Het huis van God is geen marktplaats. Over passie.

Preek op de 3e zondag in de Veertigdagentijd op 3 en 4 maart 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

Jezus handelde uit pure passie

‘Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal/marktplaats’. 1)
Lieve zusters en broeders, deze woorden staan, denk ik, gegrift in de harten van elke gelovige. Wij begrijpen allemaal dat je respectvol om moet gaan met een plaats die we ‘huis van God’ noemen. We gedragen ons in de kerk anders dan in het theater of in de sportkantine. We hoeven niet de hele tijd ernstig te kijken. Integendeel. Maar er dient wel – al voor de viering begint – een sfeer te zijn van verstilling, van verwachting en van openheid voor het mysterie van God, voor de ontmoeting met Jezus Christus.
Voor onze katholieke kerken geldt dat niet alleen tijdens de vieringen, maar ook de rest van de dag en van de week. De kerk is Gods woning onder de mensen.  Niet alleen op zondag tijdens de Mis. Een oase van rust, van gebed, van vertrouwen. Door de week bezoeken behoorlijk wat mensen de Mariakapel. Jonge mensen, ook mensen die niet kerkelijk zijn. De kerk is voor ons ook de plek die ons herinnert aan de generaties die ons zijn voorgegaan. Zij hebben ons het geloof doorgegeven. We blijven in de geest met hen verbonden. We voelen ons omgeven door hen.
Die goede, gewijde sfeer blijft niet vanzelf. We moeten haar koesteren. Voor onszelf, als we echt geraakt willen worden door de tegenwoordigheid van God in ons midden, door de liefde en de rust en de innerlijke vernieuwing die Hij ons wil schenken. Maar die sfeer van toewijding raakt ook onmiddellijk mensen die voor het eerst in de kerk komen. Die sfeer treft hen onmiddellijk in de ziel.
‘Maakt van het huis van mijn Vader geen markthal’ zei Jezus toen hij de tempel zuiverde van alles wat er niet hoorde. We moeten zijn optreden niet zien als een soort razzia van een religieuze politie. Jezus was geen salafist die de leer stelt boven het leven, vooral het leven van anderen om die te betuttelen. Zij kennen geen begrip of barmhartigheid, maar alleen straf en uitsluiting. Fanatiekelingen – van welke religie ook – hebben geen oog voor menselijke zwakheden en voor de gevarieerdheid en rommeligheid van het leven zelf. Zij hebben geen echte liefde voor de mensen.

Jezus handelde uit pure passie. Hij verlangde dat de mensen weer thuis zouden mogen zijn bij God. Dat ze zijn vaderlijke liefde zouden kunnen ervaren. Dat ze even in de luwte van het gekrijs van de wereld rondom tot rust zouden kunnen komen. Dat godsdienst weer echte godsdienst zou zijn, bron van heil en geluk.
De omstanders eisen van Jezus uitleg over zijn optreden. Waar haalt hij de bevoegdheid vandaan om de tempel te zuiveren? Dat mag toch eigenlijk alleen de eigenaar van de tempel doen? Of Jezus zich maar even wil legitimeren. Is hij de baas hier?
Hij antwoordt: “breek deze tempel af en in drie dagen zal ik hem doen verrijzen”. Daarmee verwijst hij, zoals we nu weten,  naar zijn dood aan het kruis en zijn verrijzenis.
Jezus brengt zelf als hoogste offer dat een mens kan brengen, het offer van zijn leven.  Hij maakt alle andere offers tot voltooiing. Voortaan zijn dierenoffers, en spijs- en plengoffers overbodig. Mensen mogen nu door het geloof in Jezus een nieuwe tempel binnentreden. Wij mogen in de eucharistie het offer opdragen dat Jezus onszelf in handen heeft gegeven voor de zonde en de nood van de wereld. Ondanks al onze fouten en tekortkomingen staan we niet met lege handen voor God. Christus zelf heeft zich ons in handen gegeven.
‘wij verkondigen een gekruisigde Christus’ schrijft Paulus ‘voor anderen een aanstoot en een dwaasheid, maar voor hen die geroepen zijn, is die Christus Gods kracht en Gods wijsheid’ 2)
Het is essentieel voor ons christelijk geloof dat wij de maaltijd van de Heer steeds opnieuw zien en beleven en uitvoeren als het offer dat Christus met zijn eigen leven voor de wereld gebracht heeft. Het volmaakte offer waaraan we door de communie en het geloof deel mogen hebben. Dat is de tempel die Jezus heeft gebouwd en waarvan hij de hoeksteen is.
Daarom past ons in onze kerken die sfeer van toewijding, liefde en verlangen. We beamen daarmee de liefde van Christus voor deze wereld en de liefde van God.
Als we dat voor ogen houden, is duidelijk dat de kerk meer is dan het gebouw waar in de liturgie de ontmoeting met God gevierd wordt. Het is ook de gemeenschap van gelovigen. Hoe we ons gedragen in de maatschappij. Niet alleen het uur van samenkomst in de kerk, maar in het leven van alledag. In ons christelijk leven komt het op drie dingen aan. Het geloof dat we belijden, het gebed dat we bidden, en op ons handelen in overeenstemming met onze roeping.
Dat geloof is aan de ene kant heel persoonlijk, maar we belijden het in de kerk elke zondag in de Geloofsbelijdenis die ons met elkaar verbindt, en met alle generaties voor en na ons. Het gebed dat Jezus onszelf geleerd heeft als voorbeeld, het Onze Vader, bidden we gezamenlijk in elke eucharistie voor de communie.
En ons voor ons handelen in het dagelijks leven gebruiken we als handleiding en richtingwijzer de Tien Geboden 3) (c)  die we vandaag als eerste lezing hoorden.
Door in het maatschappelijk leven, het leven van alledag, de Tien Geboden in praktijk te brengen, beamen we Gods goede bedoelingen met ons. Door de Tien Geboden na te komen, laten we zien dat geloof ons ook iets mag kosten. Dat het ons een ernst en vreugde tegelijk is.
Ook zo geven we gehoor aan de oproep van onze Heer: ‘maakt van het huis van mijn Vader geen markthal’. Het gaat om ons eigen hart. Daar wil God wonen.
Amen
(c) Pastoor Martin Los
1) Evangelie van deze zondag: Johannes 2:13-25
2) 2e lezing van deze zondag: I Corinthiërs 1:22-25
3) 1e lezing van deze zondag: Exodus 20:1-17

Preek op de 24e gewone zondag door het jaar 17/18 september 2016 Mariakerk en Willibrordkerk

Niet streng, maar duidelijk

Lieve zusters en broeders, uit mijn schooltijd herinner ik mij onderwijzers en leraren die zich vriendelijk voor deden. Tenminste zolang je precies deed wat zij wilden. Anders vielen ze uit hun rol. Werden boos. Werden sarcastisch en zetten je voor schut. Je wist niet wat je aan ze had. Maakten je onzeker.
Er waren ook docenten die zich wat strenger opstelden, maar die in de praktijk begrip hadden voor hun leerlingen. Ze oogsten, in elk geval achteraf, onze waardering. U kent ze uit eigen ervaring. Streng, maar rechtvaardig, noemen we zulke leraren, vaders, moeders, leidinggevenden.
Ik gebruik in plaats van het woordje “streng” liever een ander woord. Het woord “duidelijk”. Streng betekent dat een leraar of een ouder strakke regels hanteert en bij het minste of geringste straffen uitdeelt. Zo iemand jaagt leerlingen of kinderen schrik aan. Ze gehoorzamen, maar uit angst. Daardoor durven ze zichzelf niet te ontwikkelen.
lijnopvoetbalveldDuidelijk is een opvoeder die zichtbare lijnen uitzet als op een speelveld. Als een kind over die lijn gaat, geeft ze dat aan, legt ook rustig uit wat er fout ging. Spoort aan om beter op te letten. Geeft een schouderklopje. Zo leren kinderen verantwoordelijkheid. Ontwikkelen een gevoel voor welke regels je soms mag overtreden omdat er iets belangrijkers op het spel staat. Zo leren ze echte waarden kennen en eerbiedigen. Zo leren ze ook normen hanteren op een vruchtbare manier.

De Schriftlezingen *) van vandaag zetten ons aan het denken over hoe we God mogen zien als opvoeder. Hij is onze Vader in de hemel. In de Tien geboden heeft Hij duidelijke lijnen uitgezet voor het leven op aarde. En in het geweten van iedere mens heeft Hij een zeker maar fragiel besef van goed en kwaad neergelegd. Hoe gaat God die zelf volmaakt is, om met onze onvolmaaktheid? En moet dat ook niet het voorbeeld zijn voor hoe wij omgaan met elkaars zwakheden?
Dat is in deze tijd ook zeker actueel. Want de roep om hard optreden klinkt deze tijd steeds sterker. Mensen willen maximale vrijheid voor zichzelf in handelen en in spreken, maar voor de ander is er steeds minder begrip en plaats.
Is God niet die strenge onverbiddelijke grootheid die iedereen schrik aanjaagt? Die omdat hij volmaakt is en rechtvaardig, wel móet straffen omdat hij anders zichzelf zou verloochenen, zijn eer moet handhaven. Dat is het beeld dat velen van God hebben. Onder sommige gelovigen maar ook onder hen die geloof afzweren precies omdat godsdienst hen herinnert aan bevreesd zijn voor een strenge God.
Het beeld van die strenge God lijken we tegen te komen in het verhaal van het gesprek van de Heer en Mozes. God ziet dat het volk meteen al afwijkt van het verbond dat Hij met hen gesloten heeft. Hij zegt tegen Mozes: “ik zal hen vernietigen. Dan begin ik met u opnieuw en ik zal u tot een groot volk maken”. Maar Mozes werpt tegen: “God, kijk nou eens wat een macht u getoond heeft door dit volk te bevrijden. Dat was dan toch helemaal voor niets? En denk eens aan wat u aan Abraham en daarna aan Izaak en aan Jakob beloofd hebt. U breekt dan toch uw belofte?”
Is die kleine Mozes grootmoediger dan God? Dat lijkt zo. Een adembenemende gedachte. Een kleine mens is in staat die grote God tot andere gedachten te brengen? Ja, maar dan moeten we bedenken dat Mozes Gods dienaar is. Geen tegenstander. Juist omdat Mozes opkomt voor zijn volk en niet aan zichzelf denkt en aan zijn eigen glorie, toont hij zich beeld van God, vriend van God. Mozes turnt God om zo te zeggen niet om, maar hij houdt God voor hoe hij God heeft leren kennen, hoe God zelf is: een barmhartige God die zijn volk bevrijdt heeft, een trouwe God die zijn beloften nakomt ook als de andere partij zijn beloften niet nakomt.

Wanneer de kerk verkondigt dat God barmhartig is, dan spelt ze de mensen niets op de mouw omdat de gedachte aan God anders onverdraaglijk is. Nee, met de boodschap dat God barmhartig is, is ze Gods spreekbuis.
Daarom moet de kerk die barmhartigheid niet alleen verkondigen, maar ook zelf in praktijk brengen. Paus Franciscus vergelijkt de kerk met een veldhospitaal in oorlogstijd waar de gewonden worden binnen gedragen. Jezus verkondigt die goddelijke barmhartigheid op niet mis te verstane wijze in de gelijkenis van de herder die het verloren schaap gaat zoeken en op zijn schouders terug brengt. Over dat ene verloren schaap is meer vreugde dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen bekering nodig hebben. God schrijft geen mens af.

De apostel Paulus verkondigde Gods barmhartigheid met grote vurigheid tegenover hen die meenden dat maar een kleine selecte groep in Gods ogen er toe deed. Hij deed dat met overtuiging en passie. Want hij was zelf een godslasteraar, een vervolger en geweldpleger geweest. Paulus zegt: ”God heeft mij barmhartigheid bewezen omdat ik niet wist wat ik deed. Ik dacht dat ik God kende door mensen te vervolgen, maar ik kende God eigenlijk nog helemaal niet. Totdat ik Jezus Christus leerde kennen”. Paulus was zelf een verloren schaap geweest dat Jezus als de goede herder op zijn schouders had teruggebracht. Paulus stond zelf model voor Gods barmhartigheid.

Barmhartigheid is niet dat God alles goed vindt. Dat is onverschilligheid. Verwaarlozing. Barmhartigheid is juist actieve betrokkenheid. God is barmhartig doordat hij niet ophoudt op de deur van ons hart, soms verharde hart, te bonzen, ons nieuwe kansen te geven. Hij raapt ons elke keer weer op. Zet ons elke keer weer op het goede spoor. Zo voedt God ons allen op. Hij heeft de lijnen duidelijk uitgezet. De Tien geboden, ons eigen geweten. Maar hij houdt rekening met onze onwetendheid, onze tekorten, onze zwakheid, onze groei.
Daarom moeten wij, mensen, ook zo doen. Dan lijken we op God. Als kinderen van de Vader in de hemel. We zien in Jezus die geleden heeft aan het kruis, het volmaakt beeld van Gods barmhartigheid. En alwie in Jezus, de lijdende knecht van God, gelooft, is door dat geloof gerechtvaardigd. Een nieuwe mens. Wat we in Mozes in zijn gesprek met God zagen, zien we vervuld en volmaakt in Jezus die het Lam Gods is dat de zonden der wereld wegdraagt.
Jezus heeft zichzelf ons in handen gegeven opdat wij niet met lege handen voor God verschijnen, maar het volmaakt offer van zijn leven dat we mogen opdragen voor heel de wereld. Zo mogen we als kerk beeld zijn van Gods liefde en barmhartigheid.
Moge dat doorwerken in ons eigen leven, onze acceptatie van onze eigen tekorten, onze omgang met elkaar, de opvoeding van onze kinderen, het onderwijs van de jongere generatie, en onze solidariteit met de zwaksten in de samenlevingen, de ontheemden. Amen

© Pastoor Martin Los
*) Schriftlezingen voor de gewone 24e zondag door het jaar uit het universele leesrooster van de rooms-katholieke kerk: 1e lezing Exodus 32:7-11,13-14; 2e lezing Timotheus 1:12-17; Evangelielezing: Lucas 15:1-10