Het leven moeten we vieren

Homilie op de 28e zondag door het jaar 11 oktober 2020 Willibrord en Mariakerk

“Gaat uitg naar de kruispunten van de wegen en nodigt iedereen, goeden en slechten uit voor de bruiloft” 1)
Lieve broeders en zusters, Jezus vertelt over een bruiloftsfeest dat niet door dreigt te gaan. Een bruiloft die niet doorgaat is iets wat normaal gelukkig niet vaak voorkomt. Maar in deze tijd van Corona moest het ene bruiloftsfeest na het andere en allerlei andere feesten worden afgezegd vanwege het geringe aantal toegestane gasten om besmetting met het virus te voorkomen. Heel triest voor alle betrokkenen.
We beseffen hoe diep deze crisis ingrijpt in het sociale leven. Juist nu ervaren we het gemis van gewoon menselijk contact. Wat we allemaal heel normaal vonden – een handdruk, een omhelzing, samen aan tafel zitten, verjaardag vieren met elkaar in huis – is al maanden taboe. Die handdruk, omhelzing, maaltijd met elkaar, verjaardagen enzovoort, zijn rituelen die we voltrekken omdat we het leven willen vieren. We willen de band met elkaar bevestigen. Ook in de viering bij uitstek van de maaltijd van de Heer. De band met Jezus en met God.
Het rijk van God aan het eind der tijden beschrijft de profeet Jesaja zelfs als een feestelijke maaltijd : “De Heer van de hemelse machten richt op deze berg voor alle volkeren een feestmaal aan”. We horen de echo van die profetie in de gelijkenis die Jezus vertelt over de bruiloft die niet door dreigde te gaan: Gaat naar de kruispunten van de wegen en nodigt alle mensen, goede en kwaden uit voor de bruiloft”.

Het leven dat God schenkt moet gevierd worden. Het is van unieke waarde in zichzelf. Het is geen míddel tot een bepaald doel. Als we het leven alleen bezien vanuit het oogpunt van nut dan doen we het leven te kort. En onszelf. En de Gever van het leven. Vandaar dat we altijd behoefte voelen het leven te vieren, ook als tegenwicht voor de inspanningen en moeite en verdriet die ons leven met zich meebrengt. Het boek van de wijsheid van Prediker (3:12,13) zegt: Ik heb vastgesteld dat voor de mens niets goeds is weggelegd, behalve vrolijk te zijn en van het leven te genieten. Want wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet en geniet van al het goede dat hij hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. Bij inspanningen moeten we niet alleen denken aan lichamelijke en mentale inspanning, maar ook aan moed en inzet voor rechtvaardigheid. Dit is dus geen frivole gedachte van mensen die graag boemelen. De profeten spreken zelf over het leven samen vieren, met alle volkeren, zonder wanklank.
Jezus zelf was onder de genodigden op de bruiloft te Kana. Hij ging op de uitnodiging in van aanzienlijke Joden, maar ook bij tollenaars om aan te zitten aan de maaltijd. En het laatste wat Jezus deed voor hij het offer van zijn leven ging brengen was de maaltijd houden met zijn leerlingen. Maaltijd houden is niet het zelfde als je honger stillen om te overleven en kracht op doen voor de dagelijks arbeid. Maaltijd houden is onderstrepen en vieren dat je een gezin vormt met elkaar, een vriendenkring, een gemeenschap van mensen die samen ervaringen en verhalen delen. Vieren dat je iets met elkaar hebt. Dat je ondanks alle verschillen in karakter, in visie, ondanks conflicten, één bent en in vrede leeft met elkaar.
Wanneer we hopelijk over niet al te lange tijd weer met familie en vrienden aan tafel kunnen zitten, als er weer bruiloften en andere feesten gevierd kunnen worden, als we onze oude moeder in het verzorgingshuis weer onbezorgd kunnen omhelzen, vergeven en vergeten, ,verzoening, zal het zijn als een Bevrijdingsdag wanneer de vijandelijke onderdrukking – in dit geval van het virus – overwonnen is.
Hopelijk leidt het tot een nieuwe beleving van wat samen menszijn betekent.

De gelijkenis van de bruiloft die niet door dreigde te gaan vertelt van het onbegrijpelijke gedrag van de genodigden die de uitnodiging afsloegen. Ze gaven als reden dat ze nuttiger dingen te doen hadden: een akker die te koop was bekijken, zaken die voorrang hadden. Hoe vaak gebeurt het niet dat we aan leven niet toe komen omdat we geen tijd hebben. Geen tijd voor elkaar in het gezin, het huwelijk, de gemeenschap. Het leven zoals het bedoeld is door God, leven vanuit Gods genade, leven vanuit de vrijheid van Gods kinderen, komt vaak op de tweede of zelfs de laatste plaats.
Maar Jezus vertelt de gelijkenis niet om zijn hoorders te vertellen dat mensen het rijk van God in de weg staan en het uiteindelijk niets wordt. De clou is juist dat God zich daardoor niet laat ringeloren. Als de genodigden – dat wil zeggen:  de mensen die beter zouden moeten weten – het af laten weten, stuurt hij zijn knechten naar de mensen op de hoeken van de straten. Zonder onderscheid. Iedereen is welkom.
Dat is het Evangelie van Jezus Christus: dat de uitnodiging om het leven te vieren niet beperkt is tot de rijken en aanzienlijk. Dat is voor iedereen weggelegd. Het enige wat we moeten doen is je open stellen voor de genade van God, voor zijn onbeperkte en onvoorwaardelijke liefde. Dan zullen we volop kansen zien om het goede te genieten met onze mede mensen. Dan zullen we ook in moeilijke tijden de moed niet opgeven. Laten we ons niet overgeven aan de somberheid. Dan zal ons eigen leven door het geloof in Jezus een voorbode zijn van de Maaltijd die God heeft klaarstaan aan het einde der tijden, de Maaltijd van het eeuwige leven. Daarom viert de kerk in opdracht van Jezus de eucharistie: Dankzegging om dit leven, in het licht van het eeuwige leven. Of zoals Paulus schrijft aan de gelovigen in Filippi: “Dan zal God met goddelijke rijkdom in al uw noden voorzien door u de heerlijkheid te schenken in Christus Jezus”. 3) Amen

(c) Martin Los

lezingen tijdens de eucharistie op deze 28e gewone zondag door het jaar volgens het r.k. lezingenrooster
1) Evangelielezing: Mattheus 22:1-14
2) 1e lezing: Jesaja 25:6-10
3) 2e lezing: Filippenzen 4:12-14,19-20

Afbeelding: maaltijd voor daklozen na annulering huwelijk. foto NOS

honger naar levend brood

Preek op de 19e zondag door het jaar B in het weekend van 12 augustus 2018 Mariakerk en Willibrordkerk

‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid’ 1)
Lieve zusters en broeders, dit woord van Jezus klinkt als een hartelijke uitnodiging aan iedereen die honger heeft, om toe te tasten en dit brood tot zich te nemen. Waarom deze uitnodiging aan het adres van alle mensen? Hebben we voor ons leven niet genoeg aan ons dagelijks brood? Ja, we mogen blij zijn met dat dagelijks brood want velen ontberen het. Maar toch ‘leeft de mens niet van brood alleen’.
Wij, mensen, vragen wat de zin van ons leven is. Dat doen we van nature omdat we geestelijke wezens zijn. Die zin vinden we gelukkig inderdaad voor een deel in het werk dat we doen, het huwelijk dat we sluiten, de kinderen die we krijgen, onze vriendschappen, de vrijwillige bijdrage die we aan de samenleving leveren.
Maar we krijgen ook te maken met wat ons doet twijfelen aan de zin van alles. Zelfs iemand als de grote profeet Elia ziet het op een keer niet meer zitten 2). We krijgen te maken met tegenslag, idealen die niet uitkomen, onrecht, verlies van geliefden, allerlei tekortkomingen, keuzes waar we achteraf spijt van hebben, de wetenschap dat we tegenover het leed in de wereld vaak machteloos staan. Tenslotte is ons allemaal en altijd dat vreemde lot beschoren, dat we allemaal sterfelijke mensen zijn.
Een beproefd middel tegen het gevoel van zinloosheid is zo lezen we in het boek Prediker om te genieten van het goede, te eten en te drinken van wat je als mens door je harde werken en ploeteren hebt bereid, want “dat is dan een geschenk van God’.
Maar dat stilt niet de honger naar echte vervulling van ons leven, het verlangen naar de zin van ons leven in het licht van de eeuwigheid. Een zekere onrust in elk mens dat er meer met ons aan de hand is. Dat we verbonden zijn met iets dat groter is dan wij. Verlangen naar God.
Deze week uitte iemand tegenover mij vanuit een diepe existentiële nood een groot verlangen naar God, een tastbaar verlangen, krachtig als een windstoot, genoeg om het mee te voelen en ook sluimerend in mijzelf te herkennen, een oerhonger die alleen door Één gestild kan worden die zegt: ‘Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid’,
Hij zegt dit niet omdat Hij zichzelf iets verbeeldt, zoals de mensen hem tegenwerpen: “Is dit niet zoon van Jozef?” Met andere woorden: Hij is toch maar een gewoon mens zoals wij. Jezus zegt dit omdat Hij het brood uit de hemel zelf is. Hij kan zichzelf niet verloochenen. En onze honger naar Hem herkent Hem omdat Hij die honger zelf in ons opwekt.
Waarom voelen we die honger niet altíjd? Waarom hebben zelfs christenen moeite om die honger in zichzelf te herkennen. Waarom hebben de afgelopen decennia zovelen van ons teleurgesteld afgehaakt omdat ze die honger niet meer voelden? Waarom hebben we in onze moderne wereld sowieso moeite met ons bezig te houden met wat ons echt verzadigen kan. Waarom nemen we met veel minder genoegen?
Zou dit niet het antwoord zijn? We zijn in alle opzichten rijk. Nederland staat in de top van rijkste landen. We hebben alles al. We zijn alleen bang om te verliezen. Daardoor kunnen we zelfs niet eens meer echt genieten. We verdoven onze vrees of onze verveling met consumeren, niet alleen eten en drinken en kleren, maar ook goederen en diensten, tot en met frequente luxe vakanties. Zoals mensen die aan drugs verslaafd zijn om hun innerlijke behoeften niet onder ogen te zien en hun vrees voor zinloosheid te dempen, kunnen we ook door louter nog te consumeren onze diepere behoeften verdoven. Net zoals bij een verslaving hebben we steeds meer nodig en raken steeds minder bevredigd. Wie neerkijkt op verslaafden begrijpt nog helemaal niet dat zij ons allen als consumenten een spiegel voorhouden. Zij verdienen ons medeleven.
De stem van Hem die zegt: “Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald” zullen we herkennen als we uit de verdoving ontwaken en weer zorg hebben voor de diepste behoeften van ons leven, verlangen naar de liefde van God.
Ik vergelijk het graag hiermee. Regelmatig kom ik volwassen kinderen tegen waarvan een ouder ernstig ziek is geworden. Die kinderen hadden carrière gemaakt, waren altijd druk, gingen van event naar event. Plotseling is daar die zieke ouder die hulp nodig heeft. Ze nemen na enige aarzeling zorgverlof. En dan na enige tijd daalt er een gevoel over hen dat ze gemist hebben, een soort vrede, genieten van de zorg en aandacht voor die kwetsbare vader of moeder. Ineens is daar dat besef van: “gek genoeg maakt dit mijn leven echt de moeite waard”. Als ze dan weer in het gewone leven en werk terugkeren, kijken ze daar voorgoed anders tegen aan.
Zo kunnen mensen ook ontwaken en de diepe honger naar echte vervulling van hun leven ervaren door de liefdevolle stem die zegt: ‘Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald is. Wie van dit brood eet zal nooit meer honger hebben”
Wat mooi als we die stem ons eigen hart herkennen doordat we van dit brood eten.
Deze honger is geen gebrek, maar een rijkdom. Laten we die honger ook in ons koesteren door echte aandacht voor onze medemensen. Zij die echt honger en gebrek lijden. Laten we hen helpen. En in hun honger weer onze eigen honger herkennen naar een zinvol leven. Laten we oog hebben voor wat hen ten diepste beweegt. Laten we luisteren naar hun verhalen, naar hun noden en zorgen. Wie weet mogen we daardoor de honger in andere opwekken naar onze Heer die het ware brood is dat uit de hemel neerdaalt. Dan zullen we zelf die honger des te levendiger ervaren en steeds opnieuw voelen en ook de vervulling omdat we gaan proeven dat leven in wezen eeuwig leven is met God.
Amen

(c) Martin Los
1) Evangelie van de zondag in de Mis: Johannes6:41-15
2) 1e lezing in de Mis: I Koningen 19:4-6
afbeelding Kreuzbrot www.gehri-baeckerei.de