijk jaar: Pasen en Pinksteren de zeven dagen van de week. Dat zal de kerk nooit kunnen verloochenen. Toch is zij niet eenkennig. Ze is katholiek, dat wil zeggen: universeel. Open naar alle volken, talen en culturen, zonder onderscheid naar huidskleur en afkomst.  Dat belijden we als we zeggen: Ik geloof in de heilige katholieke kerk.
Zo is ook de kerk en de eigen geloofsgemeenschap bewijs van Gods liefde die niemand buitensluit. Het is geen onderonsje. Die liefde die God ons bewijst in Jezus Christus mogen we nu zelf in praktijk brengen: niet jullie hebben mij uitgekozen maar ik u en ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voor te brengen die blijvend zijn. Dat is onze leerschool, van Pasen naar Pinksteren, de school van de liefde. Amen.

(c) Martin Los

Schriftlezingen in deze eucharistie op de 6e zondag in de Paastijd
eerste lezing: Handelingen der apostelen 10:34-35,44-48
tweede lezing: 1e Brief van Johannes 4:7-10
Evangelielezing: 15:9-17








De Geest komt onze kwetsbaarheid te hulp

Preek op het Pinksterfeest 31 mei 2020 Mariakerk Online via kerkdienstgemist.nl

“Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend ik u” Hij blies op hen en sprak: “ontvang de Heilige Geest”. 1)
Lieve zusters en broeders, we horen dat de leerlingen van Jezus in Jeruzalem bij elkaar zitten met “de deuren gesloten uit vrees voor de buitenwereld’.
Op dit Pinksterfeest zijn ook de deuren gesloten. Ditmaal niet uit vrees voor vervolging, maar uit vrees voor besmetting met het Corona-virus. Met pijn in ons hart moeten de kerken al maandenlang de gelovigen weren uit de kerk. De kerk als gemeenschap van gelovigen is daardoor grotendeels onzichtbaar voor haar leden zelf en voor anderen.
Als gelovigen leven we bij de ontmoeting met God en met elkaar. We raken elkaar aan bij de vredeswens, Jezus raakt ons aan en wij Hem in de communie, we raken onszelf aan als we onszelf tekenen met het kruisteken. We verwarmen elkaar door de zang, door de aandacht voor het Woord van God, door de saamhorigheid. We ondersteunen de geloofsgemeenschap met de collecte. En we brengen gaven mee voor de voedselbank.
Dat is nu al drie maanden niet mogelijk. We kunnen ons nu beter verplaatsen in de zieken en ouderen die zelden of nooit naar de kerk kunnen komen. Of in de mensen die twijfelen of zij wel in de kerk thuis horen en daarom de stap over de drempel niet durven zetten. Wat moeten zij altijd al missen. Petje af dat zij ondanks dat gemis toch hun geloof bewaren en hun verlangen om bij Jezus en de kerk te horen.
Het lijkt erop dat de teugels nu wat gevierd mogen worden. Maar het virus is nog niet verdwenen en er is ook nog geen vaccin. Met name ouderen en mensen met een zwakke gezondheid of met gezinsleden die bijzonder risico lopen, zijn huiverig om weer naar de kerk te komen. Zij moeten zich zeker niet schuldig voelen. Het zal echt nog wel een tijd duren voor alles weer normaal is.

De uitstorting van de Heilige Geest op het eerste Pinksterfeest maakte dat de deuren ópen waaiden door de stormwind. 2) En de leerlingen stonden in vuur en vlam. Ze spraken in alle talen. De liefde van God vervulde hen allen. Ze waren niet meer angstig en in de steek gelaten. Ze voelden de aanwezigheid van Jezus, de verrezen Heer, op een nieuwe manier in hun midden. Ze ontvingen kracht van boven. “Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik ook. Ontvang de heilige Geest!”
Het is deze Geest die sindsdien de kerk bezielt om te doen waartoe ze in de wereld gezonden is: de blijde boodschap verkondigen, mensen hoop geven, zoekende mensen aanraken met de liefde van God.
Hoe kunnen we nu in onze dagen die Geest op het spoor komen. Hoe kunnen we in onze situatie de Heilige Geest ontvangen die ons aanraakt met de liefde van God?
De wereldwijde coronacrisis heeft ons mensen voor een volstrekt nieuwe situatie geplaatst. Aarzelend, zoekend en tastend gaan we onze weg, in de contacten met elkaar, het werk, de maatschappij en de kerk. Het is een oerervaring, Alsof door alles heen een stem klinkt. De stem van God die roept: ‘breek uw tent op, ga op reis, naar het land dat ik u wijs!

Een eerste voorbeeld.  De coronacrisis heeft ons allen in één klap geconfronteerd met onze kwetsbaarheid. We zijn en blijven mensen van vlees en bloed. Sterfelijke mensen. Laten we niet wegvluchten daarvoor ten gevolge van een virus. Laten we ontdekken dat we juist door de zorg voor elkaar ervaren hoe kostbaar het leven is. Een Gods geschenk. Deze liefde voor het kwetsbare menselijke leven kan ons opnieuw in liefde doen ontvlammen voor God en voor elkaar. De verrijzenis van Jezus met een verheerlijk lichaam belooft ons dat ook ons kwetsbare sterfelijke lichaam eens mag delen in die heerlijkheid. Juist het geloof in de verrijzenis van het lichaam maakt dat we ons lichaam en lichamelijk bestaan liefdevol beschouwen en liefdevol behandelen ondanks dat het mikpunt is van ziekten en van een virus zoals nu. Zo verdrijft de Geest onze angst. En laten we ook voor elkaar zorgen, met name voor de zieken en kwetsbare ouderen. Het lichaam van de kerk waar Paulus over spreekt 3) is ook kwetsbaar zoals we in deze maanden ervaren. Waar loopt deze periode van gesloten keren op uit? Raken velen de kerkgang ontwend? Of neemt in de harten van de gelovigen juist het verlagen naar een hernieuwde bezielde kerk toe?

Een tweede voorbeeld. De crisis door het coronavirus is wereldwijd en raakt alle mensen. Dat is uniek in de geschiedenis. Het gaat door alle rassen en talen en geslachten heen. Door vriend en vijand. Zou dat niet het gevoel versterken dat wij mensen, niet zonder elkaar kunnen, in plaats van elkaar te bestrijden met argwaan en oorlogen. Kan de kerk onder leiding van de Heilige Geest die eenheid niet versterken en richting geven door de verkondiging van Gods liefde, zoals Jezus haar heeft opgedragen. En kunnen wij als gelovigen door deze ontwikkeling niet weer meer oog ervoor krijgen dat we deel uitmaken van de wereldwijde beweging die de kerk van Jezus Christus is,  uit alle volkeren en talen?

Tenslotte. Door de kerksluiting van de afgelopen maanden zijn wij en vele andere kerken ertoe overgaan de vieringen uit te zenden via internet. Voor iedereen te volgen. We schamen ons er niet voor om als gemeenschap ons geloof op deze manier uit te dagen. Dat is beslist uniek voor plaatselijke geloofsgemeenschap. Je geeft jezelf bloot.
Natuurlijk hopen we dat we gaandeweg weer onze vieringen in de kerk kunnen houden. Maar deze openheid op internet voor het oog van de hele wereld, is onomkeerbaar. Is dat ook niet de Heilige Geest aan het werk? Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik ook u!

Laten we daarom altijd vol hoop zijn. Laat niets anders ons leiden dan de liefde van God waartoe we in de wereld geroepen en uitgezonden zijn.
De Heilige Geest is de liefde van God waardoor Hijzelf in ons woont door de liefde van Jezus Christus, de Zoon, voor de Vader, en de liefde van de Vader voor de Zoon. Het begon met het eerste Pinksterfeest. Het is vandaag niet minder Pinksteren dan toen. De liefde van God, het geloof en de hoop, openen onze ogen en harten daarvoor. “Zoals de Vader mij gezonden heeft, zo zend ik nu u. Ontvangt de Heilige Geest”. Een storm en een stroom van liefde Amen

(c) Martin Los Schriftlezingen voor het Pinksterfeest volgens het rooms-katholieke leesrooster voor zon- en feestdagen:
Evangelie: Johannes 20:19-23 1)
1e lezing: Handelingen der apostelen 2:1-11 2)
2e lezing: I Korinthiers 12:3-7,12-13 3)