geloof is geen testcase

overweging op Maandag week 4 in de 40dagentijd 2020 ten tijde van de coronacrisis

De koninklijke beambte die op Jezus toetrad toen hij in Kana in Galilea was, bad hem om zijn zoon te genezen die stervende was.
De man was kennelijk vanwege een opdracht van hogerhand niet thuis in zijn gezin in Kafarnaum, maar in Kana. Een bevel van de regering gaat boven alles. We merken het ook vandaag. Ze kunnen zelfs leiden tot een lockdown. Het liefst was de rijksambtenaar thuis geweest bij zijn ernstig zieke zoon.
Hij voert nu zijn opdracht uit, maar zijn gedachten zijn natuurlijk bij zijn kind. Hoe zou het met hem zijn? Zou hij hem ooit nog leven terug zien.
We kunnen ons vandaag gemakkelijk verplaatsen in deze dienaar van de koning. Velen kennen innerlijk onrust vanwege familieleden of vrienden of bekenden en stadsgenoten die besmet zijn met het Coronavirus. Misschien verblijven ze in een ziekenhuis, zelfs op de intensive care. Of we denken aan onze familieleden in verzorgingshuizen die geen bezoek mogen ontvangen vanwege het virus. Hoe zou het met hen zijn? We hebben tegenwoordig natuurlijk mobieltjes en i-pads waardoor we contact kunnen onderhouden. Maar niet alle ouderen beschikken daarover of kunnen ze bedienen. In elk geval gaan onze gedachten uit naar alle mensen die in afzondering moeten leven vanwege de maatregelen. Hoe zou het met hen zijn? We voelen ons allemaal machteloos door allerlei vormen van afzondering vanwege het virus.
Als Jezus in Kana blijkt te zijn, waar de koninklijke beambte ook is, gaat hij naar Jezus toe om zijn zorgen met hem te delen. Hij vraagt hem zelfs om met hem mee te komen om zijn zoon te genezen.
Hij heeft natuurlijk gehoord van de wonderbare genezingen die Jezus heeft verricht. “Alleen als jullie tekenen zien, geloven jullie” antwoordt Jezus. Dat is ook de vraag aan ons. Geloven wij dat God ook in deze angstige en onzekere dagen ons nabij is en ons niet in de steek laat. Of geldt dat alleen als onze zorgen als bij toverslag door een plotselinge verbetering van de situatie worden weggenomen?
De hofbeambte laat zich niet uit het veld slaan: Heer kom toch eer mijn zoon sterft. Hij wil Jezus helemaal niet op de proef stellen. Jezus is zijn enige hoop. Hij vertrouwt op Hem. Daarom gaat hij gerustgesteld heen als Jezus zegt: ga maar, uw zoon leeft. Zijn woord is genoeg.
Durven wij zo onze medemensen die ernstig ziek zijn – durven we zo ook in deze zorgelijke dagen die wij meemaken – allen in onze gebeden voor God neerleggen. Met hart en ziel. Zonder voorbehoud.  Begeleiden we de zieken, de familie, de verzorgers, met onze gebeden?
Onze paus Franciscus heeft vandaag een oproep aan alle christenen gedaan over de hele wereld om ons woensdagmiddag op het feest van de Aankondiging van de Heer gezamenlijk het Onze Vader te bidden voor de gestorvenen, de zieken, de zorgverleners. Laten we dat met hart en ziel doen, zonder twijfel of vooringenomenheid. Niet als een test. Niet alleen a.s. woensdag, maar zolang de crisis duurt. Dat verlicht niet alleen onze eigen angst en zorgen die verlammen. Het is ook een teken van diepe zorg en solidariteit met de mensheid in nood.
Als wij het mogen beleven dat de Coronaepidemie met succes is ingedamd en we weer opgelucht kunnen ademhalen, laten we dan terugkijken op die tijd als een tijd waarin we de nabijheid van God met klem gezocht hebben en ook gevonden en beleefd in de rust en kalmte die we voelden, en de hoop, en de naastenliefde die we beoefenden. Als we nu in deze moeilijke tijden niet onze toevlucht tot het geloof in het gebed nemen, wanneer zullen we het dan wel doen? Maar als we het nu doen, zal ons vertrouwen in God versterkt worden en opnieuw tot leven komen. Laat ook deze tijd een tijd zijn waarop de woorden van uit Jesaja van toepassing zijn: Zie ik ga iets nieuws beginnen. Het is al begonnen. Merk je het niet? “

Martin Los

Schriftlezingen voor deze maandag in de 4e week van de 40dagentijd volgens het r.k. lectionarium voor weekdagen
ie lezing: Jesaja 65:17-21
Evangelie: Johannes 4:43-54


Liggend in een kribbe

Preek tijdens de Kerstnachtmissen in de Mariakerk in De Meern 2019

De engel sprak tot de herders: “Dit zij jullie een teken: Jullie zullen het kind vinden, in doeken gewikkeld liggende in een kribbe”.1)
Lieve zusters en broeders, we vieren feest en we klappen in de handen voor God vanwege een gebeurtenis die de loop en de toekomst van heel de wereld veranderde. De geboorte van Jezus Christus. Sinds zijn komst is het vooruitzicht van ons mensen vervuld van hoop en we zien uit naar de zalige vervulling van onze hoop 2). Zijn koninkrijk zal gegrondvest zijn op recht en gerechtigheid van nu af tot in eeuwigheid. 3). Hij is de lang verwachte koning van allen die Gods rijk verwachten en hun leven daar voor inzetten.
Dit feest lijkt in onze tijd betekenis en kracht te verliezen. Honderd jaar geleden was Kerstmis nog zo algemeen en vanzelfsprekend dat zelfs in de verschrikkelijke 1e wereldoorlog de soldaten in de loopgraven van Duitse zijde en van de kant van de geallieerden, de strijd gedurende het Kerstfeest staakten.
In onze dagen ligt het Kerstfeest van twee kanten onder vuur. Aan de ene kant wordt het geluid steeds krachtiger dat er in een multiculturele samenleving als de onze geen plaats meer is voor een exclusief christelijke feest met winkelsluitingen en verplichte vrije dagen voor iedereen. Aan de andere kant klinkt de eis dat Kerstmis moet worden vastgelegd als nationaal cultureel erfgoed. Maar wat moet er dan worden beschermd als typisch voor Nederland als christelijk land? De kerstboom, de kerststolp, de uit Amerika overgewaaide Kerstman? Jingle bells? De glamour en de glitter? Maar is dat de unieke christelijke traditie die wij als gelovige mensen met Kerstfeest vieren? Een echt feest is geen vlucht uit de werkelijkheid waar je een kater van overhoud. Echt en vruchtbaar feest is als de werkelijkheid verandert en ons uitdaagt en hoop geeft: dat is dat God in onze werkelijkheid is afgedaald en ons bemoedigt.
We kunnen erom treuren dat het Kerstfeest in onze tijd schuurt met die brede opvattingen die in onze samenleving heersen. We kunnen het beleven als teloorgang van bepaalde tradities die we van kindsafaan kenden.
Maar het geeft ons ook de kans om ons weer af te vragen wat de eigenlijke christelijke traditie is. De levende traditie van het geloof. Als we die ontdekken, er zelf uit leven, dan mogen we er ook op vertrouwen dat vroeg of laat, op Gods tijd, de harten van vele mensen, ook de jongere generatie en onze kinderen, geraakt worden door de hoop die met Jezus Christus in de wereld gekomen is, de hoop op het rijk van God dat komende is, hoop op de overwinning van het kwade en de dood, hoop dat liefde het laatste woord heeft over deze wereld en ons eigen leven.

Onze christelijke traditie is iets anders dan allerlei folklore die op den duur verslijt en weer andere vormen aanneemt. Onze christelijke traditie is het levende Evangelie zelf. De Boodschap van vreugde die voor alle mensen, in tijden en plaatsen, voor alle talen en culturen hetzelfde blijft.
Heel dicht komen we bij de persoonlijk beleving van dat Evangelie door de Kerststal in onze huizen. Paus Franciscus benadrukt dezer dagen de betekenis van de Kerststal in een brief aan alle gelovigen getiteld “Wonderbaar teken”.
Hij zegt daarin: “Door het opzetten van de kerststal kunnen we ons het tafereel van Bethlehem beter voorstellen. De geboorte van Jezus in de stal nodigt uit “de armoede te ‘voelen’ en ‘aan te raken’ die Gods Zoon op zich nam door mens te worden. Het roept op tot navolging van Jezus op die weg van nederigheid, armoede en zelfverloochening, die van de kribbe naar het kruis leidt. Het vraagt van ons om Hem te ontmoeten en Hem te dienen door barmhartig te zijn naar onze broeders en zusters in nood.
De paus zegt verder ”Al eeuwenlang raakt de kerststal de harten van de mensen. Allereerst omdat de kerststal ons de tedere liefde van God laat zien. In Jezus heeft de Vader ons een broer gegeven, die naar ons op zoek gaat als we verward zijn of verloren lopen, en een loyale vriend aan onze zijde. God de Vader gaf ons zijn Zoon die ons vergeeft en bevrijdt van onze zonden.”.

Ik wil graag afsluiten met de relatie tussen de Kerststal en de Eucharistie. U weet dat de bisschop dit jaar uitgeroepen heeft tot Jaar van de Eucharistie. Hij nodigt ons allen uit om heel bewust na te denken over de betekenis en de plaats van de eucharistie voor ons leven, voor ons persoonlijk en als geloofsgemeenschap. In de eucharistie schenkt Jezus Christus ons zijn lichaam en bloed. Hij zelf zegt: “Dit is mijn lichaam dat voor u gegeven wordt”. Zijn lichaam dat Hij in de schoot van Maria ontvangen heeft, heeft zij bij zijn geboorte in doeken gewikkeld en in een voederbak gelegd. In doeken gewikkeld, in een kribbe, een voederbak. Begrijpen we wat we horen? Begrijpen we wat we zien. Daarmee wordt al verhuld verteld dat Jezus het Brood uit de hemel is. Hij is geboren in Bethlehem: letterlijk: Huis van het Brood. Er is een directe lijn van de eucharistie en de communie naar de geboorte van Christus in Bethlehem. Het is de gekruisigde en opgestane Heer die in de wereld gekomen is, en die zichzelf aan ons geeft. Hij verenigt zich met ons in het offer dat Hij voor ons heeft gebracht. Hij neemt ons op in zijn lichaam. Want normaal verteren wij brood en wordt het deel van ons lichaam. Maar het brood dat Jezus schenkt maakt ons één met Hem. Eén met zijn opstandingslichaam. Jezus wil ons daadwerkelijk en tastbaar sterken en nieuwe mensen van ons maken. Mensen die leven in zijn licht. Mensen van de hoop die dat samen beleven door deel te nemen aan de levende traditie van het christelijk geloof. Dan hoeven we niet te vrezen voor verlies van waarde en betekenis en kracht van het Kerstfeest. Dat kan niemand ons afnemen. Dan wensen we elkaar terecht “een Zalig Kerstmis” en een Zalige communie. Amen

Martin Los
Schriftlezingen uit het leesrooster voor Zon- en Feestdagen van de r.k. kerk:
1e lezing Jesaja 9:3-5,7-9 3)
2e lezing Titus 2:11-14 2)
Evangelie: Lukas 2:1-14 1)